Huisarts niet vervolgd om euthanasie 72-jarige vrouw

Twee dagen voor de levensbeëindiging raakte de vrouw in coma. De zaak was vorig jaar doorgestuurd naar het OM door de regionale toetsingscommissies euthanasie.

Foto iStock

Een huisarts die vorig jaar euthanasie uitvoerde bij een 72-jarige vrouw wordt niet strafrechtelijk vervolgd. De vrouw had geen schriftelijke wilsverklaring opgesteld en raakte twee dagen voor de levensbeëindiging in coma. Het Openbaar Ministerie besloot vrijdag de zaak onvoorwaardelijk te seponeren omdat de arts “overeenkomstig de zorgvuldigheidsnormen [heeft] gehandeld”.

De patiënte leed aan uitgezaaide kanker, was uitbehandeld, en ervoer haar lijden als ondraaglijk. Nadat de vrouw na een hersenbloeding in coma raakte, besloot de huisarts op verzoek van de familie - die palliatieve sedatie “absoluut niet wilde”- de euthanasie door te laten gaan. Toen de arts aan de 72-jarige vrouw vroeg of zij euthanasie wilde, reageerde zij met hoofdknikken en handknijpen.

‘Patiënte kon nog communiceren’

Volgens het OM was er weliswaar sprake van een verlaagd bewustzijn, maar die was “niet zodanig dat de patiënte niet meer kon communiceren”. Een schriftelijke wilsverklaring was niet nodig doordat zij met haar hoofd kon knikken en in haar handen kon knijpen, schrijft het College van procureurs-generaal.

Daarnaast heeft de 72-jarige vrouw voorafgaand aan haar hersenbloeding meerdere malen haar euthanasiewens geuit tegenover de huisarts. Tevens was er bij de patiënte sprake van duidelijke tekenen van lijden en had zij zichtbaar pijn.

Eerder oordeelde de regionale toetsingscommissies euthanasie (RTE) dat de signalen van de patiënte onvoldoende waren voor een euthanasiewens. Vooral het ontbreken van een schriftelijke wilsverklaring was problematisch voor de toetsingscommissie.

“De commissie komt derhalve tot de conclusie dat het hoofdknikken en handknijpen in deze specifieke situatie onvoldoende zijn als kwalificatie van een bevestiging van de euthanasiewens van patiënte. Dit klemt des te meer nu een onderliggende wilsverklaring ontbrak”.

De RTE stuurde daarom de zaak door naar het OM voor een strafrechtelijke beoordeling.

    • Huib de Zeeuw