Opinie

    • Christiaan Weijts

Demonstratieverbod

‘Je zult versteld staan van hoeveel steun wij hebben in de samenleving.” Michael Jansen, van de anti-islamitische actiegroep Identitair Verzet, kijkt me strak aan – helderblauwe ogen – en praat alsof hij op voorhand een tegenstander verwacht. We staan in de Haagse rechtbank, waar ik hem alleen een vraagje stelde over de proceskosten. Het pleidooi dat hij en zijn advocaat net bij de bestuursrechter hielden, vond ik juist best boeiend.

Het ging deze donderdagochtend om het fundamentele recht op demonstreren, en wanneer een overheid daar beperkingen aan mag opleggen. Identitair Verzet wil zondag bij de As Soennah Moskee in de Schilderswijk gaan protesteren. De burgemeester besloot dat ze moeten uitwijken naar de Koekamp, naast het Malieveld, ook omdat verschillende tegendemonstraties zich meldden, zoals van de extreem-linkse Anti-Fascistische Aktie.

Jansen – opgeschoren stekeltjeshaar, een te ruim vallend pak – vond dat de wereld op z’n kop. „Het wangedrag van de tegendemonstranten wordt zo beloond”, betoogde zijn advocaat, „door te dreigen de geweldloze primaire demonstratie te verstoren”.

Hij wees op Dokkum, waar anti-Zwarte Pietdemonstranten aanvankelijk wel mochten demonstreren, „terwijl daar ook ongeregeldheden waren te verwachten, voor inwoners en kinderen. Nu pakt die belangenafweging heel anders uit. Dat is meten met twee maten”.

De Nationale Ombudsman waarschuwde begin dit jaar nog in een rapport dat gemeenten te snel demonstraties verbieden en te risicomijdend zijn. Deze week verbood ook Utrecht een demonstratie van Pegida bij een moskee, net als verschillende Pegida-barbecues bij moskeeën tijdens de ramadan.

Wettelijk mag je demonstraties alleen verbieden of inperken als er een dusdanig grote wanorde dreigt dat er onvoldoende politie-inzet tegen beschikbaar is. „Wij hebben vaker met dit bijltje gehakt”, zei de advocaat namens de gemeente. In 2014 waren er rellen toen Pro Patria door de Schilderswijk marcheerde. De rechter verbood daarna een vervolgdemonstratie. „Van de 1.500 demonstraties per jaar, zijn er maar drie die we beperkingen moeten opleggen.”

Vaak is dit overigens na een aankondiging van gewelddadige tegendemonstraties. In feite is dat een tegenstander monddood maken door de regeltjes te misbruiken. Gemeenten zouden dit beleid eens eerlijk tegen het licht moeten houden. Met het rapport van de Ombudsman in de hand zouden ze één heldere gezamenlijke richtlijn moeten opstellen. Nu heeft het de schijn van willekeur en ongelijke behandeling. Als die alt-rightbewegingen een te groot ordegevaar zijn bij moskeeën, dan zijn anti-Zwarte Piet-demonstranten dat ook langs de route van de intocht. Of je verplaatst ze allebei, óf je staat ze allebei toe en zorgt voor voldoende ordetroepen.

De uitspraak is vrijdag. Als die tegenvalt? Jansen: „Ik denk niet dat wij dan ergens op een nat grasveldje gaan staan.”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.

    • Christiaan Weijts