Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Marjon van Royen

Ik was te gast bij radioprogramma De Nieuws BV. Voordat ik moest, kwam Zuid-Amerika-correspondente Marjon van Royen (61) – standplaats Rio de Janeiro – de noodklok luiden over de toestand in Brazilië. Ik verwarde haar weleens met Griekenland-correspondente Ingeborg Beugel. Misschien dat ze in een ander leven ook een van de bruiden van Anton Heyboer had kunnen zijn, want ze rammelde van de sieraden. Ook mooi: de leesbril op de kruin, nog achter haar bandana.

Niemand die zo goed de noodklok kan luiden als Marjon van Royen. In het verleden hoorde ik haar in de derde versnelling over de maffia in Italië, over drugskartels en doodseskaders in Mexico en een keertje dronken over Hugo Chávez, die ze in een veel beluisterd fragment van Radio Rijnmond met dubbele tong „een boef maar aan de andere kant ook een ongelooflijk schatje” noemde.

Het ging weer met heel haar hebben en houwen. Armen en benen schoten alle kanten op, af en toe nam ze snel een stiekem trekje van de e-smoker die ze onder haar hand verborg.

De toestand in Brazilië in haar woorden: „Er is daar een pan heel hard gaan koken, de deksel is eraf gevlogen en wat er uit die pan komt is hele smerige enge soep. Een soep van angst, haat en geweld.”

De soep werd opgediend door Jair Bolsonaro, volgens Marjon een halfgare extreem-rechtse conservatief, die voor het martelen van mensen en tegen indianen, homo’s, ‘lelijke vrouwen’ en afstammelingen van slaven is en die al heeft aangekondigd om het Amazonegebied te kappen en plat te branden.

Marjon kreeg er „buikpijn en het gevoel alsof er een schroef om mijn keel zit” van. De toestand was hopeloos, Nederland kon misschien kijken of ze de import van sojabonen, hout en vlees uit Brazilië konden verminderen als Bolsonaro daadwerkelijk president werd. Het gesprek nam een verrassende wending toen presentatrice Willemijn Veenhoven informeerde naar hoe het in dat geval verder moest met Marjon van Royen. Moest ze niet weg uit Brazilië?

Marjon wapperde met haar handen, ze wuifde de vraag weg.

Juist dan was ze de juiste vrouw op de juiste plaats. Ze had een heel erge déjà vu naar de jaren dertig in Europa, juist dat wilde ze meemaken, dan ging ze haar leven omgooien en vrijwilligerswerk doen voor mensenrechtenorganisaties. Voor de rest hoopte ze op ingrijpen van „de geallieerden”. En ze had twee lieve honden, dat scheelde ook.

Bij het weggaan botsten we tegen elkaar. Ze wilde al gaan omhelzen omdat ze dacht in mij even een ex-NOS-collega te zien, maar dat was niet zo. Ik had natuurlijk moeten zeggen dat ze haar leven in Rio de Janeiro moet gaan filmen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen