De aardappelen zijn klein dit jaar

Droogte in Nederland

De aanhoudende droogte treft Nederlandse akkerbouwers. Gewassen leveren minder op. „Ik heb er wakker van gelegen.”

Akkerbouwer Jan van Kempen toont de aardappelen van de nieuwe oogst. Door de langdurige droogte levert een hectare grond veel minder kilo’s aardappelen op dan normaal. Foto Lex van Lieshout/ANP

Er ligt vijfhonderd ton aardappelen in de schuur van Adrie Bossers. „Ze zijn klein dit jaar”, vertelt de boer uit Langeweg (Noord-Brabant). De aardappelen, twee weken geleden geoogst, zijn 15 procent minder zwaar dan gebruikelijk. „Ze hebben geleden onder de droogte en de hitte. Daardoor krijgen de aardappelen een klap, die ze tijdens de groei maar heel langzaam te boven komen.”

Akkerbouwers in Nederland lijden onder de droogte, die maakt dat ze eind deze maand het land moeten besproeien om sommige gewassen überhaupt nog te kunnen oogsten. De opbrengst van aardappelen, uien en suikerbieten zijn naar schatting van boerenorganisatie LTO Nederland 20 procent lager dan het gemiddelde. Bovendien kost het ‘beregenen’ van de gewassen ongeveer 1.000 tot 2.000 euro per hectare.

In de zwaarst getroffen gebieden is er 40 tot 60 procent minder geoogst, blijkt uit een inventarisatie van LTO. In het oosten van het land, met name Salland en de Achterhoek, viel nauwelijks regen en was het lastig water van elders aan te voeren. Zeeland zuchtte onder verzilting en mocht door gebrek aan grondwater niet beregenen. Over enkele weken komt minister Schouten (Landbouw, ChristenUnie) met een uitgebreide analyse van de effecten van de droogte.

De afgelopen maanden viel er nauwelijks regen in Salland en de Achterhoek

Adrie Bossers (57) is een relatief kleine aardappelboer in West-Brabant. Hij verbouwt op zijn omvangrijke akkers ook suikerbieten, uien, graszaad en wintertarwe. Hij heeft geluk: niet alleen verbouwt hij een verscheidenheid aan gewassen, maar ook heeft zijn grond een gunstige structuur. Er zit veel vette klei in de grond, wat water vasthoudt. „Daardoor houden de aardappels het langer vol.” Bovendien mochten de boeren in West-Brabant hun land meestal beregenen met oppervlaktewater. Met 15 procent minder oogst zit hij onder het gemiddelde. „Landelijk zijn de aardappelen gemiddeld 20 tot 25 procent kleiner.”

Het neemt niet weg dat Bossers veel extra kosten heeft moeten maken. „Ik heb er wakker van gelegen”, zegt zijn vrouw Mariëlla aan de keukentafel. „We zijn hier de vijfde generatie boer en dit jaar hebben wij voor het eerst moeten beregenen.” Een installatie hebben ze niet. „We moesten bidden en smeken of we er eentje konden huren.” Het heeft naast geld ook veel fysieke kracht gekost. Bossers: „Je moet de installatie ’s nachts laten verplaatsen voor het beste resultaat. En dat tien weken lang.” Ze overwegen er nu eentje te kopen. Bossers: „Huren en kopen is allebei duur. We denken erover na. Ik ben 34 jaar boer en in de eerste tien jaar beregende niemand z’n land. Van lieverlee is het meer geworden. We hebben soms te maken met korte, hevige buien, waardoor het gewas verzuipt. Maar de zomers zijn droger aan het worden.”

Lees ook: De zomer van zielige groenten en fruit

De situatie is ‘zorgelijk’

Dat de droogte aanhoudt tot diep in oktober, verbaast ook klimatoloog Rob Sluijter van het KNMI. „Dat is hartstikke bijzonder.” Het KNMI heeft berekend dat we in Nederland een zomer als deze „eens in de dertig jaar” mogen verwachten. De klimaatscenario’s duiden voor de komende decennia op meer droogte in Zuid-Europa en meer natte perioden in Noord-Europa. „Wij zitten er tussenin.” Verder moeten we rekening houden met meer extremen: plotseling hoge temperaturen, ineens heel veel neerslag en onverwachte droogte. Dat deze zomer en herfst zo droog zijn verlopen, is ook een kwestie van „toeval”, zegt Sluijter. „Het is alsof je een dobbelsteen gooit. Soms gooi je drie keer achter elkaar een zes en soms maar één keer.”

De waterschappen hebben overuren gemaakt. Nog steeds is de situatie „zorgelijk”, zegt Hans Oosters, dijkgraaf van hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard en voorzitter van de Unie van Waterschappen. „Er is inmiddels veel minder behoefte aan water, maar als met name de grondwaterstand in het oosten en zuiden zo laag blijft als nu, dan hebben we daar het volgend seizoen ook mee te maken. Dan kan de ene droogte de andere in de staart bijten.” Volgens Oosters is klimaatverandering „de abstractie voorbij” en is „het enige voordeel” van de afgelopen droogte de „bereidheid om te handelen”. Het watersysteem zal de komende jaren „robuuster” moeten worden. Hij noemt de „succesvolle” levering van zoet water uit de Lek naar de Hollandse IJssel in de afgelopen zomer als voorbeeld. Er zullen „buffers” met water moeten komen. Bovendien zijn veranderingen in de ruimtelijke inrichting nodig.

De akkerbouwers in Nederland zijn niet alleen de dupe van de droogte, maar ook van rigide contracten, vertelt Adrie Bossers, behalve akkerbouwer ook bestuurder van LTO. Hij vertelt dat de kostprijs van een kilo aardappelen 12 cent is, maar dat de prijs die de boer krijgt sterk schommelt: van 4 tot 25 en 30 cent. Om die schommelingen het hoofd te bieden, sluit, volgens Bossers, 80 procent van de aardappelboeren een contract waarin ze, in ruil voor een gegarandeerde levering, hun kostprijs vergoed krijgen. Die contracten moeten meer rekening houden met wisselende opbrengsten, vindt hij. Met name zeer grote aardappelbedrijven hebben bij de huidige magere oogst alles moeten leveren aan bijvoorbeeld de frietindustrie. Ze hadden nauwelijks „vrije tonnen” aardappels meer over die ze tegen een hogere prijs konden verhandelen. „Het risico op een tegenvallende oogst wordt nu volledig afgewenteld op de producent. Ik verwacht dat volgend jaar, als er weer investeringen moeten worden gedaan in zaaigoed en gewasbescherming, veel bedrijven het financieel zwaar zullen krijgen.”

    • Arjen Schreuder