Feyenoord in de Arena, waar gaat het steeds mis?

De Klassieker

Feyenoord wint zelden bij Ajax. Een zoektocht naar oorzaken, aan de vooravond van de 185ste Klassieker. Is het de druk, de bluf of toch het effect van de Arena?

Het laatste winnende team van Feyenoord in de Arena in 2005. Met onder anderen: Serginho Greene, Dirk Kuijt, Ali Boussaboun, Patrick Paauwe, Ferne Snoyl, Leonardo en Alexander Östlund. Foto Michael Kooren/Reuters

De rode lap is misschien te groot. De drang, de druk, de wil om Ajax te verslaan. De zelfverzekerdheid van Ajax, de vanzelfsprekendheid die er is ingeslopen dat zij de Klassieker winnen, het kwaliteitsverschil, de stuwende werking van de Arena en een beetje bluf: het is die mix van factoren waarin de verklaring gezocht kan worden waarom Feyenoord keer op keer verstrikt raakt op bezoek bij de rivaal.

Zondag 14.30 uur, Ajax-Feyenoord. Ploeg in topvorm tegen een ploeg die zoekende is. In Rotterdam wordt gevreesd voor een afstraffing, meer dan in andere jaren. Clublegende Willem van Hanegem en stadionspeaker Peter Houtman houden hun hart vast, zeiden ze afgelopen week. De aanloop heeft iets defaitistisch – het gevoel van wanhoop bij de achterban, de onvermijdelijke nederlaag die men voorziet.

De cijfers. 184 Klassiekers zijn er gespeeld, in alle competities. Ajax won 84 keer, Feyenoord 55 maal. De laatste zege van Feyenoord in Amsterdam gaat terug tot 2005. Noem het een Arena-complex. Na de opening van het stadion – nu de Johan Cruijff Arena geheten – in 1996 won Feyenoord in alle 27 duels daar maar drie keer en verloor achttien keer. Doelsaldo: 64 om 22.

Feyenoord-aanvoerder Robin van Persie sprak deze week bij de training een „diehard fan” die het ergste vreest voor zondag, zo vertelde hij woensdag in een persgesprek. Van Persie: „Ik zei: maak je geen zorgen, we gaan er vol voor.”

Beloven dat ze gingen winnen, kon hij de man niet.

Feyenoord in de Arena, waar gaat het steeds mis?

Het ontbijtje van Martins Indi

„Negen van de tien keer wonnen we altijd van Ajax vroeger in de jeugd”, zegt voormalig Feyenoord-verdediger Bruno Martins Indi, nu spelend bij Stoke City in Engeland. Hij zat in de lichting met onder anderen Jordy Clasie en Stefan de Vrij. „Maar naarmate we bij het eerste kwamen, had Ajax de status dat zij altijd wonnen.”

Hij beschrijft, in algemene zin, hoe hij de aanloop naar een Klassieker in de Arena beleefde. Martins Indi speelde er vier in Amsterdam. „We gingen altijd eerst naar een hotel in Ridderkerk, vanaf daar vertrokken we. Je neemt gewoon een nuchter Nederlands ontbijtje. Je doet gewoon je normale dingen.”

„Je gaat de bus in. Luistert muziek. Kletsen, achterin hadden we een ronde tafel. Wij waren wel gebrand, dat kon je zien en voelen in de bus en de warming-up. Je bent wat rustiger dan normaal. Iedereen zit in zijn focus, dat heerste in de groep.”

„Als je de weg oprijdt naar het parkeerdek, zie je de hele Arena niet eens. Bij Feyenoord is dat anders, dan zie je de Kuip liggen vanaf de Van Brienenoordbrug en dan als je dat kleine dijkje afkomt. Maar je weet wel wanneer je de Arena nadert, je voelt dat je een grote wedstrijd ingaat.”

Wat er precies gebeurt met de psyche van een Feyenoord-speler als Rotterdam wordt verlaten en koers wordt gezet richting Amsterdam, ook in de wetenschap dat er (sinds 2009) geen uitsupporters mee mogen, is moeilijk te doorgronden.

Ruben Schaken, die van 2010 tot en met 2015 bij Feyenoord speelde: „Dan weet je dat het lastig gaat worden, natuurlijk.” Middenvelder Jens Toornstra, die er met Feyenoord drie keer verloor en één keer gelijkspeelde: „Het is niet dat we er al heen gaan van: oh, we gaan verliezen. Dat niet.”

Schaken, over wanneer de spelersbus de Arena nadert: „Dat is heel kicken. Je krijgt kippenvel als je daarnaartoe rijdt en supporters die je daar opwachten, naar je schelden.”

Medespelers met angst voor het duel in Amsterdam heeft Schaken nooit meegemaakt. „Integendeel. We waren opgefokt, we wilden heel graag een resultaat boeken, ook omdat je weet dat het lang niet gebeurd is.” Martins Indi: „Je voelt je niet geïntimideerd.”

Kritisch publiek

Schaken was erbij tijdens een 3-0 nederlaag in 2013. „Dat is wel een dingetje in de Arena. Als je daar achter komt te staan, wordt het heel lastig. Helemaal met een marge van twee”, vertelt hij. „Een Ajacied die voorkomt, gaat makkelijker voetballen, dat werkt voor hen als doping. Hoe meer goals ze maken, hoe gretiger ze zijn.”

Dat is de kunst, zegt Schaken: Ajax zo lang mogelijk niet laten scoren. „Het is heel kritisch publiek. Ze gaan morren, hoe langer je ze op 0-0 houdt of als je ze op achterstand brengt. Bij Feyenoord hebben ze iets meer geduld.”

Middenvelder Jordy Clasie, die afgelopen zomer terugkeerde bij Feyenoord, vertelt dat ze dit decennium „zeker” twee keer hadden moeten winnen bij Ajax. De eerste keer was in 2011 onder Ronald Koeman. Feyenoord zette vroeg druk, jaagde Ajax af en speelde achterin één op één, en voorin met drie aanvallers.

Schaken, die toen ook in de basis begon: „Je merkte dat het verwende Ajax-publiek dacht: wacht effe, we zouden toch gewoon winnen van Feyenoord. Je voelde de onrust en de schrik op de tribunes, zo van: wat gebeurt hier?”

Feyenoord had Ajax bijna op de knieën na een voorsprong en een rode kaart voor toenmalig Ajax-doelman Kenneth Vermeer, maar Jan Vertonghen maakte uit een hoekschop nog 1-1.

De rechtervoet van Kazim-Richards

De tweede keer was in 2015, onder Fred Rutten. Feyenoord was sterker, kreeg grote kansen. Een schot van Jean-Paul Boëtius werd van de lijn gehaald door Ajax-spits Arek Milik. „Milik is nog nooit op zijn eigen doellijn gesignaleerd, die kreeg een bal op zijn hoofd, dat wist ’ie helemaal niet”, vertelde Feyenoord-technisch directeur Martin van Geel in 2017 in een interview met NRC.

En een kopbal van Boëtius leek vrijwel zeker een doelpunt te worden, maar de rechtervoet van spits en ploeggenoot Colin Kazim-Richards stond in de weg. Van Geel: „Dat soort momenten, potverdorie nog aan toe. Aparte wedstrijden.” Het werd 0-0.

Samenvatting van de 0-0 uit 2015, met Feyenoord-spits Colin Kazim-Richards die een goal van een ploeggenoot voorkomt:

Voor de rest waren het de afgelopen jaren veelal kansloze exercities. Het zit ’m niet in de Arena zelf, of de grasmat, zeggen de spelers. Schaken: „Het is lekker spelen in de Arena.” Van Persie, met een knipoog: „De Arena is een favoriet stadion van mij, ik heb daar 21 keer gescoord voor Oranje.”

De laatste keer dat Van Persie namens Feyenoord in Amsterdam speelde, was in 2004, tijdens de ontspoorde wedstrijd op trainingscomplex De Toekomst tussen de beloftenelftallen: Ajax-fans bestormden het veld en belaagden Feyenoord-spelers, onder wie Van Persie. Enkele maanden later vertrok hij naar Arsenal.

„Eigenlijk was het voor iedereen die daar toen was een heel moeilijke ervaring”, zegt Van Persie. Marco van Basten en John van ’t Schip, op dat moment trainers van Jong Ajax, probeerden erger te voorkomen. Van Persie: „Die jongens van Ajax vonden het ook heftig.” Voor zondag is het geen thema bij hem, hij heeft het incident al lang geleden „een plek gegeven”.

Jan de Rek, chauffeur van de Feyenoord-spelersbus, was destijds aanwezig op De Toekomst. „Ik kan de dag nog zo herinneren, 15 april 2004.” Zondag rijdt hij de selectie ook weer naar Amsterdam. De Rek: „Met dat in je achterhoofd ga je toch altijd die kant op.”

Ajax-uit is niet zijn favoriete rit. Het laatste gedeelte worden ze onder politie-escorte naar de Arena begeleid. De Rek: „Normaal gesproken komen we zonder kleerscheurtjes aan. Misschien dat er wat tegen de bus vliegt, een paar blikjes of zo.” Met de bus is het krap manoeuvreren bij de Arena, zegt hij. „Ik ben altijd blij als we er weer schadevrij uitkomen.”

Zware nederlagen zijn van alle tijden, ook vóór de Arena er kwam. Als coach van Feyenoord verloor Mario Been negen jaar terug met 5-1, maar de 8-2 in 1983 in het Olympisch Stadion is hem het meest bijgebleven. Feyenoord speelde met Johan Cruijff. Been, die op de bank zat: „Cruijff kwam na afloop in de bus, iedereen zat met zijn hoofd tussen de knieën, en hij zei: kop omhoog, geen enkel probleem, wij worden toch kampioen.” En zo geschiedde: Feyenoord won dat jaar de titel en het bekertoernooi.

Van Persie weigert – hij kan ook niet anders als aanvoerder – mee te gaan in het pessimisme dat nu rond Feyenoord hangt. „Ons geloof is groot”, zegt hij. Hij ziet kansen tegen Ajax. „Ik heb tegen heel veel topploegen gespeeld. Eigenlijk was van al die ploegen er maar één echt onverslaanbaar, dat was het Barça van Pep [Guardiola].”

Teleurstelling bij Feyenoord-fans na de 5-1 nederlaag in 2009:

Dertienjarige vloek

De positieve commentaren over Ajax en PSV zijn „een beetje een hype, van sommige media”, zegt Van Persie. Iedere ploeg heeft „zwakke plekken”, zegt hij. „Wij hebben dat, Ajax heeft dat, PSV heeft dat. Dus ik ga niet mee in die hype dat het allemaal zo fantastisch is.”

Van Persie vertelt over zijn eerste Klassieker-ervaringen begin deze eeuw, toen hij genoot van een vrije trap die hij op de lat schoot. „Dat vond ik helemaal goud, dat hij zo heel mooi wegspatte.”

De liefhebber in hem is altijd gebleven, al zou hij nu liever zien dat zo’n vrije trap erin gaat. „Natuurlijk wil ik ook winnen. Juist bij Ajax wil ik heel graag winnen.”

Het wordt zeer waarschijnlijk zijn laatste Ajax-Feyenoord in Amsterdam. Als iemand de vloek van dertien jaar kan doorbreken, is hij het.

De enige goal van Van Persie ooit in de Arena tijdens een Klassieker:

Twitter avatar Feyenoord Feyenoord Rotterdam Remember this, Robin? 😏 ⚽️ @Persie_Official in 2003! #ajafey #Klassieker https://t.co/SdaMwq5upZ
    • Steven Verseput