Burgemeester mocht Zwarte Piet-demonstratie Rotterdam verbieden

De rechtbank in Rotterdam bepaalde dat de zorgen om de algehele veiligheid van burgemeester Ahmed Aboutaleb in 2016 gegrond waren.

Foto Marten van Dijl/ANP

Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam mocht demonstranten in 2016 verbieden om voor en tegen Zwarte Piet te protesteren. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam donderdag bepaald.

Tegenstanders van Zwarte Piet hadden in 2016 bij de landelijke intocht in Maassluis vreedzaam tegen de figuur willen demonstreren, maar werden door burgemeester Edo Haan van Maassluis geweigerd. Daarop besloten zij uit te wijken naar Rotterdam, maar burgemeester Ahmed Aboutaleb wilde dit te voorkomen met een demonstratieverbod voor het centrum van Rotterdam.

In Rotterdam was op dat moment te weinig politie paraat, verweerde Aboutaleb zich, en hij vreesde voor opstootjes tussen voor- en tegenstanders. Hooligans van extreem-rechts wilden namelijk ook naar Rotterdam komen. Het tijdelijke demonstratieverbod gold voor beide groepen.

‘Inbreuk op demonstratierecht’

De eisers, van wie een deel verbonden is aan actiegroep Kick Out Zwarte Piet, tekenden bij de gemeente Rotterdam bezwaar aan tegen het besluit van Aboutaleb. De gemeente wees dit bezwaar af, waarop actievoerders naar de rechter stapten. Zij vonden het verbod disproportioneel omdat het inbreuk maakte op hun grondwettelijk demonstratierecht en dus op hun vrijheid van meningsuiting. Ook droegen de eisers aan het “logisch” is dat de groep de gemeente niet van tevoren had ingelicht, omdat de beslissing om naar Rotterdam te gaan ad hoc was genomen.

Ondanks het verbod begonnen sommige demonstranten met een betoging aan de noordzijde van de Erasmusbrug. Daarop werden 180 aanhoudingen verricht. Het Openbaar Ministerie verdacht 168 arrestanten van het negeren van politiebevelen, maar ging wegens gebrek aan bewijs niet tot vervolging over. Ook concludeerde justitie dat een deel van hen onterecht als verdachte was aangemerkt.

Lees ook: Waarom werden alle anti-Zwarte Piet-betogers in Rotterdam gearresteerd?

De rechtbank concludeerde dat zodra het demonstratierecht botst met andere regels, een burgemeester de afweging mag maken welk belang zwaarder weegt. Aboutaleb, zo concludeert de rechtbank, vreesde terecht voor opstootjes en de veiligheid.

De rechter ging akkoord met het verweer dat de stad niet voldoende voorbereid was op een ad hoc-demonstratie omdat veel Rotterdamse agenten al in Maassluis waren. Ook verweet de rechtbank de demonstranten dat ze te lang “onduidelijkheid over hun plannen” hebben laten bestaan.

In een schriftelijke reactie laat Kick Out Zwarte Piet weten teleurgesteld te zijn in de uitspraak. Plaatsvervanged advocaat van de groep Barbara van Straaten tegenover NRC:

“Er worden heel vaak tegendemonstraties afgekondigd als KOZP wil demonstreren. Die tegendemonstraties blijken dan vaak aanleiding om al het protest te verbieden. Daarmee verliest KOZP consequent haar demonstratierecht, wat indirect overloopt in het recht op vrijheid van meningsuiting. Burgemeesters hanteren snel een verbod vanwege de angst voor onrust. Wat KOZP betreft is dat onvoldoende onderbouwing voor zo’n enorme inperking van een grondwet. Als de groep een peaceful assembly afkondigd, een vredige demonstratie, dan moet de overheid dat consequent beschermen. De groep had gehoopt dat hun demonstratierecht sterker beschermd en gerespecteerd zou worden door de rechtbank.”

De rechtbank benadrukte donderdag dat de uitspraak over 2016 niet betekent dat er in de toekomst in Rotterdam nooit meer tegen Zwarte Piet gedemonstreerd mag worden. Dit zal per geval moeten worden bekeken. Kick Out Zwarte Piet heeft nog geen besluit genomen over een eventueel hoger beroep.

    • Maartje Geels