Nieuwe museumprijs van €50.000 gaat naar Belvédère

Nieuwe prijs (50.000 euro)

De eerste Agnes van den Brandeler-prijs voor middelgrote musea gaat naar Heerenveen. De prijs zal worden gebruikt voor een expositie rond Olphaert den Otter.

Museum Belvédère, in de buurt van Oranjewoud bij Heerenveen.

Museum Belvédère in het Friese Heerenveen is de winnaar van de eerste Agnes van den Brandeler-prijs voor middelgrote musea. Het museum ontvangt een bedrag van 50.000 euro, dat besteed zal worden aan een tentoonstelling over het werk van de kunstenaar Olphaert den Otter (1955). Die tentoonstelling zal plaatsvinden in het najaar van 2020.

De Agnes van den Brandeler-prijs is een dit jaar ingestelde, jaarlijkse prijs voor middelgrote musea. Het bedrag van 50.000 euro is bedoeld voor een project rond een voor 1978 geboren Nederlandse kunstenaar, die ten onrechte weinig aandacht heeft gehad. Ook is de prijs bedoeld om middelgrote, vaak niet erg rijke musea te steunen, door ze een alternatief te bieden voor blockbusters.

Het projectvoorstel over Olphaert den Otter werd gekozen uit een shortlist van drie musea: Museum Belvédère, Stedelijk Museum Schiedam en het Dordrechts Museum.

De jury noemde Den Otter „een uitnemende, nog te zeer onderschatte kunstenaar”. Han Steenbruggen, directeur van Museum Belvédère, zei blij te zijn dat „de prijs ons in staat stelt een uiterst relevant oeuvre de aandacht te geven die het verdient”.

Olphaert den Otter, Wolfskers (2003, eitempera op doek, 122x210 cm)

Op dit moment vertoont Museum Belvédère werk van de Friese schilder Tjibbe Hooghiemstra, een tentoonstelling die in NRC deze week vijf ballen kreeg.

Jonkvrouw Agnes van den Brandeler (1918-2002) was een Nederlandse kunstenaar die nooit serieus doorbrak. De door haarzelf en haar man opgerichte Agnes van den Brandeler Stichting draagt zorg voor haar artistieke nalatenschap. (NRC)

    • Gretha Pama