Opinie

    • Martijn Katan

En dan nu de nadelen van Open Access tijdschriften

Column Martijn Katan

Wetenschappers die hun ontdekkingen voortaan niet meer publiceren in tijdschriften met abonnees, maar alleen nog in gratis Open Access-tijdschriften. Is dit een goed idee?

De EU eist dat wetenschappers hun ontdekkingen voortaan niet meer publiceren in tijdschriften met abonnees, maar alleen nog in gratis Open Access-tijdschriften. Is dit een goed idee?

Universiteitsbestuurders zijn voor, want de abonnementen van wetenschappelijke uitgevers zoals Elsevier worden onbetaalbaar. Elsevier krijgt nu per gepubliceerd artikel vijfduizend euro of meer, terwijl hun kosten maar de helft daarvan zijn. Die prijs kan dus fors omlaag, maar de universiteiten durven of kunnen de strijd met de uitgevers niet aan. Ik begrijp niet waarom. Zijn ze bang dat de uitgevers de levering staken? Wij wetenschappers redden ons best een tijdje zonder Elsevier c.s.; desnoods gaan we naar Sci-Hub, waar je hun publicaties gratis kunt downloaden. Illegaal, maar nood breekt wet.

Bij Open Access zijn alle wetenschappelijke artikelen voor iedereen gratis. Dat klinkt aantrekkelijk, maar er is altijd iemand die betaalt. Bij Open Access is dat de auteur-onderzoeker. Die moet een paar duizend euro betalen om zijn artikel gepubliceerd te krijgen. Nu krijgt hij die kosten nog terug van zijn universiteit, maar ik verwacht dat binnen vijf jaar wetenschappers de publicatiekosten zelf moeten optrommelen. Geen probleem voor gevestigde laboratoria, maar beginnende onderzoekers krijgen het zwaar, net als wetenschappers in de talen en de sociale wetenschappen.

Een ander probleem is het opkomen van ‘rooftijdschriften’. Handige jongens bedenken een vertrouwenwekkende tijdschriftnaam en sturen mails rond dat je er tegen betaling een artikel in mag publiceren. Ik krijg dagelijks van die mails. Met name onderzoekers uit de derde wereld trappen erin. Ze uploaden een artikel naar de website van het tijdschrift, betalen een paar honderd dollar en hebben een publicatie, ook al is het in een rooftijdschrift zonder reputatie. Rooftijdschriften zijn lucratief omdat ze geen kosten maken voor kwaliteitscontrole.

Serieuze Open Access-tijdschriften – dat zijn de meeste – sturen net als abonnementstijdschriften een artikel eerst naar een paar experts. Die bestuderen het, leveren gedetailleerde kritiek en adviseren of het gepubliceerd kan worden. Dat heet peer review en het vereist een forse en dure organisatie. Peer review heeft zijn beperkingen, maar echte onzin komt er zelden doorheen. Rooftijdschriften doen daar niet aan. Ze doen ook niets aan de leesbaarheid van het artikel of de kwaliteit van grafieken; alles wat binnenkomt gaat ongelezen het internet op, als er maar betaald wordt.

Een Australische computerwetenschapper had zijn buik zo vol van de mails van het rooftijdschrift International Journal of Advanced Computer Technology dat hij ze een artikel stuurde van 10 bladzijden dat geheel bestond uit herhalingen van één zin: Get me off your fucking mailing list Get me off your fucking mailing list . Nadat hij de rekening van 150 dollar had betaald werd het ‘artikel’ prompt gepubliceerd; kennelijk had niemand ernaar gekeken. Je kunt in een rooftijdschrift schrijven wat je wilt. Dat vergemakkelijkt het zaaien van wetenschappelijk getinte twijfel, bijvoorbeeld over het effect van fossiele brandstoffen op het klimaat of over de veiligheid van vaccinaties. Wetenschappers weten dat zo’n publicatie nep is, maar op Twitter klinkt een verwijzing naar een artikel in een tijdschrift met een gewichtige naam overtuigend genoeg.

Ook serieuze, integere tijdschriften kunnen in de knel komen als Open Access verplicht wordt. Het is alsof ik de NRC betaal om columns te plaatsen die de krant vervolgens gratis op internet aanbiedt. Dat levert mij misschien meer lezers op, maar u kunt de nadelen van zo’n betaalmodel uittellen. Voortaan bestaan je klanten niet meer uit je lezers maar uit je auteurs en daar moet je niet te kritisch op zijn, want ieder afgewezen artikel betekent minder inkomsten.

Vandaar dat vorige maand de complete redactie van het Open Access voedingstijdschrift Nutrients opstapte; ze werd gedwongen steeds meer ondermaatse artikelen te accepteren en daar had ze genoeg van. Een andere categorie die het moeilijk kan krijgen, bestaat uit de tijdschriften uitgegeven door medisch-wetenschappelijke verenigingen. Die publiceren naast onderzoek journalistieke stukken over wat er mis is in de gezondheidszorg. Onder Open Access leveren die stukken niets op en ze trappen er misschien klanten-onderzoekers mee op de tenen. Wie betaalt bepaalt!

Heeft Open Access geen voordelen? Ja, het is handig als ik nooit meer op een betaalmuur stuit wanneer ik een publicatie nodig heb. Verder hoeven onze universiteiten niet meer tientallen miljoenen aan uitgevers te betalen. Dat geld (of meer!) moeten de wetenschappers voortaan zelf opbrengen. Is het geen voordeel dat dokters, leraren en MKB’ers de nieuwste wetenschappelijke artikelen zelf kunnen lezen? De meesten hebben daar geen behoefte aan en daar hebben ze groot gelijk in: nieuwe artikelen zijn meestal minder revolutionair dan ze zich voordoen. Als je wilt weten hoe je gezond moet eten kun je beter naar voedingscentrum.nl gaan. Ik benieuwd waarom de EU ons zo nodig wil dwingen tot Open Access.

Martijn Katan is biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Reacties: wetenschap@nrc.nl of www.facebook.com/martijnkatan. Voor bronnen zie mkatan.nl.
    • Martijn Katan