Elke dag komen er bijna 10 ongedocumenteerden bij, vooral veel jongeren

Talk of the Town Sinds een paar weken melden zich dagelijks nieuwe mensen die de asielaanvraag in een ander land stopten en nu voor Nederland kiezen.

Nachtopvang in de Havenstraat, waar slechts een deel van de Dublin-claimanten terecht kan. Foto Sem van der Wal

Hij was 15 toen hij in zijn eentje in een Italiaans asielzoekerscentrum terechtkwam. Daar kwam hij op een afdeling met volwassen mannen. De Eritrese Haylab had het er niet naar zijn zin, zegt hij. „Ze sloegen me en bespuugden me zonder reden.” En dus pakte hij een paar maanden geleden de trein naar Nederland. Eerst kwam hij in Ter Apel terecht, later Delfzijl. Daar werd zijn asielaanvraag geweigerd. De Dienst Terugkeer en Vertrek zei: je moet terug naar Italië. Wat Haylab deed? „Ik nam de trein naar Amsterdam. Ik had geen andere keuze.”

Halyab, nu 16, zit in de kelder van het Wereldhuis – dagopvang voor ongedocumenteerden – aan de Nieuwe Herengracht: gedempte verlichting, aangename temperatuur. Haylab drinkt koffie met melk en kijkt op zijn telefoon naar filmpjes van een dikke man. Hij schiet in de lach, een stukje van zijn voortanden is afgebroken.

Sinds kort zien ze in het Wereldhuis een relatief nieuwe groep: de ‘Dublin-claimanten’. Het zijn asielzoekers die een asielprocedure starten in een ander land, vaak Italië, maar halverwege de aanvraag afhaken. De opvang in Italië vinden ze slecht en dus vragen ze in Nederland opnieuw asiel aan. Maar dat mag niet. Pas na 18 maanden vervalt de verantwoordelijkheid van het eerste asielland en mogen asielzoekers in een tweede land opnieuw een aanvraag doen. Het is dus zaak dat ze anderhalf jaar lang uit beeld blijven van bijvoorbeeld de politie.

In Amsterdam meldden zich de afgelopen weken dagelijks „een kleine tien” nieuwe ongedocumenteerden, zegt een woordvoerder van de gemeente. Het merendeel bestaat uit Dublin-claimanten. Ze komen uit Senegal, Togo, Oeganda en vooral Eritrea. Sommige nieuwkomers zijn piepjong. Waarom ze juist nu naar Amsterdam komen weet de woordvoerder niet. Maar: „Het is een hele puzzel om voor deze mensen geschikte plekken te vinden.”

Foto Sem van der Wal

In het coalitieakkoord van de gemeente staat dat er ook voor ongedocumenteerden 24uursopvang komt, 500 plaatsen. Die opent in het nieuwe jaar; wanneer precies kon de woordvoerder niet zeggen. Amsterdam is een van de weinige steden die opvang regelt voor Dublin-claimanten; dit staat haaks op het beleid van de overheid. In de landelijke politiek is discussie over de Dublin-claimers. Wat doe je: vang je ze op of stuur je ze terug? Sommige partijen zijn bang dat het toelaten en onderdak bieden aan deze nieuwkomers een aanzuigende werking heeft op anderen.

Annette Kouwenhoven van Amsterdam City Rights (dat zich inzet voor mensen zonder verblijfspapieren) ziet dagelijks Dublin-claimanten voorbijkomen. De organisatie probeert een slaapplek voor hen te regelen. Sommigen komen terecht bij de nachtopvang voor ongedocumenteerden, zegt Kouwenhoven, maar die zit nu vol. Anderen worden bij vrienden of bekenden ondergebracht. Of ze belanden op straat. „Dat maakt ze hartstikke kwetsbaar.”

Haar vrees is dat met name jonge Dublin-claimanten makkelijk in uitbuitingssituaties terecht kunnen komen. Soms zie je jonge meiden op vage slaapplekken bij oudere mannen eindigen, zegt Kouwenhoven. „Dat is niet goed.” En onlangs zag ze hoe een Afghaanse jongen van 18 jaar afgleed. Hij kwam in contact met een groepje foute jongens die dealden in drugs. De jongen verhuisde ineens naar Rotterdam en kwam kort daarna weer terug. „Hij vroeg om hulp en zei dat hij in de problemen zat.”

Zolang de nieuwe opvang er nog niet is blijven mensen kwetsbaar. Haylab sliep de afgelopen tien dagen onder bankjes op straat. „Waar moet ik anders naartoe”, zegt hij. Hij probeert een plekje te regelen in de huidige nachtopvang voor ongedocumenteerden. Sami (17), ook uit Eritrea, heeft zo’n plekje al geregeld. Zijn dagen zijn saai, vertelt hij: overdag zit Sami in het Wereldhuis, ’s avonds in de nachtopvang, met tien mensen op een kamer. De 4,5 kilometer tussen beide plekken loopt Sami; geld voor een tramkaartje heeft hij niet. Het is heel stressvol, zegt hij, en zonder toekomstperspectief. „Ik wil Nederlands leren, nieuwe dingen doen, maar ik leef nu als een dier. Ik doe niks.”

    • Martin Kuiper