Opinie

    • Wilmer Heck

Italië en de euro als twistappel in Brussel

Met de Italiaanse begroting die Brussel afkeurde, is volgens Ewald Engelen niets mis. Maartje Wijffelaars stelt dat Italië de welvaart van toekomstige generaties op het spel zet. Een twistgesprek per e-mail onder leiding van Wilmer Heck.

Voor het eerst keurde de Europese Commissie deze week de begroting van een lidstaat af. Volgens Brussel laat Italië de staatsschuld te ver oplopen. Hoogleraar financiële geografie Ewald Engelen vindt dat geoorloofd om de haperende economie aan te zwengelen. Volgens Rabobank-econoom Maartje Wijffelaars berokkent de Italiaanse regering de economie op langere termijn alleen maar meer schade. De twee gaan met elkaar in debat over de stelling ‘Er is helemaal niets mis met de Italiaanse begroting’.

Ewald Engelen is EE, Maartje Wijffelaars is MW

EE: „De Italiaanse begroting weerspiegelt de voorkeuren die Italiaanse burgers tijdens de laatste verkiezingen hebben uitgesproken. Oftewel, het gaat hier om democratisch gelegitimeerde keuzes. Bovendien bevindt Italië zich sinds de introductie van de euro in een onderbestedingscrisis. De reëel besteedbare inkomens van Italiaanse huishoudens bevinden zich op het niveau van 1997. Dit is de belangrijkste verklaring voor de matige economische prestaties van Italië en voor het hoge percentage slechte bedrijfsleningen op de balansen van Italiaanse banken. Een ruimer begrotingsbeleid is dan de beste remedie. En dat is precies wat de huidige regering doet. Dus: democratisch legitiem en economische verstandig.”

MW: „Er is niet per definitie iets op tegen dat Italië maatregelen invoert om de economie te stimuleren. Maar gezien de hoge schuldenlast moeten de maatregelen dan ook op langere termijn de inkomstencapaciteit van de overheid vergroten, óf er moet worden gekort op andere posten. Van beide is in de huidige begroting onvoldoende sprake. Het risico is groot dat de overheid op een later moment moet bezuinigen om te voorkomen dat de schuld niet langer te financieren is. De regering zet de welvaart van toekomstige generaties op het spel. En daar heeft het volk níet voor gekozen.”

EE: „Niet mee eens. Italië wordt nu door Noord-Europese media, de Europese Commissie en internationale beleggers neergezet als een potverteerder. Feit is dat Italië al bijna vijftien jaar een primair overschot op de begroting heeft. Dat betekent dat de staat, voor rentebetalingen en aflossingen op de staatsschuld, meer binnenkrijgt dan ze uitgeeft. Dat zijn betere prestaties dan bijvoorbeeld bezuinigingskampioen Duitsland heeft geboekt. En ook als je kijkt naar de samenstelling van de Italiaanse schulden moet je constateren dat die rooskleuriger is dan die van Nederland. Italië heeft wat meer publieke schulden, Nederland veel meer private schulden. De crisis van 2008 heeft geleerd dat de laatste veel gevaarlijker zijn voor de macro-economische stabiliteit van een land. Waar het om gaat is wat je met die tekorten en die schulden doet. Aanzwengelen van de economische groei door de schuld op zijn beloop te laten en de begrotingstekorten op te laten lopen zou wel eens de beste besteding van publieke middelen kunnen zijn die je kan bedenken. Al was het maar omdat hogere economische groei de braindrain stopt en de hoogst opgeleide generatie ooit meer verdienkansen biedt.”

MW: „Het primaire overschot is inderdaad een indrukwekkende prestatie van Italië, dat zal ik niet ontkennen. Maar feit is ook dat dat nodig was om de enorme rentelasten van de schuldenberg te kunnen dragen. En voor de discussie nu gaat het om de plannen die de huidige regering heeft. Ze leiden vermoedelijk weliswaar niet tot een primair tekort of een directe schuldencrisis, maar vergroten wel de kwetsbaarheid van de staatsfinanciën voor toekomstige economische schokken, omdat ze niet tot permanent hogere groei leiden. Dat bezuinigen op zichzelf niet het medicijn is gebleken om de economische groei en overheidsfinanciën te verbeteren, betekent niet dat extra geld uitgeven dat wel is. Zeker niet als er hoge kosten worden gemaakt voor iets waar de economie geen baat bij heeft, zoals het verlagen van de pensioenleeftijd. Het gaat erom dat overheidsmiddelen juist worden ingezet en dat de groeicapaciteit van de economie wordt vergroot.

Wat betreft de samenstelling van de schuld: het klopt dat private schulden erg schadelijk kunnen zijn en dat die in Italië laag zijn. Maar het is onzinnig om je net zoveel zorgen te maken over de financiële stabiliteit in Nederland als in Italië. Neem als bewijs het effect van de afgelopen crisis op de staatsfinanciën van beide landen. Het probleem voor de Italiaanse overheid, lage private schulden of niet, is dat ze haar torenhoge schuld moet zien af te betalen of herfinancieren. Naarmate de schuld sneller groeit dan het potentieel van de economie, ofwel de terugverdiencapaciteit van de overheid, wordt dit lastiger en lastiger.”

EE: „Voorbij de welles nietes discussie over de vraag of het gevoerde begrotingsbeleid juist is of niet, zou ik graag een principiëler punt willen maken. Wat mij betreft laat de casus Italië zien wat een misbaksel de euro is. Het staat lidstaten onvoldoende toe een progressief begrotingsbeleid te voeren en geeft de ongekozen technocraten van de Europese Commissie het laatste woord. Daarmee is dit een perfecte illustratie van de onverenigbaarheid van democratie en muntunie. Ik zou graag zien dat we alsnog een brede maatschappelijke discussie voeren over hoe we met zo min mogelijk schade van dit gedrocht af kunnen komen. En voor de goede orde: daarvoor zijn niet alleen democratische redenen, maar ook macro-economische. De bijdrage van de euro aan onze geaggregeerde economische groei is verwaarloosbaar geweest. Terwijl het het reëel besteedbaar inkomen van huishoudens in vrijwel alle lidstaten heeft geschaad. Alleen de exportsector heeft er wat aan gehad.”

MW: „Laten we het bij de feiten houden. Het is waar dat de muntunie niet volmaakt is en dat verbetering mogelijk en nodig is. Maar het is onjuist om te suggereren dat de euro niet heeft bijgedragen aan onze economische groei. Ook zijn de huidige problemen in Italië niet de schuld van de euro en de begrotingsregels. Italië lijdt al decennia onder zwak bestuur en beleid waardoor de economische groei al decennia achter blijft. De hoge rentelasten horend bij de enorme schuldenberg noopten de Italianen lang voor het eurotijdperk tot bezuinigingen op andere uitgaven. Toetreding tot de eurozone heeft er zelfs voor gezorgd dat de Italianen minder hebben hoeven bezuinigen om de schuld draagbaar te houden. Door het vooruitzicht van de euro daalde de rente op Italiaans staatspapier in aanloop naar de muntunie namelijk. Als ze nu niet in de muntunie hadden gezeten was de rente op staatspapier waarschijnlijk hoger geweest dan nu het geval is, omdat er een minder sterk vangnet zou zijn en omdat het risico op devaluatie van de munt groter zou zijn. Met koopkrachtverlies van de bevolking tot gevolg.

Ik vind het dan ook verstandiger om met elkaar een discussie te voeren over hoe we onze muntunie sterker kunnen maken, dan om te denken dat we zonder schade van de euro af kunnen.”

    • Wilmer Heck