Begrip voor Italië? Niet van landgenoot Draghi

Europese Centrale Bank

De president van de ECB wijst de Italianen erop dat eventuele noodhulp aan strenge regels is gebonden. Maar het beeld dat hij Italië in de steek laat, klopt niet.

Mario Draghi

Van de hooggeplaatste landgenoot in Frankfurt hoeven de Italianen niet zomaar hulp te verwachten. Deze boodschap had Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank (ECB), donderdag voor het populistische Italiaanse kabinet.

De ECB, zei Draghi tijdens een persconferentie, is er „niet om de tekorten van regeringen te financieren”. De Italiaanse regering wil het begrotingstekort laten oplopen tot 2,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp), ondanks de torenhoge staatsschuld van het land (zo’n 2.200 miljard euro, ruim 130 procent van het bbp).

Al maanden klinkt in Rome een mix van verwijten en verwachtingen aan het adres van de ECB. De teneur: Draghi’s ECB moet méér Italiaanse staatsleningen kopen. De rente die de Italiaanse staat betaalt op de staatsschuld moet op die manier dalen, zo is de gedachte bij Lega Nord en Vijfsterrenbeweging. Momenteel loopt die rente juist op, omdat beleggers de plannen van de coalitie om miljarden extra uit te geven als riskant zien. Het renteverschil tussen Italië en Duitsland (de zogeheten spread) is de laatste weken meer dan verdubbeld, tot boven 3 procentpunt. De Italiaanse minister Paolo Savona (Europese Zaken) zei eerder deze maand dat de ECB moet „interveniëren” met extra aankopen als de spread verder oploopt.

Lees ook: Oprichter van EU is nu tegen Europa

Regels zijn regels

Maar dat gaat zomaar niet, viel op te maken uit Draghi’s woorden. De ECB is aan regels gebonden. Sinds begin 2015 koopt de ECB grootschalig staats- en bedrijfsschuld op van alle eurolanden (behalve Griekenland, dat niet aan de eisen voldoet). Dat programma is niet bedoeld om landen te helpen, maar om de inflatie in de eurozone aan te jagen. „Ons mandaat is prijsstabiliteit”, herhaalt Draghi telkens. Tot chagrijn van de Italiaanse regering loopt dit opkoopprogramma in principe eind dit jaar af, omdat volgens de ECB het inflatiedoel van krap 2 procent in zicht is.

En als er een crisissituatie ontstaat rondom de Italiaanse staatsschuld? Dan zou Italië zich eerst moeten wenden tot het noodfonds van de eurolanden, het ESM (Europees Stabiliteitsmechanisme), zei Draghi. Pas als Italië zich onderwerpt aan een ESM-programma – inclusief pijnlijke bezuinigingen en hervormingen– zou de ECB Italiaanse staatsschuld kunnen kopen. En dan is er ook nog de voorwaarde dat steunaankopen voor één land het monetaire beleid voor de héle eurozone niet mogen verstoren. Dit is de procedure die „beschikbaar” is, zei Draghi. En als de Italië last heeft van de spread, kan het maar beter „beleid voeren dat de spread reduceert”.

Benadeelt Draghi Italië?

Zijn woorden zullen in Rome het beeld versterken van een ECB die Italië niet goed gezind is. Maar de vraag is of dat beeld juist is.

In totaal kocht de ECB al krap 2.100 miljard euro aan staatsleningen om de inflatie aan te jagen. 360 miljard daarvan komt uit Italië. Is dat veel of weinig? De ECB koopt in principe van elk land naar rato van de grootte van de economie en van de bevolking, de zogeheten kapitaalsleutel. Alleen: de ECB heeft al meer Italiaanse staatsleningen gekocht dan die sleutel suggereert – 7,7 procent meer, volgens cijfers van de ECB.

Waarom is het tekort van Italië zo hoog?

Op zich is Italië is niet het enige land waarvan de ECB ‘extra’ staatsschuld opkoopt. Dat geldt ook voor andere grotere eurolanden, zoals Duitsland en Nederland. Dat komt omdat er van kleine landen als Portugal vaak te weinig te koop is. Maar Italië spant de kroon wat betreft extra aankopen.

Er valt dus weinig te klagen voor de Italianen. Bovendien: tussen 2010 en 2012 kocht de ECB staatsschuld van Italië en vier andere wankele eurolanden op om de stress op de financiële markten te bestrijden. Nog steeds heeft de ECB krap 50 miljard euro aan Italiaanse schuld uit die tijd in bezit.

Die aankopen waren destijds nog niet aan zulke strenge voorwaarden gebonden die Draghi donderdag in zijn persconferentie noemde. Die eisen kwamen er pas vanaf 2012, vlak nadat Draghi zei dat de ECB „al het nodige” zou doen om de euro bijeen te houden. Dat waren grote woorden – maar in feite hebben de voorwaarden die daarna kwamen, het niet makkelijker gemaakt voor de ECB om in een grote crisis in te grijpen.

    • Mark Beunderman