Recensie

Biënnale toont enorme veelzijdigheid van cello

Cellobiënnale

Niets menselijks is de cello vreemd. Hij is een melancholische dichter en ruige rocker. De Cello Biënnale toont zijn talloze karakters.

Giovanni Sollima en Anastasia Kobekina in Sollima’s dubbelconcert met NedPho o.l.v. Alexander Joel.

Gaandeweg dringt het besef zich op dat het onderscheid tussen leerlingen en meester onmiddellijk zichtbaar was geweest. Daarvoor had niemand een noot hoeven spelen. De motoriek spreekt boekdelen, gedurende de masterclass van gambist Jordi Savall bij de Cellobiënnale. Zijn 77-jarige lichaam beweegt nog met de luie souplesse van een kat: het lijkt in harmonie met zichzelf.

Lees ook de recensie van opening: Vonkig-ronkige virtuositeit op opening 7de Cellobiënnale

In een deze maandagochtend bomvol Bimhuis geeft Savall onder meer les aan de Nederlandse cellist Marcus van den Munckhof, die hem twee delen uit Bachs Tweede Cellosuite laat horen. De muziek wil niet echt tot leven komen. „Jouw spel moet versgeperste appelsap zijn, maar dit klinkt voorverpakt”, zegt Savall. Het probleem schuilt in de lijfelijkheid. „De energie vloeit van je hoofd – waar het muzikale ideaal weerklinkt – door het lichaam, via de ademhaling naar de arm en hand die de strijkstok sturen”, doceert hij. „Indien je gespannen bent, verlies je zeggingskracht, dan wordt de cello stijf en stram.”

Jordi Savall tijdens zijn optreden op de Cello Biënnale. Foto Ronald Knapp

De schoonheid van de cello blijft nu eenmaal, preekt de Spanjaard voor eigen parochie, „dat het instrument zo dichtbij de menselijke stem kan komen, maar dat gebeurt alleen als het lijf van de musicus in harmonie met zichzelf is”. Hij onderwijst vandaag eigenlijk uitsluitend over de strijkstok, want die moet de cello laten ademen en zingen. Wanneer een andere leerling ergens een stilte inlast, vraagt hij: „Waarom stop je? De muziek gaat door. Voel de hartslag ervan.”

Lees ook een interview met cellisten Kian Soltani (26) en Sheku Kanneh-Mason (19): Twee jonge cellosterren op het leukste festival

Twaalf jaar geleden bedacht cellist Maarten Mostert zijn eerste Biënnale om de wereld te laten horen dat het instrument meer stemmen had dan de melancholie en meer kon dan in ensembles dienstbaar met zijn baslijn het fundament leggen, waarop solisten konden voortbouwen. Op geen plek toont de cello zoveel verschillende karaktertrekken. Zoals in het weergaloze Antidotum Tarantulae, een concert voor twee cello’s van de Italiaanse solist en componist Giovanni Sollima. Het orkest komt er nauwelijks aan te pas in de weergaloze samenspraken tussen Sollima en de jonge celliste Anastasia Kobekina. Ze stippen oude tradities in mooie melodieën aan, om die daarna met liefdevol vuur te laten ontsporen. Het concert gaat tenslotte over de dans die als tegengif dient voor de beet van de tarantula-spin. De muziek schommelt tussen klassieke Arabische weemoed en uitbundige Gershwineske jazz. Na Sollima’s muzikale achtbaan laat Fransman Victor Julien-Laferrière pure poëzie uit zijn instrument stromen in het Celloconcert van Dvorak.

In Het Bimhuis blijkt dezer dagen dat de cello eveneens zijn weg vindt in jazz en popmuziek. Ik kan ook rocken, wil het instrument maar zeggen. Zijn stem mengt zaterdagavond intiem met die van de Duitse singer-songwriter Mela Marie Spaemann. Alsof het duetten zijn. Daar blijkt eens temeer dat niets menselijks de cello vreemd is.

    • Joost Galema