Recensie

Een nostalgisch maar ook hedendaags rijmboek, dat heel Nederland zou moeten lezen

Slaapliedjes en kolderrijm – ze duiken altijd weer op. Robbert-Jan Henkes bracht 264 van zulke tekstjes bijeen en vertaalde ze. (●●●●●)

Tekening uit besproken boek

See-saw, sacradown, which is the way to London town?’ ofwel: ‘Wip wap wonder, hoe kom ik in Londen?’ Nog even, en Engeland is gesloten. Of komt er nog een timmerman, die de sleutel maken kan? Schrik of geruststelling, verwondering of grap: voor elk Brexit-gevoel is in de feestelijke bundel En weg was haar neus, samengesteld door Robbert-Jan Henkes, wel iets passends te vinden uit de Engelse schat aan bakerrijmpjes. Van ‘London bridge is falling down’ tot ‘hush, my baby, don’t you cry’.

Slaapliedjes, raadselspelletjes, aftelreeksjes, kolderrijm. Henkes koos en vertaalde 264 tekstjes van de 800 die in het onvolprezen The Oxford Nursery Rhyme Book van het folkloristen-echtpaar Iona en Peter Opie uit 1955 staan. Hij voegde onder het kopje ‘Extra’s’ bovendien nog een twintigtal andere toe, die destijds te lasterlijk of te scabreus werden bevonden.

Natuurlijk is En weg was haar neus voor een deel nostalgie, toch is opvallend hoeveel je ervan kent. Alleen al in de popmuziek zijn overal samples terug te vinden: bij The Beatles bijvoorbeeld, maar ook bij Run DMC, Kanye West en Eminem. Of bij Nicki Minaj, die in ‘Black Barbies’ rapte: ‘Peter Piper picked a pepper,/ and my cake is triple decker.’ En dit geldt ook voor de literatuur. Flarden van bakkerrijmpjes duiken altijd weer op.

Met en zonder viool

Robbert-Jan Henkes (1962) geeft in zijn verantwoording treffende voorbeelden van de varianten die er in de loop der tijd zijn gevormd. Vaak doet hij dit erg geestig, speels en meeslepend. Over het bekende versje ‘The cat and the fiddle’ schrijft hij bijvoorbeeld: ‘opvoeders [stonden] klaar om te proberen een gekuiste versie te fabrieken. De eerste verzamelaar van nursery rhymes, John Orchard Halliwell, nam [...] een door predikanten aan de zichtbare werkelijkheid aangepaste versie op, een versie die nooit echt is aangeslagen.’ Henkes becommentarieert die:

Hey! Diddle, diddle, [goed, dat kan nog]
The cat and the fiddle. [zolang de kat er niet op speelt, oké]
The cow jumped under the moon; [en niet over natuurlijk]
The little dog barked [en niet laughed, lachen doen honden niet]
To see such a sport, [laten we staan]
And the cat ran after the spoon. [niet the dish ran away with the spoon]

Dat was in 1842. Maar tegenwoordig gaat het er niet veel beter aan toe. ‘Ba ba black sheep (have you any wool?)’ is op sommige scholen verboden, een feit dat Henkes vreemd genoeg onvermeld laat. Het wordt, o zo politiek-correct-wollig, wel veranderd in ‘Ba ba rainbow sheep’. Henkes, die liefst zo dicht mogelijk bij de ‘brontekst’ blijft, handhaaft in zijn vertaling het zwart: ‘Zwart mijn schaapje, heb jij nog wat wol?’ Maar het versje is in Nederland juist bekend als: ‘Schaapje, schaapje, heb je witte wol?’. Het kan kortom verkeren. ‘Van kinderversjes valt geen correcte versie te geven’, schrijft Henkes dan ook in zijn verantwoording, want de enige versie die ertoe doet, ‘is de versie die je je zelf herinnert’. Hij denkt niet in termen van goed en fout.

Weg is de muur

Vermakelijk en boeiend blijft het wel, over (mogelijke) achtergronden en (vertaal-)varianten te lezen. In het vrolijk-deskundige notenapparaat vertelt Henkes gelukkig hapsnap allerlei extra achtergronden bij de rijmpjes, of toont vertaalgedoe door de jaren heen. Zo zit Humpty Dumpty overduidelijk op een muur, op het plaatje én in de tekst, maar wat rijmt er in Nederland nou op ‘muur’? Er zijn hiervoor drie ‘vertaalstrategieën’, aldus Henkes: ‘je gooit de zin om en begint met de muur’, ‘je knutselt aan het rijmschema’ of ‘je moffelt de muur weg naar een andere regel’. Hij laat oplossingen van vertalers door de eeuwen heen zien (dikwijls valt het ei van rekjes, hekken en daken) en geeft er als bonus nog wat onbekende eierrijmpjes bij, zoals: ‘Ik gooide een dingetje op het dak,/ en het komt er geel weer af.’ In zijn eigen vertaling kiest hij voor: ‘Homptie-Domptie zat op z’n kont,/ Homptie-Domptie viel op de grond.’ Weg is de muur; wel klinkt ‘Homptie-Domptie’ extra rond en eierachtig, en dat is winst.

Uit Henkes keuze uit de oorspronkelijke collectie van Opie en Opie blijkt hoe rijk en uiteenlopend het bakerrijm is. Hij handhaaft hun indeling, beginnend bij slaapliedjes voor heel jonge kinderen tot aan de wat ingewikkelder ‘Ballades en liederen’. Daarbinnen tref je van alles: van kolder tot logica, van ezelsbruggetje tot nonsensica, van getroost worden tot griezelen, of allebei tegelijk:

Here comes a candle to light you to bed,
And here comes a chopper to chop off your head:
Chip chop, chip chop, the last man’s dead

Hier komt de kaars – op een draf, draf, draf,
Hier komt het hakmes – dat hakt jouw hoofd af:
Hak en hak, hakkerdehak – en de laatste is voor ’t graf.

In de eerste plaats zijn bakerrijmpjes een kennismaking met taal, en met taalspel. Henkes blinkt uit in klankrijm. ‘Thumpaty, thumpaty, thump’, wordt: ‘Kloppetie, kloppetie, klop,’ wat opvallend mooi rijmt op ‘stoppetie, stoppetie, stop’ en op ‘noppetie, noppetie, nop’. Het betreft hier een soort #MeToo-rijm avant la lettre: ‘Young Roger’ klopt tevergeefs op ‘Dolly’s’ raam. Hopelijk vertrekt hij braaf nadat hem de toegang wordt geweigerd.

Hoor hem hompelen

‘De kindersmaak gaat uit naar een combinatie van klankrijke woorden, onomatopeeën, ongerijmdheden, strakke ritmes en rare rijmen, met woorden als bezweringsformules, die op een melodie eindeloos herhaald kunnen worden’, schrijft Henkes. Hij heeft in die geest vertaald. Daarnaast wilde hij dat de oorspronkelijke plaatjes uit The Oxford Nursery Rhyme Book bleven passen. In de ‘gegevenheden’ van de versjes – inhoud, vorm, ritme, rijm – veranderde hij dus zo min mogelijk. Gelukkig houdt hij zich daar toch ook niet al te strikt aan.

Henkes’ vrijere, speelsere vertalingen leveren soms echt winst op, in toegevoegde betekenis of klank. Zo wordt ‘a crooked man’ in zijn Nederlands een ‘schots-en-scheve-man’, waardoor je hem al hóórt hompelen. ‘A pipkin and a popkin/ A slipkin and a slopkin’ wordt geestig: ‘Een trekdrop en een trekpop,/ Een dropdrip en een dripdrop.’ Extra geladen wordt het soms ook:

If a body meets a body
In a field of fitches;
Can a body tell a body
Where a body itches

Als een gene treft een gene
In een veld vol wikke,
Kan een gene dan die gene
Zeggen waar het kittelt.

Is En weg was haar neus een naslagwerk, of toch ook een voorleesboek? Voor wie is het precies bedoeld? Ik denk voor heel Nederland, van alle leeftijden:

Jack and Jill
Went up the hill,
To fetch a pail of water

Jip en Janneke
Vulden een kanneke
Water op de heuveltop

    • Judith Eiselin