Recensie

De Opel Combo: een anti-auto om te koesteren

Autotest De Opel Combo is misschien niet gelikt genoeg voor deze tijd, maar het is een geweldige auto, vindt Bas van Putten
De Opel Combo bij de presentatie in Zaandam. Foto Merlijn Doomernik

Ze worden schaars, personenwagenversies van bestelauto’s. Simpele grootvervoerders voor praktische, pretentieloze en dus vaak sympathieke mensen. Ecologische kampeerders, leraren klassieke talen, boswachters, kunstschilders, schuchtere vaders met veel kinderen; mensen die je niet in de reclame ziet. Die nooit hebben gehoord van panoramische achteruitkijkcamera’s of headup-displays. Die niet aanslaan op 19 inch-velgen en oprecht geschokt zijn over jouw verbazing dat ze zonder airco kunnen leven. Een publiek, kortom, dat voor de autobranche een krimpmarkt is. Voor die mensen en hun auto’s wil ik pleiten. Ze sterven uit.

De kneuterige Renault Kangoo en de lieftallig monsterlijke Fiat Doblò zijn begraven. Het Franse PSA voert één model dat bij Citroën Berlingo heet en bij Peugeot Rifter. VW heeft de Caddy nog. De Opel Combo is al jarenlang een bastaard. De voorlaatste was een Doblò met een Opel-logo. Na de PSA-overname van Opel keert hij terug als de Duitse Berlingo.

Officieel moet je zulke auto’s MPV’s noemen, riante stations met een vleugje bussigheid. Maar het zijn gewoon bestellers met ramen en stoelen achterin, bij deze Opel desgewenst verdeeld over een tweede en een derde zitrij. Daar ligt hun charme. Het zijn en waren anti-auto’s waarbij rijeigenschappen, uitrusting, motor en prestaties ondergeschikt zijn gemaakt aan het vergeten ideaal van ongelimiteerde ruimte. De korte Combo heeft een kofferruimte van bijna 600 liter en met de stoelen neer 2.126 liter; de 35 centimeter langere Combo XL komt tot 2.700. Daar komt geen SUV bij in de buurt. Daarom zijn ze hoog en vierkant, zitcontainers met een knollig autoneusje dat in dit geval net voldoende is ver-Opeld om Duitse kloon en Franse donor uit elkaar te kunnen houden. Sturen doen ze door hun dozige anatomie bedaagder dan de SUV’s en crossovers die nu populairder zijn, hoewel het onderscheid niet dramatisch is; het rijdt uitstekend.

Ze delen hun doodnormale benzine- en dieselmotoren met de personenwagens van het PSA-concern. Het zijn schone, akoestisch terughoudende drie- en viercilinders die voor wie van oudsher niks gewend is nog best pittig lijken. Combo-man tegen gymnasiumklas: „Je zou het niet zeggen, maar ik ben de Max Verstappen van de oude talen.”

Irrationaliteit van de markt

Alleen voor hem zou je zo’n auto willen maken. Voor het publiek van nu zijn Combo’s niet gelikt genoeg. De mensen willen wielen en grilles, design, sweeping statements over de bochtendynamiek. Dan maar minder ruimte dan zo’n macrobiobusje. Trendbewuste Opel-kopers zullen liever bloeden voor een modieuze Grandland X dan prijsschieten met de goedkopere en veel grotere Combo. Terwijl die het enige juiste antwoord is op de ruimtebehoeften en het instapgemak waarmee ze godbetert hun aanschaf van een Grandland motiveren. Zo demonstreert hij de irrationaliteit van de markt op zijn schrijnendst, al heeft Opel de Combo ver boven zijn stand getild met gadgets die de Combo-mens niet eens van horen zeggen kende. Acht inch-infotainmentdisplay, stuurverwarming, led-dagrijverlichting. Jeetje!

Verfrissend: van Opel geen stom woord over de sportieve rijkwaliteiten, die er niet zijn. Niets over de actieve levensstijl van een doelgroep die dit toch bij voorbaat een stom hok vindt. Het gaat over liters en kubieke meters, over het heuglijke nieuws dat de laadvloer van de Combo op grijs kenteken lang en breed genoeg is voor twee euro-pallets. Over de praktische schuifdeuren achter, die ongewenste botsingen verhinderen. Over de klaptafeltjes voor de kinderen in de rugleuningen van de voorstoelen. De unieke dakkoffer achter, die zowel via de kofferklep als vanaf de achterbank belaadbaar is, de uitklapbare achterruit en de neerklapbare passagiersstoel voor lange voorwerpen. Bekend van de Berlingo en de Rifter is de ‘roof gallery’, een aan het plafond opgehangen opbergvak met een extra capaciteit van 36 liter. Het is voor 1.330 euro te koop in combinatie met de dakkoffer en een romantisch panoramadak. Ik zou de kans niet laten lopen.

Ik geniet met volle teugen. Dit is mijn milieu. Zo jammer dat hij door de BPM-toeslag voor zijn iets hogere verbruik aan de prijs is, al krijg je voor je 28 mille wel standaard airco. Anderzijds: de Grandland X met ruim 350 liter minder opslagruimte kost minstens drie mille meer, en de Combo is leuker. Het is een auto voor de goede mensen. Behoed ze voor uitsterven, verruim je wereld; word er zelf een. En als je grootvader bij het verzet zat, neem je gewoon de Franse versie.

    • Bas van Putten