Snelle Afrikanen

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Illustratie Merel Corduwener

De marathon van Amsterdam gaat door mijn straat, de Churchilllaan. Voorgaande jaren liep ik dan even naar buiten om me eerst te vergapen aan de snelle Afrikanen en daarna te wachten. Op de rest. Want die rest liet even op zich wachten. Tussen de snelle Afrikanen en de rest zat soms een Spanjaard, een Italiaan of een Mexicaan. Een heel enkele keer een Nederlander. Dan, net op het moment dat je je begon af te vragen of er nog wel iemand ging komen, dient de rest zich aan. Een vreemdelingenlegioen van zwoegende amateurs. Aan die stroom van mensen lijkt geen einde te komen. Wanneer de laatste loper het tien kilometerpunt passeert heeft de winnaar van de marathon gedoucht en ligt op bed.

Ik bekeek de marathon afgelopen weekend op mijn iPhone in afwachting van het vliegtuig dat me van Casablanca naar Amsterdam zou brengen. De camera volgt de Afrikaanse lopers. Ik krijg geen genoeg van hun loopstijl. De hakken van de voeten die de billen lijken te raken. Een perfect afgestelde pendule. Oneindigheid in beweging. Ik geloof dat je van kijken naar Afrikaanse lopers ook een betere loper wordt. Het loont echt de moeite. Rond de twintig kilometer per uur lopen ze. Wie die hoge snelheid 42 kilometer lang zou meefietsen heeft de volgende dag spierpijn. Aan de Afrikaanse lopers is de intensiteit van de inspanning niet af te lezen. Zo wil ik ook lopen. Net zo ontspannen. Ik kan de hele marathon naar ze kijken, ik verveel me geen moment. Hun soepele armbewegingen zorgen voor een nog optimalere loopbeweging. Het hele lichaam doet mee in een kleine choreografie.

Diegene met wie je al die kilometers streed, wordt over de finish gekomen een vriend

De basis voor die ontspannen houding ligt in de training. Wie forceert, lijdt pijn. Ontspannen trainen, hard lopen. De momenten dat de Afrikaanse hardloper diep gaat, wordt bewaard voor de wedstrijddag zelf.

De camera volgt de lopers langs de rivier de Amstel. Het lijkt wel gezichtsbedrog, maar de rivier lijkt hoger te liggen dan de weg waar de lopers over gaan. Ze stromen met de rivier mee! Ik herinner me een Marokkaanse hardloper die hardlopen in Nederland vergeleek met hardlopen op een Perzisch tapijt. Trainen op hoogte op geaccidenteerd terrein stelt hoge eisen aan de fysieke gesteldheid.

Lees ook het interview met Abdelkader Benali over hardlopen: ‘Even niks, héérlijk’

:

Alles, van stenen tot zand tot rotsen tot het hoge gras werkt tegen de atleet in. Het kost niet alleen meer kracht, het leidt ook makkelijker tot blessure. Vlakker dan Nederland wordt het niet. Men is er bevrijd van weerstand.

Een paar uur later kom ik in Amsterdam aan. De metro van station Zuid naar RAI vult zich met afgematte lopers uit de hele wereld die hun doel om die marathon te lopen, hebben bereikt. De Nobelprijs voor de wereldvrede is vandaag uitgereikt en de medaille hangt om de halzen van duizenden kosmopolieten. Een marathon is samen tot een individuele prestatie komen. Diegene met wie je al die kilometers streed, wordt over de finish gekomen een vriend.

Maandagmiddag scharrel ik mijn hardloopkleding bij elkaar en verlaat het huis. Naar de Amstel waar gisteren 45.000 hardlopers liepen. Ik ben er alleen. Voor mijn geestesoog verschijnen de Afrikaanse lopers weer. Ik ren ze achterna. In mijn tempo.

    • Abdelkader Benali