Haagse literatuurprijzen voor Pruis, Van Aken en Estor

Drie Campert-prijzen De drie literatuurprijzen van de gemeente Den Haag zijn donderdagavond toegekend aan dichteres Annemarie Estor, romancier Jan van Aken en essayist Marja Pruis.

De literaire prijzen van de Jan Campert-stichting gaan dit jaar naar schrijvers Marja Pruis, Jan van Aken en Annemarie Estor. Pruis wint de tweejaarlijkse Jan Greshoff-prijs voor essayistiek met haar boek Genoeg nu over mij, Van Aken krijgt voor zijn roman De ommegang de F. Bordewijkprijs en Estor ontvangt de jaarlijkse Jan Campert-prijs voor haar dichtbundel Niemandslandnacht. De Bordewijk- en Campert-prijs worden jaarlijks toegekend.

Dat is deze donderdagavond bekendgemaakt in het radioprogramma Kunststof. Pruis, Van Aken en Estor ontvangen elk een bedrag van 6.000 euro, gefinancierd door de gemeente Den Haag. De Campertprijzen worden al decennialang toegekend en de juryleden bekleden hun functie doorgaans langdurig – daarmee gelden deze prijzen als prestigieuze en literair betrouwbare onderscheidingen.

Essayistiek

Pruis wordt bekroond om haar literaire essayistiek, bijeengebracht in het boek Genoeg nu over mij, dat al in het voorjaar van 2017 verscheen. Pruis’ boek is tegelijk een verzameling verschillende stukken en een hecht samenhangende eenheid: ze schrijft over literatuur en andere kunst, feminisme, dood, met een zich schamende ‘ik’ in het middelpunt. Pruis (1959) ontving in 2016 de J.L. Heldring Prijs voor haar columns in De Groene Amsterdammer, waarvoor ze ook literair criticus is. Ze werkt daar samen met Kees ’t Hart, die toevallig twee jaar geleden met Het gelukkige schrijven de laatste winnaar van de Greshoffprijs was.

Lees hier de NRC-recensie van Pruis’ Genoeg nu over mij, samen besproken met de essays van Jan Postma.

Proza en poëzie

De Bordewijkprijs is de eerste literaire onderscheiding voor Jan van Aken (1961), die de afgelopen twintig jaar een eigenzinnig oeuvre van historische romans heeft opgebouwd. Zijn zevende roman De ommegang, die dit voorjaar een verrassende bestseller werd, beschrijft de queeste van zonderlinge monnik die leefde rond het jaar 1400, een selfmade man die zich met zijn kennis en machtsspel omhoogbluft naar de hoogste maatschappelijke rangen. Tegelijk is in deze middeleeuwen-roman een soort metafoor voor internet te lezen.

Lees ook de recensie die NRC schreef van De ommegang, tezamen met de historische roman van Miquel Bulnes.

Annemarie Estor is de elfde vrouw die de Jan Campert-prijs wint, die dit jaar voor de 66ste keer wordt uitgereikt. Haar dichtbundel Niemandslandnacht is een verhalend gedicht, een ‘crime-poem’ die zich afspeelt in de dystopische stad Orb-e-Grout, waar rijk en arm door een muur van elkaar gescheiden zijn. In voluptueuze verzen vertelt Estor hoe de jonge Pili haar geschiedenis buiten de stadsmuren ontdekt. Estor (1973), wetenschapper en dichter, werd eerder tweemaal bekroond met de Vlaamse Herman de Coninck-prijs, voor haar debuut Vuurdoorn me (2010) en De oksels van de bok (2012).

Lees ook de recensie van Niemandslandnachtuit NRC door criticus Obe Alkema.

De grootste prijs die de Jan Campert-stichting jaarlijks vergeeft, is de Constantijn Huygens-prijs voor Nelleke Noordervliet. Haar bekroning met deze prijs voor haar gehele literaire oeuvre, ter waarde van 12.000 euro, werd al vorige maand bekendgemaakt.

    • Thomas de Veen