Recensie

Alles in de relatie was een voorteken

Bregje Hofstede Bregje Hofstede schreef een kroniek van een break-up – uiteindelijk deelt ze met haar vriend vooral gewoontes en ‘gouden goedmaakseks’. Hoogst interessant, maar met haarscheurtjes.

Illustratie Paul van der Steen

Bregje hield nauwgezet dagboeken bij tijdens haar lange relatie met Luc, haar middelbare-schoolliefde, met wie ze als eind-twintiger getrouwd en gelukkig was. Leek. Tot ze hem, zo gestrest en getergd dat ze niet meer sliep, verliet. Nu zwerft ze door hun woonplaats Brussel, met in haar backpack slechts die dagboeken, en leest ze haar leven terug. ‘Ik hoopte dat ik je op die manier weer zou kunnen zien zoals ik gewend was’, schrijft ze dan, aan Luc en aan ons, want de roman Drift is een speurtocht naar een verklaring, van haar aan hem – en ons.

Maar de afstand wordt juist groter. De oude Bregje bevreemdt haar, de afloop van de relatie kleurt alle herinneringen donker. Zoals ze dat ergens ver in de roman mooi verwoordt: ‘Ik ben doorlopend bezig haarscheuren tot breuklijnen te maken met de koevoet van het nu.’ Drift, de tweede roman van Bregje Hofstede (1988), is daarmee een kroniek van een aangekondigde break-up. Want Bregje dacht de dagboeken bij te houden om haar leven ‘te vatten’, om alle moois vastgelegd en vormgegeven te krijgen, maar in feite was het een daad van bezwering.

Ergens in de marge maakte ze deze notitie, een opdracht aan zichzelf: ‘niet theoretiseren, niet analyseren en beredeneren hoe goed we bij elkaar passen, sterke punten, zwakke punten; niet zoeken naar toekomstige struikelblokken’. Beter in de relatie de ‘willing suspension of disbelief’ in ere houden, is het devies van de Bregje-van-toen – naar Coleridges term voor de houding van een romanlezer om zich te laten meevoeren in een fictieve werkelijkheid, wetend dat die verzonnen is. ‘De ware geliefde is rolvast en twijfelt nooit aan het verhaal’, is nu haar dodelijke commentaar.

Gouden goedmaakseks

Is Bregje een ware geliefde? Struikelblokken kwamen er in elk geval in haar relatie, en daarvan doet Hofstede nu verslag. Luc en Bregje passen eigenlijk niet samen, ze beknotten en beknellen elkaar, vooral hij háár (maar misschien zij hem óók, net zo goed?). Uiteindelijk delen ze vooral gewoontes en ‘gouden goedmaakseks’. Zij schreef een debuutroman, hij las ’m niet. Zij liep op haar tenen, cijferde zich behaagzuchtig weg, hij zag het niet – zoals in dit van elke gêne gespeende voorbeeld: ‘Je hebt nooit geraden dat ik niets drink zodat ik ’s avonds nooit naar de wc hoef, omdat jij ooit gezegd hebt dat je het een vies idee vond om me te likken nadat ik had geplast.’

25 en een burn-out. Bregje Hofstede schreef essays over haar eigen ervaring. Lees ook het lunchinterview: ‘Ik leefde supergezond, voelde me superkut’

Ja, zulke details, zulke zinnen maken het een soms gênant verhaal, ongenadig eerlijk, wat je als lezer dan met voyeuristisch genoegen tot je mag nemen – je komt dichtbij, heel dichtbij. Die eerlijkheid is althans de suggestie. Ondertussen is Bregje natuurlijk een personage, Drift een roman en zijn de gebeurtenissen dus vervormd, dat is nota bene een thema – al maakte Hofstede er in eerdere teksten geen geheim van dat het verbreken van haar lange relatie haar bevrijdde en inspireerde.

We leren háár kennen, en samen met haar de relatie – we ontleden de relatie, en zien in alles een symbool, een voorteken. Dat krijgt het mooist vorm in de essayistische hoofdstukken waarin de alinea’s vooral met elkaar verbonden zijn door wat eronder ligt. Zo’n hoofdstuk bestrijkt dag 18 na haar vertrek: dat begint in een Brusselse klimhal, waar ze even een medeklimmer aanraakt, een man, waarna ze uitzoomt en associeert over aanraking en Brusselse bouw, over een ideale stad die één kant op groeit en zo netjes verzwolgen wordt, parallel aan Lucs ‘vergeetgraagte’, dan over de plek van herinneringen in de hersenen, die niet bestaat, en de voortdurende herschakering die wél bestaat, waarna ze constateert: ‘memory lane wordt gemetseld waar je bij staat’, en zo komt ze weer bij het drijvende thema van de roman: de herinnering en haar dagboeken – waarna ze zich een medeklimmer herinnert die ooit haar interesse had, niet het minst omdat hij zulke fijne klimhalroutes uitstippelde: ‘Het waren steevast puzzels, zo geraffineerd in elkaar gezet dat je de volgende pas alleen kon maken wanneer je je lichaam op één bepaalde manier vouwde of draaide.’ Wat naar haar idee ook een metafoor is voor literatuur. Uiteindelijk, ik sla wat over, komen we uit bij de bedolven Romeinse steden Herculaneum en Pompeii, waar de vulkaan het verleden vernietigde én conserveerde, maar het leven is eruit. En terug zijn we bij het einde van de relatie, en de dagboeken.

Petje af, voor hoofdstukken als deze, die ontzettend goed in elkaar zitten, vol doordachte metaforen en treffende symbolen, en het liefdesverhaal grotere weerklank geven. Dat Hofstede zó literatuur weet te maken van een autobiografisch gegeven, maakt Drift hoogst interessant. We leren zo ook Hofstede zelf kennen, als vormgever van dit al: studieus essayist, secuur vormgever en groot liefhebber van controle. Maar in die eigenschappen ligt ook haar beperking. Zoals haar debuutroman De hemel boven Parijs (2014) vooral een beheerst ambachtswerk was, zo voelt Drift op punten ook wat ál te netjes geconstrueerd.

Makkelijke symboliek

Een haarscheurtje in Drift is de debuutroman van Bregje, het personage dus, getiteld De welp, waarvan we fragmenten te lezen krijgen. Het is het verhaal van een grauwe, beladen jeugd, over een meisje dat het beest in zichzelf ontdekt – dat verhaal is niet zo sterk. Het voelt als typisch een roman van een jonge hedendaagse debutant, van stijl en symboliek wat voorspelbaar, wat makkelijk. Erger is dat dat ook geldt voor de betekenis die aan De welp wordt toegedicht. Als Bregje geïnterviewd wordt, zegt ze ‘dat de roman meer zei over mijn huidige leven dan over mijn jeugd’. En of het wáár is wat ze schrijft? Het is ‘de waarheid min de feiten’ en daarmee ‘echter dan echt’, zegt ze. Maar als dat eenduidige, doorzichtige De welp echter dan echt is, doet dat af aan Drift.

De illusie van echtheid wordt daardoor even doorbroken, ook nog omdat Hofstede een roman als Bregjes De welp helemaal niet heeft geschreven. Het richt je blik op de constructie van dit alles. En zoals het haar als geliefde verging, vergaat het je als lezer: je suspension of disbelief heeft te lijden onder de groeiende bewustwording van de constructie. Dat gaat voelen als de koevoet die van haarscheuren breuklijnen maakt, als de schrijftechniek die een intiem verhaal dreigt te bekoelen tot een intellectuele exercitie. Daar zit net het verschil tussen een goede en een heel goede roman. De klimwandpuzzelroute heeft Hofstede secuur uitgezet, ze leidt ons gedecideerd naar de top, maar een paar stapstenen zitten los.

    • Thomas de Veen