Ik wil echt, écht niet meer roken

Verslaafd Stoppen met roken is vaak een gevecht. NRC-redacteur Miriam van ‘t Hek deed een oproep op Facebook: steun me, moedig me aan, help me stoppen. „Anderen blijken ervan overtuigd dat het me gaat lukken.”

Illustratie Gijs Kast

‘Of ik me schaam? Kapot. Of ik verdrietig ben? Intens.’ Het is een maandagmiddag in augustus en ik plaats bij hoge uitzondering een bericht op Facebook, of liever gezegd een noodkreet. Ik wil echt, écht niet meer roken en dat mag iedereen weten. Ik roep mijn ‘vrienden’ op me aan te moedigen en berichtjes te sturen, ‘vandaag, of juist over een aantal dagen/weken wanneer ik het waarschijnlijk het hardst nodig heb’. Me amper bewust van het aantal mensen bij wie dit op de tijdlijn verschijnt schrik ik van het effect. De hele avond stromen de berichtjes binnen.

‘Voor wie mij een klein beetje kent: ik voel me goed bij (véél) positieve aandacht en support’, schreef ik voor de volledigheid in mijn oproep. De boodschap lijkt duidelijk. Men is ‘nu al trots!’, ik zou ‘veel te knap zijn om te roken’(?), er is ‘bewondering voor mijn openheid’. Maar vooral komen er reacties binnen van ervaringsdeskundigen. ‘Als ik het kan, kan jij het ook!’, ‘je weet wat voor strijd het voor mij is geweest’, ‘#bijna11maandengestopt’, ‘ik stopte dit jaar op mijn zestigste verjaardag’, en ‘…nicotine werkte bij mij sterker dan de harddrugs waar ik nu ook vanaf ben…’, het verschijnt allemaal openlijk onder mijn bericht.

Wat heb ik gedaan? Er is nu echt geen weg meer terug. Is dit allemaal niet wat té dramatisch?

Nee, dramatisch was het om op de zondagochtend voor ik het bericht postte huilend wakker te worden. Wéér met een brandende tong, in mijn mond zo droog als karton. Zaterdagavond had ik (vrouw, 37 jaar) mezelf al zuigend aan een sigaret aan een vriendin horen vertellen hoe zat ik het was, dat roken. Zelfs met die irritante kriebelhoest pafte ik gewoon door. Die ochtend besloot ik de twee sigaretten die ik nog overhad weg te gooien. Ik deed zoiets al vaker. Eén keer lukte het om daarna een paar maanden niet te roken. Alle andere keren gaf ik de moed binnen een week, of soms zelfs een dag op.

High fives

De dag na mijn bericht blijkt het live-effect van mijn sociale experiment nog veel groter. Direct om 9.00 uur staat een collega die ik amper ken aan mijn bureau om me een hart onder de riem te steken. De rest van de dag ontvang ik de ene na de andere high five en word ik waar ik ook loop nageroepen. ‘Goed bezig Miriam!’, ‘stoere actie!’. Al deze positieve aandacht laat me zweven. Ik ben er zelf helemaal niet zeker van dat ik dit kan, maar anderen blijken ervan overtuigd dat het me gaat lukken. Geen sigaret opsteken. Gewoon niet doen.

Uiteindelijk voer ik deze strijd toch in mijn eentje, en ben ik dus ook de enige die dit kan verprutsen

Als ik aan het eind van de dag het pand verlaat, grijpt het me naar de keel. Ineens is daar die hevige trek in een sigaret. Gelukkig staat het eerste telefoongesprek met mijn ‘stoppen met roken-coach’ gepland, waarvoor ik me een dag eerder online heb aangemeld. Chantal doet precies wat ze moet doen. Ze luistert naar mijn verhaal en complimenteert me met mijn aanpak. We maken een nieuwe belafspraak voor over twee weken. Ik stap op de fiets maar mijn benen voelen slap. Ik durf niet met zekerheid te zeggen dat Chantal over veertien dagen nog trots op me zal zijn. Geweldig, al die support, maar uiteindelijk voer ik deze strijd toch in mijn eentje, en ben ik dus ook de enige die dit kan verprutsen.

Eenmaal thuis ga ik verder in het boek De opluchting van Jan Geurtz. In één dag van het roken af, belooft de ondertitel. Het staat al jaren in de kast, ik las het eenmaal eerder. Zonder blijvend resultaat dus. Ik huil tranen met tuiten, al weet ik niet zo goed waarom. Vind ik mezelf zielig dat ik dit moet doorstaan? Of doet het afscheid me pijn? Het afscheid van mijn zogenaamde beste vriend, de sigaret? Nee, het boek slaat me om de oren met de waarheid die ik moet horen. Hoe raar het is dat je iets wat je níét wilt doen, toch doet. Iets waarvan je weet dat het ziekmakend is. De schrijver laat me inzien dat ik mezelf met elke sigaret die ik rook vertel dat ik een slappeling ben. Au.

Lees ook: Pleisters, coaching of hypnose, wat helpt bij stoppen met roken?

De rest van de week blijven de berichten en live aanmoedigingen binnenkomen. De kennis die elke dag een vrolijk, aanmoedigend gifje in mijn inbox dropt. De collega die openhartig vertelt over de meerdere verslavingen die hij zelf wist te overwinnen. De vriendin die onlangs haar rokende moeder verloor aan kanker en daarom éxtra trots op me is. Ex-rokers, nooit-rokers en een enkele roker, allemaal geven ze me het gevoel dat ik een grote prestatie lever.

Die laatste sigaret

In het (niet in één dag uitgelezen) boek van Geurtz markeer ik dat weekend zinnen als „Je doet geen poging, je hebt een besluit genomen” en „Eén sigaret bestaat niet!” Ik leer hoe ik moet omgaan met de zogenoemde ontwenningsscheuten. Gelukkig maar, want die zijn er, meerdere keren per dag. Van licht tot heel hevig, met een duur van een tiental seconden tot enkele minuten. De eerste dagen schrik ik ervan - zie je wel, ik ben nog hartstikke verslaafd! - maar met elke keer dat ik besluit niet tegen dit gevoel te vechten en het gewoon voorbij te laten gaan, voel ik me sterker worden. Ik begin het te begrijpen: „Stoppen met roken is moeilijk, maar alleen vóór het moment van stoppen. Na het stoppen is er alleen maar opluchting, bevrijding, energie en zelfvertrouwen.” Zou ik hier als roker een beetje lacherig van zijn geworden, nu ik het monster die de verslaving is eindelijk recht in de bek heb gekeken klinkt het gewoon als niets minder dan de waarheid. Als in het laatste hoofdstuk sterk wordt aangeraden nú je laatste sigaret te roken (je zou het boek al rokende moeten lezen) vraag ik mijn geliefde om advies. Zal ik dan toch…? Nee, natuurlijk niet, je rookt al een hele week niet!

Toch twijfel ik. Deze stoppoging móét lukken en alles wat ik lees is zó waar, moet ik dit advies echt in de wind slaan? Ja! Want ik doe dus geen poging, ik nam een besluit. En één sigaret bestaat niet. Dus ik rook ’m niet, ik doet dit op mijn manier en het gaat al een week goed. Het laatste beetje schaamte over mijn verslaving verlaat mijn lichaam.

Vaatchirurg Joep Teijink behandelt patiënten die jarenlang hebben gerookt. Lees ook: Roken tot je grote teen eraf moet

Want wat heb ik me geschaamd voor mijn rookgedrag, vooral de laatste jaren. Tegenover de niet-roker, om de stank die ik met me meedroeg of het onderbreken van een samenzijn voor een sigaret. Tegenover iedereen die me weer zag roken na een mislukte stoppoging. Maar vooral tegenover mezelf. Die schaamte maakt nu plaats voor zelfvertrouwen. Ik voel me sterk, zowel fysiek als mentaal. Ik word ’s morgen fris wakker, tijdens een hardlooptraining blijk ik een snellere tijd te rennen dan een paar weken geleden en ik maak me niet meer druk om hoe ik ruik als ik iemand omhels.

Ik volg het advies op om van deze nieuwe kracht te profiteren door situaties waar ik bang voor ben niet meer uit de weg te gaan. Op mijn werk ga ik een moeilijk gesprek aan dat ik al veel eerder wilde voeren. Ik begin met zangles. Ik schrijf dit artikel.

In het bericht aan mijn Facebookvrienden zei ik alvast sorry voor het feit dat ik misschien zo’n fanatieke ex-roker zou worden die anderen van het roken af zou willen helpen. Ik durf te zeggen dat dat niet het geval is. Dat al twee mensen míj in de afgelopen weken om advies vroegen hoe te stoppen met roken vind ik na een rokerscarrière van 25 jaar wel minstens (nóg) iets om trots op te zijn.

    • Miriam van 't Hek