Wie meet, die weet (eigenlijk niet zoveel)

Ontcijfering

We zijn geobsedeerd door cijfers. Maar die zijn helemaal niet zo objectief als ze lijken, zegt Sanne Blauw. „We proberen de werkelijkheid te vangen, maar we vervangen die.”

Illustratie Yannick Mortier

Het was toen ze in Bolivia tegenover de 58-jarige werkster Juanita zat, dat econometrist Sanne Blauw begon te twijfelen over de waarde van cijfers. Blauw had Juanita een reeks vragen voorgelegd over haar geluksgevoel. Hoe gelukkig was Juanita, op een schaal van 1 tot 10 ? En hoe gelukkig dacht ze over 5 jaar te zijn, op een schaal van 1 tot 10? Juanita keek voor zich uit, en zei: „Ik woon in een tent. Ik werk elke dag keihard. Ik verdien niets. Mijn antwoord op al je vragen is: 1.”

Voor haar promotieonderzoek wilde Blauw (32) het geluksgevoel onder Bolivianen in kaart brengen. Ze ging met haar vragenlijst meer dan tweehonderd mensen langs. De cijfers die zij gaven zette ze netjes onder elkaar in een excelsheet. Zo, dacht ze, zou ze een goed overzicht creëren over de invloed van omgevingsfactoren op geluk. Maar dat idee begon door Juanita’s antwoord te wankelen. Wat doe ik hier, dacht Blauw ineens. Ze kon wel een 1 achter Juanita’s naam schrijven, maar daarmee was haar leven - haar tentje, haar bizar lage inkomen, haar onrechtvaardige behandeling - toch niet gevat?

Mijn objectieve onderzoek was ontzettend gekleurd

De twijfel die tijdens het gesprek met Juanita begon, deed Blauw na haar promotie besluiten niet als econometrist aan de slag te gaan, maar voor De Correspondent over ‘Ontcijfering’ te gaan schrijven. „Ik zag ineens in dat mijn zogenaamd objectieve onderzoek ontzettend gekleurd was door mijn eigen achtergrond”, zegt ze, „en dat misschien wel elk kwantitatief onderzoek dat is.” Alleen al de aanname dat mensen geluk zouden nastreven, is allesbehalve objectief. „In het Westen vinden we het belangrijk dat we ons goed voelen, maar in een arm land vinden ze het allereerst belangrijk dat ze een dak boven hun hoofd hebben en genoeg te eten.”

Cijfers zijn mensenwerk, zegt Blauw: ze zijn op een subjectieve manier tot stand gekomen, maar lijken objectief. En wij westerlingen zijn dol op ‘objectieve’ cijfers. Een groot deel van ons leven laten we bepalen door metingen: die van onszelf - op de crossfit, op de weegschaal - maar ook door metingen die we om ons heen zien. Cijfers worden te vaak gezien als onomstotelijke informatie, zegt Blauw, terwijl er doorgaans heel wat valt af te dingen op vetgehaltes op verpakkingen of onderzoeksresultaten in de krant. Vandaar de ironische titel van haar eerste boek, dat deze week verschenen is: Het bestverkochte boek ooit (met deze titel) .

Obsessie

Het is een combinatie van bekende theorieën – ontleend aan klassiekers in dat genre, zoals How to Lie with Statistics van Darrell Huff – en eigen observaties. Van jongs af aan was Sanne Blauw „geobsedeerd” door getallen. „Als tiener hing mijn hele humeur af van de cijfers die ik op school kreeg. Als ik een 5 kreeg, voelde ik me shit. Als ik een 9 kreeg, vloog ik door het leven.” Later sloeg die obsessie over in het becijferen van haar gezondheid: haar gewicht, de hoeveelheid calorieën die ze per dag at, het aantal keer hardlopen per week. In die periode werd ze zich bewust van de keerzijde van de oververtegenwoordiging van cijfers in ons leven. „We proberen de werkelijkheid te vangen met allerlei metingen, maar wat we eigenlijk doen is de werkelijkheid vervangen.”

Als je gezonder wilt leven, kan je ook proberen dat te doen zonder om het half uur te checken of je wel genoeg rondloopt

Misschien staat het verhaal van Blauw wel symbool voor de hele westerse samenleving: we zijn allemaal in meer of mindere mate doorgeslagen in het becijferen van ons leven. Van het afgaan op calorieën op verpakkingen tot het kiezen van restaurants, films en reisbestemmingen aan de hand van cijfers van volslagen vreemden. Van Uber-chauffeurs die niet meer mogen rijden als ze een lage rating hebben tot kinderen die niet naar een bepaalde school mogen omdat ze niet genoeg hebben gescoord op de citotoets.

Momentopnames

Blauw noemt ook de peilingen rond verkiezingen. „Dat zijn altijd momentopnames, en dan meestal ook nog uitgevoerd door maar één partij.” Wat Maurice de Hond op een woensdag vindt, kan enorm verschillen van wat Ipsos vindt op donderdag. „Maar als er dan ’s avonds in talkshows gepraat wordt over de vraag waarom een bepaalde partij zakt in de peilingen, is de kans groot dat die partij daadwerkelijk minder populair wordt.”

Eenzelfde blinde vlek ziet ze bij de altijd populaire berichten in de media over voedingsproducten en gewoonten die wel of niet goed voor de gezondheid zouden zijn. „Regelmatig zijn dat soort onderzoeken achter de schermen enorm beïnvloed door allerlei partijen.” Zo is bekend dat Coca-Cola veel geld geeft aan wetenschappers die onderzoeken hoe sporten invloed kan hebben op een gezonder lichaam. „En vooral niet aan wetenschappers die onderzoeken hoe voeding je gezondheid beïnvloedt”, zegt Blauw. „Want bij dat soort onderzoeken is cola natuurlijk de sjaak.”

Wat kunnen we doen aan onze collectieve cijferobsessie? Volgens Blauw is het vooral belangrijk om na te gaan waarom je bepaalde dingen wil meten. Wat wil je bereiken met die stappenteller? Als je gezonder wilt leven, kan je ook proberen dat te doen zonder om het half uur te checken of je wel genoeg rondloopt. Verder: neem cijfers vooral met een korrel zout. Zowel de getallen die je in de media tegenkomt als de cijfers die je als persoon ‘definiëren’. „Er zijn bijvoorbeeld veel kledingmerken die aan vanity sizing doen”, zegt Blauw. „Die plakken S-labels op de M-kleding, zodat klanten tijdens het passen denken dat ze zijn afgevallen.” Ze wil maar zeggen: cijfers zijn handig, en ze moeten er zijn, maar een getal zonder verdere uitleg betekent eigenlijk niets.

    • Doortje Smithuijsen