Grond voor minder straf

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze keer: fiscaal recht.

Wegens liquiditeitsproblemen boekt een bv die opleidingen voor financiële professionals verzorgt, steeds later de facturen, om zo ook later de verschuldigde btw te betalen. De fiscus pikt dit niet en legt het bedrijf vergrijpboetes van in totaal bijna 17.000 euro op „wegens het opzettelijk niet binnen de in de belastingwet gestelde termijn betalen van de over die tijdvakken verschuldigde omzetbelasting”. Omdat het bedrijfje op jaarbasis wel de juiste bedragen aan btw betaalt, verlaagt de Belastingdienst de boetes. In oktober 2017 noemt het gerechtshof in Den Bosch dit passend en geboden.

De Hoge Raad oordeelde onlangs in cassatie dat de Belastingdienst ook rekening had moeten houden met een andere strafverminderende omstandigheid: de belastingschulden van de bv. Die bedragen namelijk ruim 100.000 euro en hebben duidelijk invloed op de financiële positie van het bedrijf. „Het karakter van deze schulden vormt geen grond om dit element van zijn draagkracht buiten beschouwing te laten bij de bepaling van de proportionaliteit van een boete”, aldus de Hoge Raad. De zaak is verwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden „voor een nieuwe beoordeling van de hoogte van de boetes”.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2018:1895
    • Anne van der Schoot