Lesbos, toch een liefelijk tafereel

Veel migranten verlaten overdag het vluchtelingenkamp Moria om de drukte te vermijden. “De volwassenen dragen het leed. De kinderen brengen nog wat luchtigheid met zich mee”, zag fotograaf Joris van Gennip.

Kamp Moria. Joris van Gennip

Het vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos staat bekend als het afvoerputje van Europa. Maar dit is haast een lieflijk tafereel. Kinderen spelen tussen de provisorisch gebouwde onderkomens, waar migranten van over de hele wereld verblijven.

„De kinderen brengen nog wat luchtigheid met zich mee”, vertelt fotograaf Joris van Gennip, die de foto maakte. „De volwassenen dragen het leed, de zwaarte valt van hen af te lezen. De kinderen weten nog een greintje menselijkheid te behouden. Daar knokken ze hard voor.”

Van Gennip was twee weken geleden voor het eerst in Moria. Het is moeilijk om toestemming te krijgen aangezien de autoriteiten de pers liever op afstand houden. Maar toen Van Gennip aankwam op Lesbos waren er net honderden migranten overgebracht naar het vasteland. „Daarom waren ze coulanter tegenover de pers en kreeg ik redelijk veel vrijheid. Ik had 45 minuten om rond te lopen in het kamp en kreeg een onervaren begeleider mee. Ik rende door het kamp om zoveel mogelijk foto’s te maken. Hij had moeite om me bij te benen.”

Een vrouw loopt tijdens de schemering langs het kamp.
Foto Joris van Gennip
Deze Nigeriaanse vluchteling vertelde dat hij met 25 mensen in deze container samenwoont.

Foto Joris van Gennip
Deze broer en zus wonen hier samen met hun moeder.
Foto Joris van Gennip

Moria is opgedeeld in verschillende secties, waar mensen zijn ingedeeld naar afkomst om stress en onderlinge conflicten te vermijden. „Ik zag bijvoorbeeld een wooncontainer waar 25 Afrikanen sliepen, hutje mutje op elkaar. Een Afghaanse jongen liet me een pleintje midden in het kamp zien, waar houten vlonders lagen en het redelijk schoon was. ‘Dit is het VIP-deel’, zei hij.”

Veel migranten gaan overdag het kamp uit om de drukte te vermijden. „Het kamp is omringd door olijfboomgaarden, waar het heerlijk rustig is. Daar kunnen ze bellen met vrienden en familie in hun thuisland. Dan zie je ze weer even mens worden.”

    • Toon Beemsterboer