‘Regering moet excuses maken aan moffenmeiden’

Tweede Wereldoorlog

Nederland moet net als Noorwegen excuses maken voor hoe de vrouwen na de oorlog behandeld werden, vindt een belangengroep.

NSB’ers en kaalgeschoren ‘moffenmeiden’ op straat in Deventer, in april 1945.

De Nederlandse regering moet excuses aanbieden voor de vernederende behandeling van meisjes en vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog een verhouding hadden met Duitse bezetters. Dat schrijft Stichting Werkgroep Herkenning woensdag in een brief aan premier Mark Rutte (VVD). Deze „moffenmeiden” werden kaalgeschoren, verkracht en mishandeld.

De handelingen hadden plaats kort voor en na de bevrijding op 5 mei 1945. Vrouwen werden publiekelijk kaalgeschoren, waardoor zij na deze vernederde daad herkenbaar waren als persoon die een relatie had gehad met een Duitse militair. Ook werden velen van hen verkracht en mishandeld. „In ten minste 118 steden en dorpen werden deze vrouwen kaalgeschoren en aan verregaande vernederingen onderworpen, met medeweten van de overheid”, stelt Stichting Werkgroep Herkenning, een belangenorganisatie van nabestaanden van Nederlandse collaborateurs. „Deze behandeling heeft grote traumatische gevolgen voor de vrouwen zelf en hun kinderen gehad.”

Noorwegen

De oproep komt een week nadat in Noorwegen premier Erna Solberg namens de staat excuses aanbood voor hoe „moffenmeiden” daar in 1945 behandeld zijn. Vrouwen werden kaalgeschoren en met pek besmeurd. Ook werden velen van hen opgepakt, ontslagen en geweigerd voor banen. Noorse vrouwen die met een Duitser trouwden verloren hun Noorse nationaliteit, iets wat niet gold voor Noorse mannen die een Duitse vrouw huwden.

Solberg maakte de excuses bij een viering van de zeventigste verjaardag van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. In dat document uit 1948 staat dat niemand gestraft mag worden zonder rechtszaak en dat mensen onschuldig zijn tot het tegendeel bewezen is. In zowel Nederland als Noorwegen hadden de „moffenmeiden” geen wet overtreden.

Stichting Werkgroep Herkenning koppelt zijn oproep ook aan de mensenrechtenverklaring. „Ik denk dat het goed is dat we terugkijken en uitspreken dat hoe toen gehandeld is niet kan”, zegt Cuny Holthuis, voorzitter van de Stichting. „De mensenrechten van deze vrouwen zijn geschonden.”

De oproep van de stichting is aan Rutte gericht omdat wat de vrouwen destijds is aangedaan onder verantwoordelijkheid viel van de Nederlandse overheid. Holthuis koppelt de kwestie niet alleen aan het mensenrechtenverdrag, maar ook aan de maatschappelijke discussie over onrecht dat mannen vrouwen aandoen. „Het is niet vreemd dat dit nu aan de orde komt, nu Noorwegen een vrouw als premier heeft en de #MeToo-discussie woedt”, zegt de voorzitter. „Ook hier hebben, eufemistisch gezegd, grote groepen vrouwen onwenselijk gedrag van mannen ervaren.”

    • Casper van der Veen