Leipziger jongenskoor brengt ‘de betovering van Bach'

Reportage Thomanerchor

Het Thomanerchor uit Leipzig kent een traditie van acht eeuwen, maar staat in de muziekgeschiedenis vooral te boek als het koor van Johann Sebastian Bach. Komende week komen de jongens naar Nederland. „De betovering van Bach hangt hier altijd.”

De jongens van de hoge C: Het Thomanerkoor zingt in de Thomaskirche in Leipzig tijdens het Bachfest in juli 2018 Gert Mothes

De tanige zestiger Gotthold Schwarz mag zich als Thomascantor de zeventiende ‘erfgenaam’ van Johann Sebastian Bach noemen. Hij staat met zijn rug naar het portret van zijn beroemde voorganger. Voor hem repeteren de jongens van het Thomanerchor diens Hohe Messe, in een halve maan zitten ze, vier oplopende rijen, van jong naar ‘oud’, van hoge naar lage noten.

„Het gaat om absolute helderheid”, zegt hij tegen zijn zangers. En de sopranen verheffen opnieuw hun stem. „Te dik, te dik”, bezweert Schwarz. „Jullie zetten te veel druk. Hou je neus open.” Geduldig blijft de dirigent de klank boetseren, en na verloop van tijd lijken de hoge noten te zweven. Dan slaat hij voldaan af. Het is genoeg voor vandaag. „Morgen weven we verder aan het tapijt”, besluit hij met een glimlach. „De kleuren worden mooi.”

Het is begin juni en die Jungs vom Hohen C, zoals hun bijnaam hier in Leipzig luidt, beleven hun jaarlijkse hoogtepunt gedurende het tiendaagse Bachfest. Ze zingen deze keer in één cantatecyclus met de beroemde barokensembles van grootheden als John Eliot Gardiner, Ton Koopman en Masaaki Suzuki. „Bach is ons dagelijks brood”, glimlacht Schwarz. Door het jaar heen zingt het koor elke week in de Thomaskirche: motetten op vrijdagavond, een Bach-cantate op zaterdagmiddag, en de zondagsdienst.

Bach zingen achter IJzeren Gordijn

Hij weet hoe het is. Op zijn elfde werd hij zelf een Thomasser. De vervulling van een droom, dacht deze zoon van de cantor van de Pauluskirche in Zwickau, een stad ruim tachtig kilometer ten zuiden van Leipzig. Maar het internaatbestaan bleek hard en spartaans. Enerzijds was er de fascinerende gewaarwording dat hij leefde in het kloppende hart van Bachs klankwereld, anderzijds was er een schrijnende heimwee. En die laatste won. Na een jaar ging hij weer naar huis.

Als bas-bariton in kerkmuziek kreeg Schwarz internationaal aanzien – ondanks het IJzeren Gordijn dat het toenmalige communistische Oost-Duitsland van het Westen afsneed. Hij zong onder meer solo bij de Nederlandse Bachvereniging. „Maar ik bleef me altijd verbonden voelen met het Thomanerchor”, zegt hij.

Daarom keerde Schwarz eind jaren zeventig als ‘stembouwer’ terug naar het internaat, naar „das Leben im Kasten”, het leven in de doos, zoals de jongens het traditioneel zelf noemen. In die bijna veertig jaar veranderde veel, niet in de eerste plaats het communistische bewind, waarvoor godsdienst toch een getolereerde staatsvijand was. „We wilden de muziek onttrekken aan de staatsideologie en de oorspronkelijke betekenis ervan ten volle laten klinken. Want Bach schreef ter meerdere ere van God en niet van het proletariaat, al wilde de DDR ons met vele uitvoeringen van de Boerencantate graag anders laten geloven.”

Negentig jongens in internaat

De onpersoonlijke zalen kent het internaat aan de Hillerstrasse niet meer. Zo’n tien leerlingen – van negen tot negentien jaar – bewonen nu een blok met rond de gemeenschappelijke ruimte slaapkamers voor drie personen, waarin ieder een bedstee heeft. „Op maandag, dinsdag en donderdag moeten ze verplicht overnachten”, vertelt sociaal werkster Sabine, „maar de meesten blijven de hele week, want ze ervaren hier meer vrijheid dan thuis.”

Negentig jongens telt het internaat nu en 80 procent komt uit een kring van honderd kilometer rond Leipzig. De kosten zijn 130 euro per maand, maar arme gezinnen krijgen subsidie van de stad. „We zijn geen eliteschool”, betoogt Schwarz. „Ieder muzikaal talent is welkom.”

Na de middelbare school zit hun tijd erop. En wanneer de stem breekt, dan zingen ze een poos niet, maar zetten zich in op andere terreinen. „Dat geeft de leerlingen ook de gelegenheid een balans op te maken, om na te denken of ze dit werkelijk willen”, zegt de dirigent.

In de hal slalommen twee tienjarige jongenssopranen om Schwarz en de pilaren heen. „Er is veel veranderd, maar één ding blijft”, mijmert hij. „De betovering van Bach hangt hier altijd. Die voelde ik als kind bij het binnenkomen van dit gebouw midden jaren zestig. En die onderga ik nog steeds, nu ik een oude man ben.”

Thomanerchor met Gewandhausorchester Leipzig o.l.v. Gotthold Schwarz zingt deze week in Amsterdam (30/10), Eindhoven (31/10), Arnhem (1/11), Heerlen (2/11) & Rotterdam (3/11).
    • Joost Galema