Opinie

    • Sjoerd de Jong

Lezer Schrijft: die percentages gelovigen tellen niet goed op!

Een lezer wil weten of nu wel of niet minder dan de helft van de Nederlanders nog gelovig is.

Op 23 oktober bericht de NRC: Gelovigen zijn nu een minderheid. Het zou gaan om 49,3 % van de bevoking. Wie schetst mijn verbazing de NRC kan niet tellen. In het overzicht dat bij het stuk staat (Aandeel Nederlanders dat zich wel of niet tot een kerkelijke of levensbeschouwelijke gezindte rekent) kom ik tot een percentage van 50 %. In de twee balkjes daaronder wordt doodleuk genoteerd 49 % wel gelovig, 51 % niet.
Wat is hier de verklaring voor ? Geloven we tegenwoordig ook wiskundige optellingen niet meer ? Of zijn behalve godswegen ook de beweegredenen van journalisten onbegrijpelijk?

Henk Veeneman

Ja, de lezer heeft gelijk, zegt Marien Jonkers, chef infographics bij NRC. Wie de percentages in de grafiek optelt (Rooms-katholiek 24 %, Protestantse kerk in Nederland 6 %, Gereformeerd 3 %, Nederlands-Hervormd 6 %, Islam 5 %, overige gezindten 6 %) komt op precies 50 %. Hoe kan dat?

De percentages komen uit het persbericht van het CBS, waar de grafiek op is gebaseerd. Die percentages zijn echter afrondingen. In het onderliggende rapport staan de exacte percentages, die opgeteld uitkomen op 49,2 %: Rooms-katholiek 23,6%, Protestantse kerk in Nederland 5,6 %, Gereformeerd 2,9 %, Nederlands-Hervormd 6,4 %, islam 5,1 %, Overige: 5,6 %.

De grafiek is aangepast voor de digitale editie. De online versie van het bericht bevatte de correcte deelpercentages. In het artikel is daarnaast sprake van 49,3 % gelovige Nederlanders, toch weer iets meer dan 49,2 %. Dat is het gevolg van een simpele rekensom, namelijk 100% minus de 50,7% die aangeeft geen kerkelijke gezindte te hebben, zoals het CBS het noemt. Helaas klopt dit dus ook niet; de percentages gelovigen in 2017 tellen immers op tot 49,2%. Met 50,8% was de zaak exact rond geweest.

Los van de percentages blijft natuurlijk discussie mogelijk over de vraag wie er wanneer telt als gelovig, of religieus. In het CBS-onderzoek is uitgegaan van antwoorden op de vraag of men zichzelf beschouwt als behorend bij een kerkelijke of andere godsdienstige gezindte.

    • Sjoerd de Jong