Deze oorlog geeft Jemen het laatste zetje de afgrond in

De oorlog in Jemen

In feite is Jemen het strijdtoneel tussen Saoedi-Arabië en Iran. Mocht de internationale kant van de oorlog eraf gaan, dan is de Jemenitische bevolking nog steeds het slachtoffer.

Een vrouw houdt een ondervoed kind vast in een ziekenhuis in Sana'a, Jemen Foto: Khaled Abdullah/Reuters

Opnieuw luidden de Verenigde Naties dinsdagnacht de noodklok over de humanitaire situatie in Jemen. Volgens Mark Lowcock, verantwoordelijk voor humanitaire hulp bij de Verenigde Naties, dreigt er een hongersnood die erger is dan hulpverleners in hun werkzame leven hebben gezien.

Volgens een nieuwe berekening van de VN dreigen veertien miljoen Jemenieten, de helft van de bevolking, voor hun voedselvoorziening volledig afhankelijk te worden van noodhulp.

In Jemen verstrekken de VN iedere maand aan acht miljoen mensen voedselhulp. Vorig jaar zijn er vijftigduizend kinderen jonger dan vijf jaar gestorven door honger en ondervoeding. Het totale dodental door de noodsituatie is volgens de VN moeilijk te bepalen, omdat veel slachtoffers niet gemeld worden. Aan een inventarisatie van de situatie wordt nog gewerkt. Duidelijk is wel dat 80 procent van de Jemenieten onder de armoedegrens leeft.

„Die hulp”, benadrukte Lowcock, „is slechts voldoende om te overleven. Niet om te floreren.” Lowcock waarschuwde vorig jaar al twee keer eerder voor de hongersnood. Het was dus niet de eerste keer dat Lowcock de noodklok luidde en het zal ook niet de laatste keer zijn. Niets wijst er namelijk op dat het einde van de inmiddels drieënhalf jaar durende oorlog in zicht is. De vraag is wel: waarom eigenlijk niet?

Bekijk ook deze fotoserie: Jemen is voor veel inwoners hel op aarde

Het begon in 2015 toen Houthi-rebellen de zittende president Abdurabu Mansour Hadi verjoegen en de hoofdstad Sana’a innamen. Een door Saoedi-Arabië geleide coalitie van een aantal soennitische landen zag die ontwikkeling niet zitten, omdat het shi’itische Iran op die manier meer macht in de regio zou krijgen. De Houthi’s hangen een tak van het shi’isme aan en zouden door Iran worden gesteund. Teheran heeft altijd ontkend dat de Houthi’s met materieel werden ondersteund. Morele steun is er daarentegen wel.

Er is ook een groter verband. Jemen is in feite het zoveelste strijdtoneel – naast bijvoorbeeld Syrië, Libanon en Qatar – tussen Saoedi-Arabië en Iran.

Beginnersfout van Saoedische kroonprins

Onder leiding van de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman dacht de coalitie dat ze de Houthi’s in minder dan twee weken terug kon bombarderen naar de bergen van het noorden. ‘Operatie Beslissende Storm’ werd het genoemd. Dat was een beginnersfout van de jonge kroonprins.

De Houthi’s lieten zich niet buiten gevecht stellen door luchtbombardementen. En grondtroepen stuurden de Saoedi’s niet. Daarop nam de steun onder de bevolking voor de guerrilla-achtige Houthi-rebellen toe, boos als die was over de luchtaanvallen. Bovendien was de liefde voor buurland Saoedi-Arabië al niet groot. Het gevolg was een eindeloze oorlog met als grootste verliezers het Jemenitische volk, dat omkomt tijdens gevechten of van de honger.

Om een einde te maken aan de uitzichtloze situatie is meer nodig dan een noodkreet van de Verenigde Naties, stelt bijvoorbeeld docente Belqis Mohammed. Ze whapsappt over die noodkreet: „Dat zijn vooral woorden. Daden hoeven we van de Verenigde Naties of welk internationaal orgaan dan ook niet te verwachten.”

Daden moeten van elders komen

De daden moeten van elders komen, alleen is er niets dat daar op wijst. De Saoedische coalitie zou de aanvallen op Jemen moeten beëindigen. Met andere woorden: Mohammed bin Salman moet zijn falen toegeven. Maar waarom zou hij? De onervaren maar machtige kroonprins neemt de ene na de andere twijfelachtige beslissing wat buitenlandpolitiek aangaat (Jemen, de blokkade van Qatar, het vasthouden van de Libanese premier Hariri en de zaak-Khashoggi) en komt daar telkens mee weg.

Vooralsnog lijkt zijn vader – koning Salman – niet van plan zijn zoon aan de kant te schuiven. En van internationale druk is ook niet echt sprake. Bovendien vinden veel Jemenieten de houding van de internationale gemeenschap hypocriet. Ngo-medewerkster Alanoud Ali bijvoorbeeld is via Facebook woest over de recente stopzetting van wapenleveranties door Duitsland aan Saoedi-Arabië: „Alle Jemenieten die aan flarden zijn gebombardeerd in hun slaap of tijdens een bruiloft maakten niet uit. Nu er een journalist is geslacht als een schaap, is het een internationaal issue geworden en bedacht Duitsland plotseling dat het tijd was de wapenexport te stoppen.”

Lees ook: VN- coördinator noodhulp: In Jemen dreigt grootste hongersnood in jaren

Oorlog is lucratieve business voor Houthi’s

Aan de zijde van de Houthi’s bestaat intussen ook geen bereidheid om de wapens neer te leggen. Bij de laatste poging tot vredesbesprekingen afgelopen september in Genève kwamen ze niet opdagen. En waarom zouden ze ook? Een plan lijken de Houthi-leiders niet te hebben, dus wat zouden ze aan de onderhandelingstafel moeten eisen? En belangrijker: de oorlog is een lucratieve business voor de rebellen, die in grote delen van het land de overheidsinstanties, wegen en markten beheersen. De honger in Jemen komt namelijk deels door de land-, lucht- en zeeblokkade die de Saoedi’s instelden, maar deels ook door de monopolies die de Houthi’s hebben op wat wel verkrijgbaar is.

De honger heeft dan ook vooral te maken met een gebrek aan geld en de steeds verder opgedreven prijzen. Het is niet zo dat de supermarkten leeg zijn, maar de gewone Jemeniet kan zich eenvoudigweg geen behoorlijke maaltijd meer veroorloven. De middenklasse verdwijnt: salarissen worden niet meer uitbetaald, terwijl de prijzen blijven stijgen. Jemen heeft straks alleen nog een kleine bovenklasse van warlords (en Jemenieten uit rijke families die allang in het buitenland zitten), en een enorme onderklasse.

Met de aanvankelijke steun aan de Houthi’s is het grotendeels gedaan. Ngo-medewerkster Alanoud Ali noemt de Saoedische kroonprins een ‘kind-crimineel’, maar dat wil niet zeggen dat ze aan de kant van de Houthi’s staat. Abdulmalik al Houthi, de rebellenleider, omschrijft ze als een „holbewoner”. „Ook hij is honderd procent schuldig aan ons lijden door dollars uit de markt te zuigen, alle handel aan zijn familie en volgers te geven en alles te roven uit de overheidskassen waarvan ze nu de baas zijn. En dat allemaal omdat ze zogenaamd familie zijn van de profeet.”

Een einde aan het internationale conflict zou de Saoedische betrokkenheid wegnemen, maar niet de wrok van het volk tegen de Houthi’s. Dat is geen geruststellende gedachte in een land waar iedereen wapens heeft. Bovendien woeden er naast de internationale oorlog nog talloze lokale conflicten tussen allerlei facties die de kans waarnemen om in de chaos voor hun eigen zaak te vechten. Het is de vraag of dat ophoudt zodra er niet langer sprake is van een internationaal conflict. Het ligt niet voor de hand. Het land was voor de huidige oorlog ook al lang geen vreedzaam paradijs. Honger, ziektes, armoede, overbevolking; het is niets nieuws. Tientallen jaren van interne gewapende conflicten, politieke onrust en corruptie brachten het land aan de afgrond. Deze oorlog is het laatste zetje.

Het delven van graven, vorige maand in Sana’a, voor Houthi-rebellen die zouden zijn omgekomen bij gevechten in de havenstad Hodeidah.

Foto EPA

    • Judith Spiegel