Historicus Magnus Brechtken

Foto: Lars van den Brink

Hoe Hitlers sluwe minister zijn imago na de oorlog zorgvuldig wist op te poetsen

Albert Speer

In zijn biografie van Albert Speer rekent historicus Magnus Brechtken af met het nog altijd bestaande milde beeld van Hitlers minister van bewapening als ‘goede nazi’. „Mulisch is een van de honderden die zich door Speer hebben laten inpakken.”

‘Omdat ze niet richtig zijn”, is het besliste antwoord van de Duitse historicus Magnus Brechtken op de vraag waarom hij tien jaar heeft gewerkt aan Albert Speer. Een Duitse carrière, terwijl er al minstens vier vuistdikke biografieën over Hitlers hofarchitect en minister van bewapening bestaan. Vervolgens begint Brechtken aan een lang betoog over de nog altijd levendige mythes over Speer (1905-1981), die van de rechters van het Neurenberg-tribunaal in 1946 twintig jaar gevangenisstraf kreeg wegens zijn aandeel in de misdaden tegen de menselijkheid. Als hij zijn woorden kracht wil bijzetten, geeft hij zachte klappen op de tafel in de bibliotheek van het Ambassade Hotel in Amsterdam.

„Alle biografieën van Speer, niet alleen die van Gitta Sereny uit 1995 en Joachim Fest uit 1999, maar ook die van Dan van der Vat uit 1997 en Martin Kitchen uit 2015, zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de verhalen van Speer zelf. Geen van hen is de archieven ingedoken. Ik heb aan de hand van archiefmateriaal het leven van Speer en vooral zijn werk van vóór 1945 geanalyseerd en de uitkomsten vergeleken met de legenden die hij na de oorlog in het leven heeft geroepen.”

Waarom hebben de andere biografen de archieven niet benut?

„Veel historici beschouwen politieke memoires en dergelijke nog altijd als belangrijke bronnen. Vooral in het geval van Speer is dit fnuikend geweest. Zesendertig jaar lang, van 1945 tot 1981, heeft hij er alles aan gedaan om kritische beschouwingen over zijn leven en werk te voorkomen. Niet alleen publiceerde hij vier boeken, waarvan Erinnerungen uit 1969 en Die Spandauer Tagebücher uit 1975 bestsellers werden, maar ook stond hij iedereen uitgebreid te woord. Je kon gewoon naar Heidelberg gaan en bij hem aanbellen. Hij nam alle tijd voor zijn bezoekers, waardoor velen het gevoel kregen dat hij alleen aan hen al die verhalen vertelde.

„Op verzoek van de Nederlandse uitgever heb ik een paar pagina’s geschreven over Harry Mulisch, die over zijn bezoek aan Speer schreef in De toekomst van gisteren. Mulisch is een van de honderden, onder wie ook Simon Wiesenthal en Erich Fromm, die zich door Speer hebben laten inpakken. Daarbij maakte Speer ook gebruik van de ‘corrumpeerbaarheid’ van mensen. Vaak gaf hij zijn bezoekers tekeningen, brieven en oorspronkelijke documenten mee. Hij strooide ook met geld. Tot op de dag van vandaag krijgen de erven Fest royalty’s voor de door hem geredigeerde Herinneringen en Dagboeken van Speer.

„Wat Mulisch, Fest en al die anderen niet hebben begrepen, is dat daders altijd liegen. Memoires zijn constructies die het verleden plausibel moeten maken. Een van de kernpunten van mijn boek is dan ook dat je als historicus niets voor waar moet aannemen, altijd zelf moet blijven nadenken en zeker niet moet geloven wat tijdgenoten vertellen over gebeurtenissen waar ze zelf bij betrokken waren.”

Hoe is het Speer gelukt om niet ter dood veroordeeld te worden door de rechters van het Neurenberg-tribunaal?

„Dat begon al met de verhoren door Amerikanen als de econoom John Kenneth Galbraith, nadat de geallieerden Speer in mei 1945 hadden opgepakt. Omdat de oorlog in Azië verder ging, waren de Amerikanen geïnteresseerd in de effecten van de bombardementen. Speer was buitengewoon coöperatief. Hij gaf ze alle documenten die hij had en spuide al zijn kennis. Hierbij kwam hij op zijn ondervragers niet over als een fanatieke nazi maar als een beschaafde technocraat die nog Engels sprak ook. Tijdens het Neurenbergproces bouwde Speer verder het beeld op van een kopstuk van het Derde Rijk dat slechts zijn werk goed had gedaan en eigenlijk een artistieke buitenstaander was in de kring van proleten rondom Hitler.

„Bovendien was hij in Neurenberg de enige die de verantwoording voor de oorlogsmisdaden van de nazi’s op zich nam. Maar schuldig was hij niet, zo voegde hij eraan toe, want van Auschwitz en de Holocaust had hij nooit weet gehad. Hitler heeft ons verleid met zijn visioenen, was de kern van zijn verhaal. De aandacht voor Speer tijdens het proces werd ook afgeleid door andere aangeklaagde nazi’s, zoals Streicher en Goering. Ex-luchtmaarschalk Goering wist dat hij het er niet levend zou afbrengen en gaf in Neurenberg met veel bombarie zijn laatste show.”

Was Speer een groots architect zoals bijvoorbeeld de Luxemburgse architect Leon Krier eens beweerde?

„Nee. Speer was zeker geen origineel architect. Groter en meer, daar kwam het op neer bij zijn architectuur. Met als doel de Duitse bevolking het gevoel te geven dat alleen zij in staat waren tot het maken van de grootste koepel en het grootste stadion ter wereld. Algauw werd Speer vooral een architectuurmanager. Nadat hij in 1937 was benoemd tot regeringscommissaris voor de bouw, reisde hij voortdurend rond langs projecten en had hij nauwelijks tijd om te ontwerpen. Hij kende Hitlers smaak en liet zijn architecten ontwerpen maken die hij dan enigszins aanpaste. Soms liet hij schetsen die Hitler zelf maakte, uitwerken. Toen de oorlog in 1939 begon, begreep hij dat de bouw voorlopig op een laag pitje werd gezet en ging hij een andere koers varen met het bouwimperium dat hij inmiddels van de grond had gekregen: hij richtte zich op de bouw van wapenfabrieken en oorlogslogistiek. Toen Fritz Todt, de minister van bewapening, in 1942 omkwam, was het dan ook volkomen logisch dat Hitler Speer tot zijn opvolger benoemde.”

Historicus Magnus Brechtken. Foto: Lars van den Brink

Eerdere biografen beweren dat hij een speciale verhouding met Hitler had.

„Hitler had een grote belangstelling voor architectuur en dat schiep, denk ik, wel een band. Maar tot ergernis van Speer gaf Hitler belangrijke opdrachten ook aan andere architecten, zoals Hermann Giesler. Belangrijker voor zijn schitterende loopbaan in nazi-Duitsland is dat hij een echte nazi-persoonlijkheid had. Strijd stond centraal in zijn werk, Speer bereikte de top met zijn ellebogen. Hij had een ongebreidelde wil tot macht en de rijkdom die daarbij hoorde. Ook besefte hij dat Führernähe uiterst belangrijk was: net als Goebbels en Himmler wist hij dat je tot de inner circle van Hitler moest behoren om de top van het Derde Rijk te bereiken. Hij ging daarom met zijn vrouw en zes kinderen op de Obersalzberg in Beieren wonen, waar Hitler vaak wekenlang verbleef. Zo wist hij zijn imperium steeds verder uit te breiden, tot het uiteindelijk dertien miljoen arbeiders omvatte, voor een belangrijk deel dwangarbeiders die zich vaak onder erbarmelijke omstandigheden doodwerkten.”

Van Speer bestaat nog altijd het beeld van een briljante manager die ondanks de bombardementen op fabrieken de wapenproductie enorm wist op te schroeven.

„Speer was zeker een goede manager. Hij was een workaholic en hij delegeerde veel. Hij wist medewerkers aan zich te binden door ze beter dan gemiddeld te betalen en te voorkomen dat ze naar het front werden gestuurd. Maar het verhaal van Speer als supermanager is door hemzelf in de wereld gebracht met behulp van vervalste statistieken. Het bewapeningswonder bestond niet. Wél was er sinds 1938 tot het einde van de oorlog een voortdurende productiviteitsstijging in de wapenindustrie, maar die was vooral het gevolg van leereffecten. Zo kostte de bouw van een Heinkel bommenwerper in 1938 100.000 arbeidsuren en in 1943 nog maar 15.000. Maar daar had Speer niets mee te maken.”

Het Duitse bedrijfsleven maakte Hitler groot. De Franse schrijver Éric Vuillard vertelt dat verhaal in zijn roman De orde van de dag met humor. Lees ook: De propaganda van Goebbels beïnvloedt ons nog steeds

Een andere mythe is dat Speer geen fanatieke nazi was zoals SS-Führer Himmler.

„Hij was inderdaad geen nazi met het ideologische schuim op de lippen. Maar als een nazi iemand is die zich iedere dag inzet voor de nationaal-socialistische heerschappij en de uitvoering van Hitlers ideologie, dan was hij een fanatieke nazi. In Erinnerungen vertelt hij het verhaal dat hij na een meeslepende toespraak van Hitler in Berlijn in december 1930 besloot toe te treden tot de nazipartij – dit past in de mythe van Hitler als verleider van het Duitse volk. Maar een paar bladzijden verder schrijft hij dat hij toen al jaren lid was van de autoclub van de nazipartij. Ook had hij toen al voor Goebbels zijn eerste opdracht, een verbouwing van een gebouw voor de nazipartij, voltooid. Later, in september 1938, dus nog voor de Kristallnacht, nam hij het in het kader van de grootscheepse verbouwing van Berlijn tot Welthauptstadt Germania het initiatief om duizenden Joden uit hun huizen te zetten en te deporteren. Dit is een bruut staaltje van wat de Britse Hitlerbiograaf Ian Kershaw ‘dem Führer entgegenarbeiten’ heeft genoemd.”

Uit de biografie komt Speer naar voren als een uiterst onaangenaam mens voor wie het leven slechts om drie dingen ging: macht, geld en roem.

En dan de belangrijkste mythe: hij zou niets hebben geweten van de Holocaust.

„Tijdens het Neurenbergproces zei hij: ach ja, die Himmler, die heb ik maar twee of drie keer kort ontmoet, meer niet. En van Auschwitz had hij nooit gehoord. Terwijl hij al eind jaren dertig een verbond sloot met Himmler en tot het einde van de oorlog samenwerkte met de SS. In 1938 had Speers bouwimperium enorme hoeveelheden stenen en marmer nodig en Himmler zocht een bestemming voor zijn concentratiekampen die overbodig waren geworden omdat de politieke oppositie was uitgeschakeld. Veel concentratiekampen, zoals Mauthausen, werden toen ingezet voor de productie van stenen. In de archieven van onder meer mijn eigen instituut zitten documenten die laten zien dat Speer de uitbreiding van Auschwitz met een kamp voor 100.000 gevangenen financierde en bouwde.”

Tijdens het Neurenbergproces waren die documenten nog niet bekend, maar in de jaren zestig wel, schrijft u. Toch had Speer na zijn vrijlating in 1966 veel succes met zijn legendes, ook in de Angelsaksische wereld. Hoe komt dat?

„Wat Duitsland betreft is de reden duidelijk: daar woonden miljoenen mensen – artsen, juristen, ambtenaren, kortom, de hele Funktionselite – die het Derde Rijk draaiende hadden gehouden. En die hadden in het naoorlogse Duitsland bij de verwerking van het verleden precies het technocratische verhaal van Speer nodig: ja, in het Derde Rijk heb ik mijn werk goed gedaan, maar met de nazi’s had ik eigenlijk niets van doen.

„In Groot-Brittannië en de VS zocht men na de vrijlating van Speer naar een soort verzoening met het Derde Rijk. De Bondsrepubliek Duitsland was niet de vijand, maar een bondgenoot in de Koude Oorlog. En Speer met zijn verhaal over Hitler die hem, een Engels sprekende man die er goed uitzag en altijd keurig in het pak zat, had weten te verleiden, bood de brug naar de verzoening.”

Lees ook de column van Michel Krielaars: De ontmaskering van een van de beroemdste Duitse intellectuelen

Uit uw biografie komt Speer naar voren als een uiterst onaangenaam mens voor wie het leven slechts om drie dingen ging: macht, geld en roem.

„Zeker, en hij was alleen in zichzelf geïnteresseerd. Hij stierf na een interview voor de BBC in een hotelkamer in Londen waar hij verbleef met een Duitse vrouw die in Engeland woonde en half zo oud was als hij. Hij had al langer een verhou- ding met haar. Zijn vrouw en kinderen wisten ervan, want hij had het ze gewoon verteld. Volgens zijn dochters heeft dat hun moeder genekt. Vijftig jaar lang had ze haar leven in dienst gesteld van Albert Speer en hun zes kinderen en op een dag vertelde hij doodleuk dat hij een tijdje naar de Côte d’Azur ging met zijn jonge vriendin. Dat was ongelooflijk bruut.”

    • Bernard Hulsman