Opinie

Laat zorgbedrijven niet ten prooi vallen aan winstzucht

Private equity roert zich in de zorgsector. Stel eisen, betoogt , om macht te houden over kosten en gegevensuitwisseling.

Illustratie Hajo

Ze worden door sommigen roofridders genoemd. Investeringsmaatschapppijen die de markt afschuimen om bedrijven op te kopen met geleend geld. Na de overname worden die bedrijven gesaneerd, de omzet groeit, de prijzen stijgen, onderdelen worden verkocht. Waarna de zaak failliet gaat. Of na een periode van drie tot zeven jaar opnieuw wordt doorverkocht – het liefst tegen een fiks hoger bedrag.

Private equity, de Engelse naam voor dit soort investeringsmaatschappijen, opereert inmiddels op deze manier in alle mogelijke bedrijfstakken. De strategie is uiterst lucratief voor de participanten in deze maatschappijen. Maar wie betaalt hun winsten en daarmee de rekening? Uiteindelijk de medewerkers en de klanten van de opgekochte bedrijven, en dus de samenleving.

De vraag is of dit ook mogelijk is in de gezondheidszorg. Het antwoord is, schrikbarend genoeg: ja. Neem ZorgDomein. Dat is een in Nederland ontwikkeld digitaal platform waarop zorgverleners naar elkaar elektronisch patiënten verwijzen, zoals van de huisarts naar de specialist. Veilig, wordt er gezegd, want dat is belangrijk voor de privacy.

Toch is niet iedereen zich ervan bewust dat ZorgDomein onlangs in alle stilte is gekocht door Levine Leichtman Capital Partners. Dat is een Amerikaanse investeerder – private equity – met een groot aantal wisselende bedrijven in portfolio. De participatiemaatschappij beheert zo’n zeven miljard dollar aan institutioneel kapitaal.

Deze informatie is publiek relevant, omdat ZorgDomein haar diensten voornamelijk aanbiedt aan Nederlandse ziekenhuizen. En die betalen daar flink voor.

Het effect van de verkoop was direct voelbaar. De prijs per verwijzing ging omhoog, net als het basistarief. Ieder ziekenhuis merkt dit in de kosten. Onderhandelen is niet mogelijk.

ChipSoft is een van de meest succesvolle bedrijven ter wereld

Niet de huisarts, maar het ziekenhuis betaalt ZorgDomein, zowel voor een losse verwijzing als voor abonnementskosten. Doordat vrijwel alle huisartsen met ZorgDomein werken zijn ziekenhuizen volledig afhankelijk van dit digitale monopolie.

Welke bedrijven in de zorg kunnen nog meer worden overgenomen door private equity? Zou dat bijvoorbeeld kunnen gebeuren bij ChipSoft, het bedrijf dat elektronische patiëntendossiers beheert bij 46 ziekenhuizen? Dan hebben we het over cruciale en onmisbare infrastructuur van het grootste deel van de zorg.

Om te beoordelen of deze nachtmerrie, want dat is het, werkelijkheid kan worden, is het de vraag of ChipSoft een succesvol bedrijf is met een goede kasstroom en een stabiel verdienvermogen met groeipotentie.

ChipSoft, zo blijkt, is qua winstpercentage een van de meest succesvolle bedrijven ter wereld – met in 2016 een nettowinst van 43 miljoen op een omzet van 96 miljoen. Maar wat gaat er schuil achter deze cijfers? Het is bekend dat ChipSoft een niet beursgenoteerd familiebedrijf is. Daarmee is de ruimte voor private equity klein om deze onderneming tegen een ‘lage’ prijs te kopen en vervolgens te saneren opdat het nóg winstgevender wordt. Toch blijft dat mogelijk. In de Nederlandse markt van elektronische patiëntendossiers beschikt ChipSoft over een hoog marktaandeel, iets meer dan de helft. Groei is zeker nog denkbaar.

In een normale markt zou een extreme winst van 45 procent prompt nieuwe aanbieders aantrekken. Dat dit nog niet is gebeurd komt mede doordat het voor ziekenhuizen nagenoeg onmogelijk en onbetaalbaar is om van ChipSoft over te stappen naar een andere leverancier. Daarvoor zit ChipSoft te diep in alle haarvaten van de organisatie. Een eventuele overstap naar een nieuwe aanbieder kent zeer hoge kosten en risico’s.

Toch is het bepaald niet onmogelijk dat ChipSoft wordt overgenomen, waarbij de overname met schuld wordt gefinancierd, net als bij ZorgDomein. Het scenario dat dan volgt is voorspelbaar. Dan gaan de prijzen omhoog, zowel voor ziekenhuizen als voor huisartsen. En de privacy van de zorgconsumenten raakt zeker in het geding. Terwijl een landelijk elektronisch patiëntendossier in 2011 niet door de Eerste Kamer kwam, juist vanwege de privacy die niet goed te beschermen zou zijn.

Verontrustend is dat het overnamescenario reëel is. Ook in een sector, de zorg, waar ‘not for profit’ feitelijk de norm is. Maar waar private equity vooralsnog ongehinderd zijn tentakels kan uitstrekken en ook een familiebedrijf semi-monopolistische winsten maakt zonder dat er enige vraag vanuit de overheid of het parlement wordt gesteld.

Erken dat het hier gaat om cruciale nationale infrastructuur voor de zorg

Tot op heden staat het ministerie op het standpunt ‘Wij zijn verantwoordelijk voor het systeem als geheel.’ Daarbinnen is het aan bedrijven en ziekenhuizen zelf. De enige manier om dit probleem met elkaar op te lossen is niet de betreffende bedrijven iets te verwijten, maar het systeem veranderen dat dit type monopolisten heeft gecreëerd.

Dit begint met de erkenning dat het hier gaat om cruciale nationale zorginfrastructuur. Die kan niet zonder aanvullende regels in handen blijven van private bedrijven die geen ander doel hebben dan winstmaximalisatie.

Zulke regels hoeven niet ingewikkeld te zijn. Een voorbeeld: dwing wettelijk af dat alle digitale gegevens van (concurrerende) ICT-systemen in de zorg zonder belemmeringen, extra kosten of handelingen worden uitgewisseld. Uiteraard op voorwaarde dat de patiënt toestemming geeft. Anders gezegd: laat alleen producten toe die gegevens kunnen uitwisselen met andere systemen, zodat er geen afhankelijkheid van één systeem kan ontstaan. In Denemarken gebeurt dit al.

Een andere optie is dat de Autoriteit Consument en Markt onderzoekt of en hoe private bedrijven cruciale infrastructuur in de zorg beheren. En daarmee monopolistische trekken vertonen. Dat kan potentiële private investeerders afschrikken. Maar alles staat of valt met de vraag wie zich verantwoordelijk voelt voor deze cruciale zorginfrastructuur. De zorgaanbieders, de overheid, of allebei? Laat ons niet de kop in het zand steken, en gezamenlijk die vereiste regelgeving opstellen. Om een nachtmerrie te voorkomen.