Recensie

Villagers met elektronica blijft zachtmoedig

‘My heart is spilling over…’ begint ‘A Trick of the Light’. Daarna: ‘…I take what I can get in matters of the soul.’ Hart en ziel zijn ruim vertegenwoordigd in de muziek van Villagers, in feite het soloproject van de Ierse zanger en dichterlijk songschrijver Conor O’Brien. Nieuw op Villagers’ vijfde album The Art of Pretending to Swim is de prominentere plek voor elektronica, samples en synthesizers. Daarmee gaat O’Brien nog niet meteen het radicale experiment van Bon Iver en Low achterna, want het synth- en vocodergebruik blijft binnen de perken en de algemene zachtmoedigheid van hartverwarmende indiefolkrock is gebleven. Wanneer in ‘Real Go-Getter’ de samples het overnemen van de echte stem, is het een poëtische toevoeging aan een lied over opkrabbelen na een depressie. Je hoort als het ware hoe O’Brien zich vastklampt aan de studioapparatuur om zijn hart te luchten. Hij wentelt zich in liefde voor muziek, en deelt dat met de luisteraar.

    • Jan Vollaard