Opinie

Alcoholpreventie? Vraag je ook eens af wat ons doet drinken

Leefstijl Ontmoedigingsbeleid is nuttig, maar neemt de oorzaken van excessief drankgebruik bij jong en oud niet weg, schrijft

Foto YinYang

Nederland telt ruim een miljoen ‘probleemdrinkers’ tussen de 16 en 69 jaar – ze hebben problemen met hun gezondheid, werk of relaties. Daarnaast is het een trend onder ouderen om overmatig te drinken (vrouwen meer dan 14 glazen in de week; mannen meer dan 21 glazen per week). Om het alcoholgebruik te beperken denkt staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS, ChristenUnie) in het aanstaande Nationaal Preventieakkoord aan „campagnes gericht op specifieke doelgroepen, prijsmaatregelen, verminderen van verkooppunten, beperken reclames, inzetten op een cultuur van sport zonder drank en meer aandacht voor alcohol in de zorg en op school.”

Dit zijn ongetwijfeld nuttige maatregelen, maar ons gedrag is moeilijk te veranderen. Zelfs bij een totaal verbod lukt het een overheid niet om de mens van de drank af te krijgen, zoals we weten van de Drooglegging in de Verenigde Staten in het begin van de vorige eeuw. Op de een of andere manier heeft alcohol zich genesteld in onze samenleving ondanks de gezondheidsrisico’s. Als alcohol een nieuw product was zou het waarschijnlijk niet eens worden toegelaten voor menselijke consumptie. Maar goed, alcohol is er nu eenmaal en – sterker – lijkt in onze samenleving soms zelfs bitter noodzakelijk.

‘Voor jou tien anderen’

Door prestatiedruk stellen we enorme eisen aan onszelf. Tweederde van de jongeren tussen de 10 en 34 jaar heeft wel eens een psycholoog bezocht, bleek vorig jaar uit een enquête. Vaak genoemde redenen: „de behoefte eeuwig perfect te zijn op alle fronten”, „onzeker”, „druk op werk/stage is veel te hoog, want voor mij tien anderen”, en „te veel keuzes op jonge leeftijd”.

Groepsdruk is groot en het voelt goed om eens minder remmingen te hebben. Zeker in verenigingsverband – van sportclubs tot studentenverenigingen – wordt stevig gezopen, met als gevolg dat ons brein gezelligheid en drank niet meer van elkaar los kan koppelen.

Als alcohol een nieuw product was zou het niet worden toegelaten voor menselijke consumptie

En dan de werkende populatie: werkdruk neemt epidemische vormen aan, blijkt bijvoorbeeld in de zorg, het onderwijs en bij de politie. We werken meer en meer op basis van regels en steeds minder op basis van vertrouwen. Dat doet ons oeroude stressmechanisme geen goed. Fouten worden direct afgestraft. En dat we heen-en-terug naar het werk in de file hebben gestaan, helpt ons overbelaste brein ook niet. Tel daarbij op de onophoudelijke stroom informatie die we verwerken, de vele afleidingen en alle hoge verwachtingen – en je hebt een gevaarlijke stresscocktail. In elk geval raakt onze wilskracht zo verzwakt dat ons brein aan het eind van de dag genoeg redenen ziet om onszelf dat glaasje te gunnen. Blijkbaar is alcohol de eerste ontspanningsbron die onze hunkering naar tijdelijke zorgeloosheid voedt.

Babyboomers

Maar te weinig druk is ook niet goed, zoals we zien bij onze overmatig drinkende ouderen. Voor deze babyboomers was het altijd normaal om te drinken, en vroeger waren ze zich minder bewust van de risico’s. Nu ze niet meer werken, en veel minder verplichtingen hebben, ‘mogen’ ze van zichzelf wat meer drinken.

Volgens het Trimbos Instituut drinken ouderen „ter ontspanning, voor de gezelligheid en omdat ze het lekker vinden. Maar ook eenzaamheid, te veel vrije tijd, gewoontegedrag en stressfactoren (zoals verlies van werk of dierbaren en ziekte) worden als belangrijke aanjagers genoemd.” Alcohol maakt het leven na je vroegpensioen iets leuker of verlicht de eenzaamheid en stress enigszins. Veel ouderen hebben minder sociale interactie en minder het gevoel bij te dragen aan de maatschappij en daarom maakt dat „extra glaasje” niet uit.

Lees ook: Het alcoholgebruik van de Nederlander is flink veranderd

Misschien moet de trieste constatering zijn dat velen tegenwoordig alcohol broodnodig hebben om „even niet aan te hoeven staan”, te kunnen ontspannen, of ons leven op latere leeftijd wat leuker te maken. Dat lossen we niet zomaar op met maatregelen, maar het vereist een veel fundamenteler beschouwing van onze manier van leven.

Zo heeft IJsland een succesvolle aanpak ontwikkeld om het alcoholprobleem bij jongeren aan te pakken: inzetten op veel meer contact tussen ouders en kinderen; families kregen zo’n 300 euro per kind voor meer buitenschoolse activiteiten voor de kinderen. Daarnaast mogen kinderen tot 16 jaar niet alleen laat op straat zijn en mag alcohol pas vanaf 20 jaar.

Voor onze werkenden zouden we echt eens moeten kijken of we in onze beroepsmatige omgeving meer vertrouwen in elkaar kunnen uitstralen. Bijvoorbeeld door professionals wat meer als professionals te behandelen en niet alles dicht te timmeren met regels. Dat zou een hoop minder stress opleveren en de noodzaak tot ontspanning met alcohol kunnen verkleinen. En als we ten slotte onze ouderen maatschappelijk een grotere rol kunnen laten houden, hebben ook zij minder excuses om dat glaasje te pakken.