Opinie

Eurozone

Harde lijn tegen Italië is gerechtvaardigd

Hoe verder met Italië? Dinsdag verwees de Europese Commissie de door de Italiaanse regering ingediende begroting terug naar de tekentafel. Dat was voor het eerst in de bijna twintigjarige geschiedenis van de Economische en Monetaire Unie. Rome heeft drie weken om een budget te maken dat wél op Brusselse instemming kan rekenen. Maar de coalitie van Lega en Vijfsterrenbeweging heeft al laten weten daar niets voor te voelen.

Dat brengt Brussel en Rome op een ramkoers. De vraag is of er te onderhandelen valt. De vergelijking met de Brexit dringt zich hier op: concessies van de kant van Brussel zouden het bouwwerk dat zij verdedigt onherstelbaar beschadigen. Net zomin als een vertrekkende lidstaat een voorkeursbehandeling kan vragen, kan een euroland uitzonderingen op zijn begrotingsbeleid bedingen. Het zou andere landen verleiden soortgelijke concessies te eisen. Daarmee zou het vloerkleed onder de euro worden weggetrokken.

In dat verband is het onvergeeflijk geweest dat de twee pijlers onder de euro, Duitsland en Frankrijk, vier jaar na het begin van de euro beide de begrotingsregels openlijk overtraden. Dat precedent kan nu giftig worden. Zeker omdat Frankrijk, hoewel min of meer in overeenstemming met de regels, in tweederde van de jaren die de euro bestaat een begrotingstekort had van boven de 3 procent. Ook Frankrijk kreeg deze week kritiek op zijn begroting, evenals België, Slovenië, Spanje en Portugal.

Toch is Italië bijzonder. De uitdagende toon van Rome, dat geen concessies wenst te doen, speelt hier een rol. De Italiaanse overheidsfinanciën wijken af van de rest van de eurozone. De staatsschuld, van iets meer dan 130 procent van het bruto binnenlands product, is de hoogste na Griekenland. Economische dynamiek om uit de schulden te groeien is nauwelijks voorhanden. De productiviteitsgroei is laag, de bevolking vergrijst. Het land staat ruim onder bijvoorbeeld Kazachstan op de concurrentieranglijsten en economische groei is er structureel niet of nauwelijks.

Het is begrijpelijk dat een nieuwe regering zoekt naar een ander recept na meer dan een kwart eeuw van stagnatie en achteruitgang. Maar stimulering is het antwoord niet. Niet alleen omdat de staatsschuld simpelweg te groot is om nóg meer schulden aan te gaan. Ook omdat het werkelijke perspectief ligt in het veranderen van de manier waarop economie en bestuur werken. Dat zijn de beruchte ‘structurele hervormingen’ waarop door de buitenwereld al zo lang wordt aangedrongen. Het terugdraaien van de verhoging van de pensioenleeftijd, een van de maatregelen van Rome, hoort daar niet bij. Lastenverlichting voor het bedrijfsleven én de invoering van een soort basisinkomen zijn de twee andere belangrijke maatregelen. Deze combinatie lijkt geen blijk van consistent beleid, maar eerder een politieke uitruil van de speerpunten van beide coalitiepartijen.

Er zijn zo twee belangrijke redenen voor de Europese Commissie om voet bij stuk te houden. Concessies creëren een precedent en hollen het project van de euro uit. En de begroting waarmee Rome komt, is een gemiste kans. Nu mag elke nationale regering zelf uitmaken wat zij doet, maar wél binnen de marges van de gezamenlijke Europese begrotingsregels. De euro heeft gezorgd voor een verregaande lotsverbondenheid tussen de landen die de munt voeren. Het huidige Italiaanse plan bedreigt de stabiliteit van de eurozone als geheel. De ingreep van de Europese Commissie is dan ook terecht.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.