Den Haag worstelt met zomer- en wintertijd: wel of geen vaste koemelktijden?

Zomer- en wintertijd

Dit weekend gaat de klok terug. Europa wil dat landen kiezen voor zomer- of wintertijd. Het onderwerp is zo ineens terug in Den Haag.

Een Hongaarse man, afstammeling van de beroemde adellijke familie Bela Hatvani zet de klokken in het museum van zijn voorouders een uur terug. Foto Sandor Ujvri/EPA

De verantwoordelijke Kamerleden hadden het niet zien aankomen. Dat ze een keuze tussen de zomer- of wintertijd moesten maken. Kees Verhoeven (D66), die er nog niet uit is, had – heel praktisch – deze zomer toevallig net twee boeken over slaap gelezen. Forum voor Democratie heeft al wel gekozen, voor de zomertijd. „Wij zijn vrolijke mensen”, zegt een woordvoerder. De SP heeft ook nog geen standpunt, maar woordvoerder Ronald van Raak wil wel een referendum in plaats van de „halfbakken” peiling die het kabinet over de kwestie wil houden.

De discussie is terug van weggeweest op het Binnenhof. Eind jaren zeventig stelde CDA-Kamerlid Marten Beinema nog op bezorgde toon Kamervragen over de in 1977 ingestelde zomertijd. Of door die zomertijd niet „het natuurlijke ritme van hen, die daarvoor gevoelig zijn, wordt verstoord?” Bij het kabinet bestond toen „niet de indruk dat er van enig nadelig gevolg sprake is”, antwoordde staatssecretaris Els Veder-Smit. Op voordelen hoopten Nederland en veel andere Europese landen in tijden van de oliecrisis wel, zoals energiebesparing, doordat mensen ’s avonds minder verlichting nodig zouden hebben.

Bij Binnenlandse Zaken kwamen ze er pas dit voorjaar achter dat ‘de tijd’ in de portefeuille van minister Ollongren zit

Waar de Europese Commissie destijds aanjager van invoering van de zomertijd was, stelt zij nu voor weer te stoppen met het verzetten van de klok. De energiebesparing zou tegenwoordig minimaal zijn en de klok verzetten slecht voor het slaapritme en daarmee de gezondheid. De Commissie stelde vorige maand voor dat EU-lidstaten voor april volgend jaar kiezen voor de zomertijd óf de wintertijd. Als het besluit gevallen is, hebben landen die voor zomertijd kiezen de klok dan voor het laatst verzet, en doen landen die de wintertijd kiezen dat in oktober 2019 voor het laatst.

Minister én kabinet verrast

Voor het kabinet gaat het allemaal veel te snel. Het kabinet „vindt het verstandig om terug te gaan naar één tijd”, zei vicepremier Hugo de Jonge (CDA) vorige week, maar vindt dat de Commissie onvoldoende onderbouwt wat nu de voor- en nadelen van een permanente zomer- of wintertijd zijn. Ook wil Nederland meer tijd voor afstemming met de buurlanden, om te voorkomen dat er in België of Duitsland straks een andere tijd is. Een eigen voorkeur heeft het kabinet nog niet.

Onbekendheid met het dossier speelt daarbij een rol. Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) kwam er dit voorjaar achter dat ‘de tijd’ in haar portefeuille zit, toen de Europese Commissie aankondigde burgers in de hele EU online te gaan raadplegen over het onderwerp. Het kabinet was ook verrast dat de Commissie al in september met een voorstel kwam waarvan het kabinet iets moest vinden. Ongebruikelijk snel voor Europa, zo klinkt het.

Kamerleden worden sinds vorige maand bestookt met e-mails over het onderwerp. Harry van der Molen (CDA) ontvangt zoveel mail dat hij een aparte autoreply heeft ingesteld. ChristenUnie-Kamerlid Stieneke van der Graaf krijgt ook handgeschreven brieven. Voor VVD-Kamerlid Jan Middendorp was zijn volgestroomde mailbox reden vragen te stellen bij het begrotingsdebat Binnenlandse Zaken deze maand. „In de eerste plaats ben ik volksvertegenwoordiger, als het zo leeft is het voor mij belangrijk.”

NRC wil graag weten hoe u de zomer- en wintertijd ervaart

Kleine kinderen ontregeld

Waar politici weleens wordt verweten te snel te oordelen, hebben veel partijen nu nog geen voorkeur. Forum voor Democratie kiest dus al wel, voor de zomertijd, en daarmee voor het behoud van de lange zomeravonden met licht tot 22.30 uur. Bij een keuze voor permanente wintertijd is het ’s zomers om 21.30 uur al donker. Een nadeel van de permanente zomertijd is weer dat het ’s winters pas tegen tien uur ’s ochtends licht wordt.

De Partij voor de Dieren durft ook al te kiezen, voor de wintertijd. Kamerlid Frank Wassenberg zegt dat het vooral belangrijk is voor dieren dát het verzetten van de klok stopt. „Zij zijn afhankelijk van het ritme van hun baasjes en hebben er last van als ze op andere momenten worden gevoerd of uitgelaten.” Het CDA ziet vooral voordelen in vaste melktijden voor koeien.

D66-Kamerlid Kees Verhoeven vreest dat veel mensen automatisch een positieve associatie met het woord ‘zomertijd’ hebben en wil vooral „naar de wetenschappelijke inhoud kijken”. Hij voelt wel voor één tijd omdat het verzetten van de klok het slaapritme verstoort. Verhoeven las deze zomer Slaap van Matthew Walker en Rust in uitvoering van Alex Pang. Hij noemt slaap, „een onderschat thema dat in vele opzichten bepalend voor de gezondheid is”. De D66’er herkent de problemen uit eigen ervaring. „Met kleine kinderen ben je altijd een aantal dagen aan het klooien met het verzetten van de klok. Daar hebben miljoenen Nederlanders mee te maken”.

Wij zijn vrolijke mensen. En dus kiezen we voor de zomertijd

Forum voor Democratie-woordvoerder

De meeste fracties steunen het idee van één tijd, maar kiezen nog niet. De PvdA is de enige die nu al zegt juist te willen vasthouden aan het verzetten van de klok. „De voordelen van één tijd wegen niet op tegen de nadelen”, vindt woordvoerder Attje Kuiken. Goede afstemming met buurlanden vinden vrijwel alle fracties belangrijk.

Het kabinet wil voor het een besluit neemt ook de opvattingen van Nederlanders peilen en die „meewegen”. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft een zogenaamde ‘flitspeiling’ in voorbereiding, een representatieve steekproef die nog dit jaar wordt gehouden. Een flitspeiling wordt vaker door ministeries gehouden en is uitdrukkelijk géén referendum, benadrukte vicepremier De Jonge vorige week. Wanneer de resultaten van de peiling bekend worden is nog niet duidelijk. Maar het meewegen van de uitslag kan voor het kabinet alsnog lastig worden. Nederlanders zijn erg verdeeld over de tijd.

De Kamer heeft nog veel vragen over de peiling. Bijvoorbeeld over de timing. „Als je ’m in de winter houdt, krijg je een andere uitkomst dan in de zomer”, denkt VVD’er Middendorp. Verhoeven (D66) pleit voor „zorgvuldig verwachtingsmanagement” bij het kabinet. „Als de wetenschap iets anders zegt dan een peiling moet je daar zorgvuldig mee omgaan.” SP-Kamerlid Ronald van Raak ziet er niks in. „Of je besluit als politiek zelf, of je vindt het belangrijk genoeg om aan de bevolking voor te leggen en dan hou je een referendum.”

    • Pim van den Dool