Een ruiter waar twintig mannen vielen

Foto Rien Zilvold

De meest alledaagse plekken kunnen de meest tragische geschiedenissen hebben. Geschiedenissen die veel mensen niet meer kennen, want de herinnering aan het donkere verleden vervaagt dikwijls met het verstrijken van de tijd. Het beeld Il Grande Miracolo van de Italiaanse kunstenaar Marino Marini (1901-1980), langs de Pleinweg in Charlois, markeert zo’n plaats waar je makkelijk dagelijks kunt langsfietsen zonder benul van het drama dat zich er ooit heeft afgespeeld.

Het beeld gedenkt twintig mannen die op 12 maart 1945 aan de overkant van de straat zijn gefusilleerd. Ze stierven bij een wraakactie van de Duitsers voor de moord op een Duitse politiebeambte en een Nederlandse SS’er. Of het verzet erachter zat of een andere partij, is nooit opgehelderd. Dat deed er ook niet toe: de bezetter vergold alle aanslagen op Duitsers of vooraanstaande collaborateurs – door wie dan ook – met massale standrechtelijke executies.

Dus lieten de Duitsers vroeg in de ochtend twintig gevangenen uit gevangenissen in Rotterdam en Scheveningen halen. Het waren Todeskandidaten: terdoodveroordeelden, merendeels verzetslieden, die achter de hand werden gehouden voor precies dit soort momenten. De mannen moesten op een rij gaan staan op een stuk braakliggend terrein aan het begin van de Goereesestraat, een zijstraat aan de zuidkant van de Pleinweg. Om 10.00 uur schoot het vuurpeloton hen dood. Ter afschrikking lieten de Duitsers de lijken nog de rest van de dag liggen.

Verlies van controle

Tien jaar na het einde van de oorlog organiseerde museum Boijmans Van Beuningen een tentoonstelling met werk van Marini, bekend om zijn ruiterbeelden. Leden van een comité voor een passend gedenkteken ter nagedachtenis aan de Pleinweg-executies bezochten de expositie en waren met name van één beeld onder de indruk.

Het was Il Grande Miracolo. De koperen sculptuur toont een steigerend paard dat zijn berijder probeert af te werpen. Het paardenlijf oogt grotesk, met een enorme romp en hulpeloze beentjes. De ruiter vormt een rudimentair mensfiguur, veel kleiner dan het paard. Het mannetje weet zich nog net vast te houden – of is het eigenlijk al verloren? De sculptuur verbeeldt wanhoop, angst en verlies van controle. Oorlog dus.

Het comité kocht Il Grande Miracolo aan en onthulde het in mei 1958 als monument. Het beeld ging in de volksmond De Vallende Ruiter heten en stond eerst naast de Groote Schouwburg, het huidige Theater Zuidplein. Later werd het een paar keer verplaatst om ruimte te maken voor nieuwbouw. In 1988 verhuisde het werk naar de overkant van de Pleinweg.

Daar staat het nu nog steeds, aan de kop van de Mijnsheerenlaan en vlak bij het metroviaduct richting Maashaven. De witte betonnen wand met vijf doorgangen werd na de laatste verplaatsing neergezet, zodat paard en ruiter niet wegvallen tegen de bebouwing. Tussen de bomen naast het monument ligt een kei waarin de namen van de twintig slachtoffers zijn gegraveerd.

De plek waar het drama zich afspeelde is onherkenbaar veranderd. De twintig terdoodveroordeelden moeten vlak voor hun dood nog een glimp hebben opgevangen van de weilanden die zich in de oorlog nog uitstrekten vlak achter de Pleinweg en het Zuidplein. Dat grasland is nu volgebouwd. Il Grande Miracolo wordt omringd door flats.

Opa

Altijd als ik het monument zie, moet ik denken aan het verhaal dat mijn opa me een paar jaar voor zijn dood over de executies vertelde. Als 9-jarig jochie woonde hij begin 1945 niet ver van de Pleinweg. Nadat op de ochtend van 12 maart de geweerschoten hadden geklonken, raakte opa’s moeder in paniek. Vader was naar de bakker, maar bleef nu wel heel lang weg. Ze was doodsbang dat haar man als willekeurig van straat geplukt vergeldingsslachtoffer was doodgeschoten.

Dus haastte mijn opa zich naar de executieplaats. Hij bekeek een voor een alle twintig lijken. Zijn vader lag er niet tussen. Die had zich kunnen verstoppen bij de bakker, zo bleek later. Later zag opa nog hoe de stijf geworden lichamen op een kar werden geladen.

Ruim zeventig jaar later gaat op de Pleinweg het gewone leven elke dag zijn gangetje, in de vorm van een gestage stroom auto’s bestuurd door mensen die in 1945 nog niet eens geboren waren. Zouden zij zich kunnen voorstellen hoe het geweest moet zijn voor die twintig arme zielen die ooit op deze plek de dood ontmoetten? Ikzelf vind dat als kind van een zorgeloze generatie in elk geval heel moeilijk. Mijn opa zou zeggen dat ik me daar gelukkig mee mag prijzen.

    • Vincent Sondermeijer