Opinie

    • Floor Rusman

Het clubgevoel van de kritische denkers

Als je een uitdrukking in meerdere contexten ziet opduiken, is er vaak iets mee aan de hand. Een ‘buzzword’, heet zoiets in mooi Engels. ‘Kritisch denken’ is zo’n uitdrukking. Ik las het onlangs in een wetenschappelijk artikel van de sociologen Stef Aupers en Jaron Harambam over complotdenkers. De mensen die ze voor dit artikel spraken zagen zichzelf niet als complotdenkers, maar als „kritische denkers” die niet achter de meute aanlopen, maar „van nature sceptisch” zijn en „anders durven te denken”.

‘Kritisch denken’ dook vorige week ook op in een New York Times-artikel over NPC’s, de nieuwe benaming van de rechtse onlinecultuur voor linkse activisten. NPC staat voor ‘non-playable character’ – een term uit de game-wereld – en betekent dat de persoon in kwestie geen mens is, maar een robot die voorgeprogrammeerde teksten uitkraamt. Er hoort ook een plaatje bij van een grijs hoofd met een non-descript gezichtje. Het typetje ontstond op 4chan en verspreidt zich sinds vorige maand op Twitter, onder andere in memes die het gebrek aan kritisch denken onder linkse activisten ridiculiseren.

Verwonderlijk is die nadruk op kritisch denken niet: het behoort tot het basisgereedschap van de moderne burger. De vaardigheid wordt zelfs zo hoog aangeslagen dat je er allerlei workshops en cursussen in kunt volgen. Hopelijk besteden ze daar ook aandacht aan de valkuilen van het kritisch denken, want het is ingewikkelder dan het lijkt.

Ten eerste is het voor een kritisch denker verleidelijk het tegenovergestelde te beweren van de consensus. „Als het bootje naar links neigt, verschuif ik naar rechts; neigt het naar rechts, dan verschuif ik naar links”, zoals Thomas Mann de taak van de intellectueel in 1916 beschreef.

Maar als je dat te fanatiek doet, beland je blindelings in het kamp van de wetenschapsontkenners en rechtsstaatschenders. Dan zit je ineens de belastingfraude en emotionele tirades van een president te verdedigen alleen maar omdat je intellectuele tegenstanders zo’n hekel hebben aan die president. Of je komt met ‘bewijs’ dat vaccinaties autisme veroorzaken, terwijl dat al meerdere malen is ontkracht.

Is dat kritisch denken? Het is eerder een pavlovreactie: zeggen zij x, dan zeg ik y. Ook als ik onder andere omstandigheden nóóit y had verdedigd.

De tweede valkuil is het comfort van de groep. Zowel de complotdenkers als de NPC-bestrijders zetten zich af tegen de ‘kuddementaliteit’ van hun tegenstanders: zelf zijn zij tenminste nog individuen die zelfstandig nadenken.

Maar is dat echt zo? De ‘kritische denkers’ hebben evengoed groepjes waarmee ze optrekken. De denkers die zich écht als eenling bewegen zijn ver in de minderheid en dat is logisch, want het is gewoon niet zo gezellig om een eenling te zijn. In een groep krijg je meer bevestiging, en dat vinden wij sociale diertjes wel zo prettig.

Hierover las ik laatst het prachtige essay ‘Nuance: A Love Story’, van de Amerikaanse schrijfster Meghan Daum. De afgelopen jaren raakte zij verslingerd aan YouTube-kanalen waarop men politieke correctheid bekritiseerde. Zelf was ze de gemakzucht waarmee haar progressieve kennissen hun meningen verkondigen al een tijdje zat, dus de kritische denkers op wat zij ‘Free Speech YouTube’ noemt, voelden al snel als haar nieuwe geestverwanten. Maar wanneer ze uiteindelijk naar een bijeenkomst van hen gaat wordt ze afgeschrikt door het zelfgenoegzame clubgevoel dat daar hangt.

„Net zoals je Trumpisme niet kunt bestrijden met tribalisme, zo kun je tribalisme niet bestrijden met een tribe”, besluit ze haar essay. „Hoe eerlijker we zijn over wat we denken, hoe meer we alleen zijn met onze gedachten.”

Floor Rusman is redacteur van NRC
    • Floor Rusman