Ntsinda krijgt een ‘slavenloon’ bij Heineken

Arbeidsvoorwaarden

Opnieuw is Heineken in Afrika in opspraak. Op de brouwerij in Zuid-Afrika klagen werknemers van een ingehuurd bedrijf over onderbetaling. „Als ik dit zeg, kan ik ontslagen worden.” Heineken ziet „verbeterpunten”.

Medewerkers van Imperial protesteren bij het hoofdkantoor van Heineken in Zuid-Afrika. Ze verwijten de brouwer slavernij. Foto Bram Vermeulen

Al sinds de opening van de Heinekenbrouwerij in 2009 werkt Themba Ntsinda op het industrieterrein in Sedibeng, ten zuiden van Johannesburg. Dat jaar was een jaar van grote beloften, in de aanloop naar het wereldkampioenschap voetbal, waarin Oranje het tot de finale zou schoppen. Op dit industrieterrein aan de rand van Zuid-Afrika’s meest verpauperde townships begon de verovering van de Afrikaanse biermarkt en de concurrentieslag met het Zuid-Afrikaanse SAB, dat in 2015 in een recorddeal werd opgekocht door ’s werelds grootste bierbrouwer, AB Inbev.

Ruim negen jaar nu laadt Ntsinda als heftruckchauffeur de donkergroene pallets met Heinekenkratten, twaalf uur per dag, van zes tot zes, in de volle zon. In de tussentijd zag hij het bedrijfspand van Heineken drie keer zo groot worden. Zijn salaris is nog altijd 4.800 rand, omgerekend 289 euro. Per maand. Daar moeten hij, zijn vrouw en vijf kinderen mee rond zien te komen. Een slavenloon, noemt hij dat. En dit is wat Ntsinda nog het meeste steekt: „Na negen jaar zegt Heineken nog steeds dat ze me niet kennen. Ik besta niet voor ze.”

Ntsinda is een van de ruim 420 werknemers die niet direct onder contract staan van de Nederlandse bierbrouwer, maar van het Zuid-Afrikaanse Imperial Logistics. Aan dat bedrijf heeft Heineken alle logistieke taken uitbesteed: flessen sorteren, vrachtwagens laden, distributie. Imperial Logistics opereert volgens Ntsinda en ander personeel als een uitzendbureau. Medewerkers hebben niet dezelfde arbeidsvoorwaarden als de driehonderd werknemers die in vaste dienst zijn van Heineken. „Ze verdienen ruim vier tot vijf keer zo veel als wij”, rekent hij voor.

Maar elke keer als ze daarover willen klagen, wordt hun de mond gesnoerd. Afgelopen vrijdag verbood de rechter opnieuw een staking, zoals de afgelopen weken meermalen gebeurde. Wie toch staakt, wordt ontslagen. Wie met de pers praat, loopt ook gevaar. Sommige collega’s werden met een vertrekpremie naar huis gestuurd wegens opruiing. „Ik kan ontslagen worden. Maar ik ben daartoe bereid. Dit moet veranderen”, zegt hij.

„We willen als gelijken worden behandeld”, zegt zijn collega Siviwe Khanzi. „Heineken moet iets voor ons doen.”

Niet het probleem van Heineken

Maar Heineken ziet de klachten van de ‘uitzendkrachten’ niet als zijn probleem. Toen afgelopen maandag vijftig van hen naar het Heinekenhoofdkantoor in de zakenwijk Sandton reisden om zich te beklagen, bleef de deur daar dicht. Nieuwsgierig kantoorpersoneel stak alleen even het hoofd door het raam van de kantoren op de bovenste verdieping. „We kunnen hier verder niets over zeggen, want de staking is ten einde”, schreef de persvoorlichter van Heineken daags nadat Imperial de staking via de rechter een halt had toegeroepen.

Heinekens kersverse managing director Gerrit van Loo reageert twee dagen later per mail. „Wij kunnen natuurlijk niet over de arbeidsvoorwaarden van de mensen van een ander bedrijf onderhandelen”, schrijft hij. De brouwer gaat ervan uit dat leveranciers zich aan de wet houden en zegt in gesprek te zijn met Imperial over „verbeterpunten”.

Aan het inschakelen van derden wil het bedrijf niet tornen. „Het is zeer gebruikelijk in Zuid-Afrika dat ondernemingen zoals Heineken bepaalde logistieke werkzaamheden uitbesteden”, schrijft van Loo. „Heineken wil zich in Zuid-Afrika kunnen richten op het brouwen van bier, innoveren, marketing, verkoop en zaken die nauw daarmee verbonden zijn en waar we goed in zijn.”

Lees ook: De biermeisjes van Heineken vergaat het nog niet veel beter

Veel multinationals besteden werk uit, wat betrokken personeel blootstelt aan slechte arbeidsvoorwaarden. Op het terrein van Sedibeng is meer dan de helft van de werknemers niet in dienst van Heineken. „Dit zien we heel vaak gebeuren, zodat bedrijven kunnen zeggen: dit is niet ons probleem”, zegt Meme Makhaula, van de Casual Workers Advice Office, die de werknemers bij hun protesten steunt. Volgens haar creëert Heineken een onmogelijke onderhandelingssituatie door de verantwoordelijkheid bij Imperial neer te leggen. Imperial kan dan op zijn beurt de lage lonen wijten aan het krappe contract met Heineken.

Heineken benadrukt dat Imperial geen uitzendbureau is, maar een ‘logistieke dienstverlener’ en dat de werkzaamheden van Imperial gescheiden zijn van die van Heineken. Betrokken werknemers bestrijden dat. Makhaula: „Imperial doet veel meer dan logistiek; dan zou het alleen vrachtwagens en chauffeurs leveren. Maar Imperial-medewerkers doen het zelfde werk als mensen in vaste dienst van Heineken, zoals verpakken, sorteren, controleren. Dat is niet de taak van Imperial, maar van Heineken-personeel. Maar ze krijgen veel minder betaald. Dit is absoluut misbruik.”

Ze weet van ten minste drie werknemers dat ze werden getraind door Heineken, maar uiteindelijk via Imperial voor een kwart van het salaris werden ingehuurd. Heineken zegt niet bekend te zijn met deze drie werknemers. Volgens Heineken-manager Van Loo is het grote verschil in betaling „logisch” omdat „sorteren van kratten veel eenvoudiger is, terwijl onze medewerkers taken uitvoeren in een technisch complexe omgeving”. De klachten liggen nu voor arbitrage bij een arbeidstribunaal.

Het is niet voor het eerst dat de praktijken van Heineken op het Afrikaans continent in opspraak komen. In maart berichtte journalist Olivier van Beemen in NRC over seksueel misbruik van jonge meisjes die Heineken in tien Afrikaanse landen gebruikt voor de promotie van zijn bier. De meisjes zijn evenmin in dienst van Heineken, maar van agentschappen die door een onderaannemer worden ingehuurd.

Niet ongevoelig

Heineken is al sinds 1963 actief in Zuid-Afrika, ondanks de toen geldende handelsboycot en de wereldwijde veroordeling van mensenrechtenschendingen door het apartheidsregime dat in 1994 ten val kwam. Heineken verwierf een klein minderheidsaandeel in horecabedrijf Whitbread South Africa wat in 1970 weer werd verkocht. Het bedrijf benadrukt indertijd geen zeggenschap te hebben gehad over de activiteiten van Whitbread. Het concern is niet ongevoelig voor de nieuwe klachten aan zijn adres. Nadat de flessensorteerders klaagden over hun werk in de volle zon, werd nieuwe beschutting geïnstalleerd. Na klachten over een andere intermediair, CJK, die nog slechter betaalde dan Imperial, werd het contract opgezegd.

Heineken zegt ook de recente klachten van de Imperial-medewerkers niet te willen negeren. „We beseffen dat we hierin, als internationaal bedrijf, een duidelijke verantwoordelijkheid hebben die we niet uit de weg gaan”, schrijft Van Loo. „Natuurlijk moeten we altijd kijken of we nog beter kunnen toezien […] of onze leveranciers wel op de juiste manier met hun werknemers omgaan.”

    • Bram Vermeulen