‘Wat als 90 procent van het Franse erfgoed in Afrika lag?’

Restitutierevolutie Schrijver Felwine Sarr en kunsthistorica Bénédicte Savoy presenteren volgende maand hun plan voor de teruggave van Afrikaanse kunstschatten. „De Franse positie heeft grote consequenties voor de rest van Europa.”

De Franse president Emmanuel Macron tijdens de reis naar Ouagadougou (Burkina Faso) waar hij bekendmaakte dat hij Afrikaans erfgoed uit Franse musea wil teruggeven aan de landen van herkomst. Foto Ludovic Marin/AFP

‘Ik kan niet accepteren dat een groot deel van het culturele erfgoed van meerdere Afrikaanse landen in Frankrijk ligt!” Niet een Afrikaanse revolutionair, maar de net verkozen Franse president was aan het woord: Emmanuel Macron verraste vriend en vijand toen hij, nu bijna een jaar geleden, in een dampende collegezaal in Ouagadougou (Burkina Faso) aankondigde dat de „nieuwe vriendschapsrelatie” die hij met de voor Frankrijk strategisch belangrijke ex-koloniën voor ogen heeft, voorziet in de teruggave van tijdens die koloniale tijd geroofde kunstschatten. „Het Afrikaanse erfgoed moet in Parijs te zien zijn, maar ook in Dakar, in Lagos en Cotonou”, zei hij tegenover de studenten. „Ik wil dat tussen nu en vijf jaar de voorwaarden gevonden zijn om tijdelijk of definitief Afrikaans erfgoed aan Afrika terug te geven.”

Hij liet er geen gras over groeien. Tijdens een bezoek van president Patrice Talon van Benin aan Parijs benoemde hij in maart twee experts die binnen een half jaar met concrete aanbevelingen moesten komen. De Senegalese econoom en schrijver Felwine Sarr (46), verbonden aan de Université Gaston Berger in Saint-Louis, en de Franse kunsthistorica Bénédicte Savoy (46) van het Collège de France en de Technische Universität Berlin spraken de afgelopen maanden met conservatoren, intellectuelen en wetenschappers in Frankrijk en in vier West-Afrikaanse landen. Komende maand presenteren ze hun bevindingen.

„De toespraak”, zegt Savoy telefonisch, „was echt een breuk met de traditionele Franse repliek. Al sinds de revolutie is het juridische argument tegen verzoeken om teruggave altijd geweest dat de Franse collecties bij wet onvervreemdbaar zijn.”

Dat was ook de reactie van de regering van Macrons voorganger François Hollande toen het West-Afrikaanse Benin in 2016 een verzoek indiende voor restitutie van de collectie van het hof van Dahomey. De tronen, paleisdeuren en duizenden andere objecten van het voormalige koninkrijk zijn in de negentiende eeuw buitgemaakt door de Franse generaal Alfred Dodds en liggen nu al jaren in het Parijse Musée du Quai Branly. „Gift Generaal Dodds”, staat daar bij vele vitrines.

Anders dan in veel andere Europese landen hebben de meeste Franse musea niet alleen precies in kaart gebracht wat de herkomst van hun spullen is, maar er ook nooit een geheim van gemaakt dat een museumcollectie „duistere kanten” heeft, zegt Savoy. Dat verklaart het geringe aantal negatieve reacties van musea, denkt ze. „Ze zien het morele probleem.”

Er moet ten minste een symbolisch significante hoeveelheid objecten terug

Felwine Sarr

Revolutie

Na Hollande heeft Macron het Beninese verzoek wél erkend en de bestuursvoorzitter van Quai Branly, Stéphane Martin, staat welwillend tegenover gedeeltelijke teruggave. „Dat is een serieuze verandering van paradigma”, zegt Savoy. Voordat ze met Sarr de opdracht kreeg de kwestie in kaart te brengen, noemde ze het in Le Monde zelfs van een „revolutie”. Om teruggave mogelijk te maken zal de Franse wet ingrijpend aangepast moeten worden. Andere landen met Afrikaanse roofkunst staan onder druk om Macrons voorbeeld te volgen. „De Franse positie heeft grote consequenties voor de rest van Europa”, zegt Savoy.

De tijd is rijp, denkt ook Sarr. „In de jaren zestig hebben verschillende Afrikaanse landen kort na hun onafhankelijkheid de kwestie al wel eens opgeworpen, maar toen leidde dat nergens toe. In Frankrijk was het nog moeilijk de geschiedenis onder ogen te komen”, zegt hij. „Zelfs nu is nog niet iedereen er klaar voor, maar er is een grotere acceptatie van het idee dat het niet normaal is dat 90 procent van het Afrikaanse erfgoed zich nu in Frankrijk of elders in Europa bevindt en Afrikaanse landen zelf heel weinig culturele goederen over hebben. De kwestie is gerijpt in het collectieve bewustzijn, een kritische reflectie lijkt eindelijk mogelijk.”

Natuurlijk, Macron is van een andere generatie, geboren na de koloniale tijd. En de culturele uitwisseling is deel van de een nieuwe Franse Afrika-strategie. Maar het idee beantwoordt ook aan een oprechte vraag bij jongere Europese generaties, denkt Savoy. „Mijn studenten in Berlijn zijn altijd rond de twintig jaar oud en ik zie dat zij sinds enkele jaren echt willen weten waar de spullen die ze gebruiken vandaan komen. Dat geldt voor consumptieproducten: kleding, meubelen van Ikea of de onderdelen van hun telefoon. Maar ook voor culturele goederen: wat is de herkomst van het plezier dat ik in het museum vind? Dat is de moderne samenleving. Jongeren kijken echt meer naar dit soort verbanden, naar fairness.”

Betrokkenheid

Behalve Benin, bezochten Savoy en Sarr Kameroen, Senegal en Mali. Van de totaal 70.000 stukken uit Afrika bezuiden de Sahara die bij Quai Branly in Parijs liggen, komt een groot deel uit deze voormalige Franse gebiedsdelen. Maar de betrokkenheid bij het eigen vertrokken erfgoed verschilt per land.

„Mijn studenten in Senegal zijn er niet echt mee bezig”, erkent Sarr. De traditionele kunst is daar over een periode van vele jaren via etnografische missies sluipenderwijs het land uitgegaan. „Het geweld en de roof rond de val van het koninkrijk van Dahomey in Benin spreekt natuurlijk veel meer tot de verbeelding.”

Toen een private stichting in 2006 in samenwerking met het Parijse museum een deel van die collectie in Benin tentoonstelde, kwamen daar bijna 300.000 mensen op af. „Maar ook in Kameroen,” zegt hij, „wisten mensen precies wat ontbreekt in hun musea of bij het organiseren van bepaalde rituelen. Daar waren we van onder de indruk.”

Savoy: „Er is een aspiratie, een verlangen. Als het Benin lukt, geeft dat ook andere Afrikaanse landen de moed om verzoeken in te dienen. Maar we zagen ook een zekere scepsis: als een jonge Franse president zoiets opeens aankondigt, is het niet zo dat gelouterde leiders van Afrikaanse landen er meteen in geloven.”

Musea zijn hongerige organismen, ze willen liefst alles hebben

Bénédicte Savoy

Sarr: „Maar uiteindelijk is iedereen is het erover eens dat ten minste een symbolisch significante hoeveelheid objecten terug moet.”

Want Sarr en Savoy laten geen kans onbenut om te benadrukken dat het zeker niet de bedoeling is dat hele Franse musea van hun collecties ontdaan gaan worden. „We hebben het in eerste instantie over stukken die symbolisch van belang zijn, voor de geschiedenis of de herinnering”, zegt Savoy. „Het is echt niet zo dat we onze musea gaan leeghalen om andere vol te zetten. De mensen die die suggestie wekken, willen angst zaaien. Toen in 1815 Napoleon moest teruggeven wat hij gestolen had, vreesde ook iedereen voor het einde van het Louvre. Maar kijk, het gaat bij dat museum nog best goed. Musea zijn hongerige organismen, ze willen liefst alles hebben. Maar ze zijn ook altijd in beweging. Zelfs onze Afrikaanse partners denken daaraan. Een conservator die we spraken, zei: wat kunnen we in ruil teruggeven zodat er geen lege vitrine bij Quai Branly komt?”

Sarr: „Musea zullen gaan samenwerken, en stukken uitwisselen. Sowieso moet een deel van de werken blijven om een Afrikaanse aanwezigheid in het Westen te garanderen, zoals er in het kader van de universaliteit ook werken uit het Westen in Afrika zouden moeten zijn.”

Savoy: „Onze gesprekspartners zijn niet uit op revanche of zoiets. Ze kunnen een aanvraag doen en dan moet de teruggave op een ordelijke manier gebeuren.”

Sarr: „Het gaat er niet om schuldigen aan te wijzen, we moeten in staat zijn daaraan voorbij te gaan en onze relatie opnieuw uitvinden. Afrika en Europa hebben een gemeenschappelijke geschiedenis, maar geen gemeenschappelijk verhaal.”

Nog niet klaar

Critici, vooral kunsthandelaars, vragen zich alleen af waar de objecten naartoe moeten en of ze wel veilig zijn. In de Senegalese hoofdstad Dakar wordt dit najaar een nieuw modern museum opgeleverd en om het toerisme te ontwikkelen bouwt Benin aan drie nieuwe musea. Maar een aantal andere Afrikaanse landen zou nog niet klaar zijn om de objecten terug te ontvangen. „Ik wil niet dat universeel erfgoed vernietigd wordt”, zei de Parijse galeriehouder Bernard Dulon eerder dit jaar in NRC.

Sarr en Savoy maken zich daar niet zo’n zorgen over. Ze telden in Sub-Sahara-Afrika meer dan 400 musea, zowel traditioneel als moderner. Het al dan niet teruggeven van gestolen kunst „is natuurlijk in de eerste plaats een morele en ethische kwestie”, zegt Sarr. „Maar in de negentiende eeuw werden in Europa dezelfde argumenten gebruikt toen Frankrijk geroofde objecten moest teruggeven aan Italië en Griekenland. Zodra duidelijk was dat die landen hun spullen terug zouden krijgen, begonnen ze een infrastructuur op te zetten.”

Dat zal in Afrikaanse landen ook zo gaan, denkt hij. „Er is geen enkele reden om grote musea te bouwen of een museale politiek op te zetten als je de objecten niet hebt om erin te zetten. Het proces van teruggave is iets van lange adem. Landen krijgen ruim de tijd om zich voor te bereiden, om competenties op te bouwen.”

En niet alles hoeft naar een museum. „De stukken die in Frankrijk liggen, zijn destijds niet uit musea gestolen, maar uit huishoudens of cultusplaatsen. Natuurlijk komen er musea, maar het is aan die landen zelf om te bedenken hoe ze zich die objecten weer eigen maken. We hebben in Kameroen indrukwekkende traditionele koninklijke musea gezien met conservatoren die zeer begaan zijn met het erfgoed en soms zelfs beschikking hadden over klimaatbeheersing. Als een land een aanvraag doet om dingen terug te krijgen, dan is dat omdat het land veel waarde aan zo’n stuk hecht. Dan zal het er goed voor zorgen.”

Wie nog twijfelt, zegt hij, moet de kwestie even omdraaien. „Stel je voor dat 90 procent van het Franse erfgoed in Senegal of elders in Afrika zou liggen…, dat zou toch onhoudbaar zijn? Frankrijk komt zijn geschiedenis onder ogen en ondanks alle angsten en waanbeelden over Afrika die bij sommige mensen leven, hoop ik dat we kunnen laten zien dat het heel goed mogelijk is op een serene, bedaarde wijze dit historisch onrecht te herstellen. Frankrijk gaat veel verder dan andere landen, laat dat een voorbeeld zijn.”

    • Peter Vermaas