Africa Museum bij Brussel onder vuur vanwege kunst uit Congo

Menselijke resten De heropening van het Africa Museum in Tervuren levert in België een verhitte discussie op. Wat te doen met voorwerpen die gemaakt zijn van ‘menselijke resten’?

De gevel van het Africa Museum. Foto Visit Tervuren

Wat zijn ‘menselijke resten’? Julien Volper, curator etnografie bij het Africa Museum in Tervuren, stelt de vraag terwijl hij een rijkelijk versierd object uit Gabon vasthoudt. Het is een buidel met een gestileerde beschermfiguur erop uit hout, koper en knopjes met een ‘rokje’ van leer, zeker 120 jaar oud. De curator vertelt dat voor etnografisch musea ‘menselijke resten’ niet alleen schedels of hele skeletten zijn, maar ook rituele objecten waarin beenderen en tanden zitten verwerkt. Toen de beschermfiguur werd gescand, bleek in de buidel onder het rokje een stuk schedel te zitten.

Dit soort voorwerpen bemoeilijkt de publieke discussie die momenteel in België woedt over restitutie en de repatriëring van menselijke resten. Aanleiding voor het debat is de heropening van het Africa Museum, het vroeger enigszins omstreden Koninklijke Museum voor Midden-Afrika in Tervuren dat vaak „het laatste koloniale museum ter wereld” is genoemd. Op 8 december zal het museum feestelijk de deuren heropenen en wordt duidelijk hoe België met de gitzwarte pagina’s uit zijn koloniale geschiedenis omgaat.

Mbondo beschermfiguur uit Gabon, afkomstig uit de Mboyo-cultuur, eind 19de eeuw. De menselijke resten in de buidel zouden van een slaaf afkomstig zijn. Materiaal: hout, antilopehuid, katoen, plantenvezels, metaal en deel van een menselijke schedel. Hoogte: 34 cm. Foto Africa Museum

Het museum werd begin negentiende eeuw opgericht op verzoek van de Belgische koning Leopold II en betaald met opbrengsten uit Congo. Van 1908 tot 1960 was Congo een Belgische kolonie, daarvoor was het land jarenlang privé-bezit van de vorst.

Sinds eind september ligt het museum onder vuur. Stichting BAMKO-cran, die strijdt voor een meer diverse en inclusieve samenleving, publiceerde toen een open brief in De Standaard. Daarin riepen ze onder meer het museum op om niet te openen voordat vaststaat of onder de stukken in de permanente tentoonstelling geen geroofde stukken zijn.

In de open brief kwamen ook de 300 Congolese schedels in Belgisch museumdepots aan de orde. Als landen als de VS en Frankrijk al menselijke resten repatrieerden, wat doet de schedel van de onder leiding van een Belgische missie gruwelijk vermoorde Congolese chef Lusinga Iwa Ng’omde dan nog in Brussel, vroegen de briefschrijvers zich af? Het leidde tot felle reacties in de media.

Afgelopen week publiceerden academici en museummedewerkers ook een open brief in De Standaard. Ze vroegen zich af of België de oproep om Afrikaanse kunst terug te sturen wel serieus genoeg neemt en gaven in de brief ‘adviezen’ aan musea zoals een commissie die restitutiemogelijkheden onderzoekt. Volgens de opstellers mogen „onduidelijkheden of bezorgdheden over praktische aspecten [...] de dialoog niet in de weg staan”.

Schedel

Die praktische aspecten haalt Africa Museum-directeur Guido Gryseels juist aan tijdens een gesprek over menselijke resten. Volgens hem zijn weinig mensen nog principieel tegen repatriëring. De vraag is vooral: hoe bepaal je naar wie menselijke resten gaan? Gryseels: „Stel dat het museum de schedel teruggeeft aan de auteurs van de open brief en een dag later staat de Congolese regering of de rechtmatige erfgenaam van de heer Lusinga voor onze deur om de schedel op te eisen. Wat dan?”

Het Africa Museum heeft nog geen officiële verzoeken om restitutie van de menselijke resten ontvangen

Ook wijst hij op het ontbreken van een nationaal museum in Kinshasa. Gryseels: „Dat kan veranderen. Zo wordt in de Congolese hoofdstad nu een nieuw museum gebouwd. Als het zo ver is, ga ik graag in gesprek.”

Het Africa Museum heeft in zijn collectie nu vooral nog menselijke resten die bij rituelen werden gebruikt. De 300 schedels waarin in de eerste open brief werd gememoreerd, zijn in 1964 na een collectietransfer van Tervuren overgeplaatst naar het Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) in Brussel, daar liggen ze tussen duizenden andere schedels, van onder andere monniken uit de Middeleeuwen. De directeur van dat instituut, Camille Pisani, is stelliger over wie menselijke resten kan opeisen: alleen wettelijke erfgenamen. Net zoals bij een recent overlijden kunnen zij een lichaam opeisen om het bijvoorbeeld te begraven. Pisani: „Niemand heeft ‘recht’ op het lichaam van een andere persoon, ook een staat niet.” Om die reden kunnen de schedels ook niet door België zelf worden begraven, dat zou haast een soort geschiedvervalsing zijn, stelt ze.

Volgens Pisani wordt in het restitutiedebat te weinig onderscheid gemaakt tussen kunstobjecten en schedels. Pisani: „Die laatste zijn géén objecten.” Hoog tijd, zegt ze, dat België net als bijvoorbeeld Groot-Brittannië wetgeving krijgt over het verhandelen, bezitten en opeisen van niet-levende lichamen.

Röntgenfoto van de Mbondo beschermfiguur uit Gabon. De menselijke resten in de buidel zouden van een slaaf afkomstig zijn. Foto Garin Cael

Een complicerende factor in het debat is dat de herkomst van veel menselijke resten in Belgische collecties onduidelijk is. Curator Julien Volper toont in de depots nog een ritueel object uit Congo: een schedel waarvan de oogkassen gevuld zijn met restanten van medicinale kruiden. Medicijnenmannen groeven volgens Volper schedels op die al een tijd onder de grond lagen om ze te gebruiken bij genezende rituelen. „Deze rituele schedel werd door Europeanen meegenomen uit de Katanga-regio in Congo in de jaren dertig, maar dat wil niet zeggen dat de overleden persoon daarvandaan kwam. De medicijnmannen die deze rituelen uitvoerden, reisden rond.”

Bij de talloze niet-rituele menselijke schedels in Belgische collecties lijkt het vaak niet veel beter gesteld met de herkomstinformatie. Vanaf 1889 vroegen Belgische antropologen aan kolonialen in Congo om schedels mee te nemen voor ‘fysiek antropologisch onderzoek’. Daarmee wilden ze de superioriteit van het Europese ras aantonen.

Van een deel van de Congolese schedels die zo in de collectie belandden, zoals die van Lusinga, is goed gedocumenteerd waar ze vandaan kwamen. Van andere is slechts de regio genoteerd.

DNA-testen

Moeten musea zelf actiever op zoek gaan naar de herkomst, bijvoorbeeld via DNA-testen? Pisani: „DNA kan helpen individuen te identificeren of om aan te tonen dat mensen géén familieband hebben. Het omgekeerde aantonen is lastiger.” Bovendien moeten de schedels hiervoor worden beschadigd. Belangrijker is volgens Gryseels dat er een overkoepelend museumbeleid wordt opgesteld.

Het Tropenmuseum in Amsterdam heeft in 2007 zelf de openheid gezocht over de menselijke resten in zijn collectie. Het museum hoopte zo verzoeken van wettelijke erfgenamen te krijgen. Het Africa Museum heeft zoiets nooit overwogen, zegt Gryseels. „Het Tropenmuseum heeft menselijke resten uit Japan, Nieuw-Zeeland en Indonesië. Een onvergelijkbare situatie. Onze collectie komt grotendeels uit Congo, waar nauwelijks nationale infrastructuur bestaat.”

De directeur verwacht dat de teruggave van menselijke resten in de nabije toekomst in een stroomversnelling komt. Door de beloftes van de Franse president Macron over teruggave van Afrikaans erfgoed in Franse musea. Maar ook door bijvoorbeeld een publicatie in het boulevardblad Paris Match, die ervoor zorgde dat wat voordien vooral bij wetenschappers en in het onderwerp geïnteresseerde lezers bekend was over de collecties in Tervuren, een groot publiek bereikte.

Dat het debat nu zo hevig woedt in België, heeft volgens Gryseels ook te maken met externe factoren. Gryseels: „Er zijn momenteel 120.000 migranten uit Midden-Afrika in België. Ondanks dat deze mensen vaak hoger opgeleid zijn, blijkt uit een studie dat ze vaak geen huis of werk vinden en zich racistisch bejegend voelen. Dat wordt nu gelinkt aan het koloniale verleden, waardoor ook dit debat scherper wordt gevoerd.” In Kinshasa is de toon van vergelijkbare discussies volgens hem gematigder.

De briefschrijvers laten weten dat ze nog wachten op concrete acties van de Staatssecretaris van Gelijke Kansen. Het Africa Museum in Tervuren en het KBIN in Brussel hebben beide ondertussen nog geen officiële verzoeken om restitutie van de menselijke resten ontvangen. Maar duidelijk is dat het debat nu, nadat het al jaren aan de gang was in enkele andere landen, ook in België is gestart.

    • Sabeth Snijders