Turkije wil oude glorie terug aan Rode Zee

Vergane havenstad Suwakin

De terugkeer van de Turken aan de Soedanese kust wekt argwaan bij Soedanezen, Saoedi-Arabië en andere landen in de regio.

Suwakin, eeuwenlang was dit de meest begeerde stad aan de Afrikaanse oostkust. De verbrokkelde resten van de huizen van generaties Soedanezen liggen hier. Foto Hollandse Hoogte

Een warme zeewind bolt de bloedrode Turkse vlag, halve maan met ster, die bouwvakkers aan hun betonmolen hebben gehangen. Even verderop klotst de Rode Zee op de kust van Soedan. Aan de overkant ligt Saoedi-Arabië en de weg naar Mekka.

„Kom snel kijken, voor de Turken terugkomen”, zegt een oude Soedanese man die zich voorstelt als Shengirai. Hij slentert langs de ruïnes van wat eeuwenlang de meest begeerde stad was aan de Afrikaanse oostkust. De verbrokkelde resten van de huizen van generaties Soedanezen liggen hier, hun keukens, slaapkamers en hun balkonnetjes, hun dromen en hun verdriet. Alles in puin, sinds de autoriteiten ruim een eeuw geleden besloten de voornaamste haven van het land te verplaatsen naar het noordelijker gelegen Port Soedan.

Officieel zijn de Turken teruggekeerd naar Suwakin om de havenstad te restaureren en de grandeur terug te brengen die het had toen Soedan nog onder het Ottomaanse Rijk viel. Maar Turkije’s regionale rivalen Saoedi-Arabië, Egypte en de Arabische Emiraten, zien de terugkeer als een escalatie in een koude oorlog. Vooral voor Saoedi-Arabië voelt de Turkse aanwezigheid als een pistool op de borst, nu het lijnrecht tegenover de Turken staat over de moord op journalist Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Istanbul.

De Turkse president Erdogan reisde zelf in 2017 naar Soedan om de rehabilitatie van het eiland Suwakin aan te kondigen als onderdeel van een investering van ruim 600 miljoen euro in Soedan. „Glorieuze tijden herleven”, schreven de Turkse kranten. Suwakin ligt aan het eind van de route van Mekka-gangers uit West-Afrika die hier op de boot stapten.

Toestemming van Ankara

Het Turkse hulpagentschap TIKA heeft de poort naar Suwakin al hersteld, en werkt nu hard aan het oude douanehuis. „Wat komen jullie doen”, vraagt een aannemer met zwaar Turks accent, die plots uit de bouwplaats komt gestapt. „Je mag hier niet zonder toestemming van Ankara zijn”, zegt hij, nadat hij zich als Ahmed heeft voorgesteld. Alle vragen over de werkzaamheden van de Turken wimpelt hij af. Ook het hoofdkantoor in Ankara weigert vragen te beantwoorden.

De machthebbers aan de overkant van de Rode Zee in Saoedi-Arabië zijn bezorgd over de kleine letters in de overeenkomst tussen Soedan en Turkije. De Turken bedongen dat ze bij Suwakin een aanlegsteiger mogen bouwen „om civiele en militaire schepen te onderhouden”, volgens de Soedanese minister van Buitenlandse Zaken. Dat doet alarmbellen afgaan in de regio. De Turken hebben vorig jaar honderden kilometers zuidelijker al een militaire basis geopend in Somalië. Erdogan opende in de Somalische hoofdstad Mogadishu een enorme ambassade en breidt ook elders op het continent zijn invloed uit met handelsverdragen en investeringen. Turkish Airlines vliegt inmiddels op 52 Afrikaanse bestemmingen. Turkse bouwbedrijven duiken overal op in Afrika.

„Het Turkse volk is onze vriend en we zijn natuurlijk blij dat ons cultureel erfgoed wordt hersteld”, zegt Abdullah Mussa, politiek activist en landeigenaar in Suwakin. Maar hij wantrouwt de onderliggende geopolitieke motieven. „We zijn bang dat Erdogan ons zal gebruiken voor zijn regionale oorlogen. Kijk naar zijn bemoeienis met Syrië.” Hij doelt op de Turkse inval in het noorden van het buurland en Erdogans steun aan het verzet tegen de Syrische president Assad. „De spanningen tussen Saoedi-Arabië en Iran hebben geleid tot de vernietiging van Jemen. We willen niet dat het hier ook gebeurt”, zegt Mussa.

'Afgeschoren baarden'

De eerste bezetting van deze oever dateert van 3000 voor Christus. De vloot van Koning Salomon van Jeruzalem meerde hier aan, de Egyptenaren, de Romeinen, de Mammelukken. Maar het waren de Ottomanen die in 1516 Egypte veroverden en Suwakin in een belangrijke havenstad veranderden. Suwakin floreerde, tot eind negentiende eeuw de macht van de Ottomanen in Afrika net zo verkruimelde als de huizen van Suwakin. De Britse kolonisten achtten de koraalriffen bij het eiland een hindernis voor hun stoomschepen en verplaatsten in 1905 de haven zestig kilometer noordelijker, naar Port Soedan. De bewoners moesten vertrekken en Suwakin verging.

„Die vernietiging is alsof ze onze baarden afschoren”, sprak Erdogan bezwerend over de beslissing van de Britten, toen hij vorig jaar Soedan bezocht. „Maar afgeschoren baarden komen altijd krachtiger terug.” De landeigenaren vrezen dat de Soedanese regering achter hun rug om hun land heeft geleased aan de Turken. Voor 99 jaar, schrijven de kranten. „Ze hebben gezegd dat Suwakin geen grondbezitters heeft. Maar de eigendomspapieren hebben wij”, zegt Abdullah Mussa. Vooralsnog herbouwen de Turken slechts de twee moskeeën uit Ottomaanse tijd en het oude douane-kantoor.

Oude herinneringen herleven niettemin. Suwakin was een kosmopolitische plek, waar de Soedanese cultuur versmolt met de Ottomaanse, Indische en Egyptische invloeden. „Daar zat mijn grootvader en keek hij uit over de straat en de zee”, wijst Abdelaziz Annajaar naar de puinhopen op het land van zijn familie. Annajaar ziet zich al weer op een stoel zitten in een herbouwd Suwakin. „Om hier weer samen te eten en te drinken, dat zou machtig zijn.”

    • Bram Vermeulen