Philips richt nu het hele ziekenhuis zelf in

Reportage Fatebenefratelli-ziekenhuis Langdurige partnerschappen – dat is de toekomst voor ziekenhuizen en hun techleveranciers, aldus Philips. Een hospitaal in Rome als voorbeeld.

Couveuses op de nieuwe afdeling neonatologie van het Fatebenefratelli-ziekenhuis in Rome. Foto Philips

Hoofdverpleegkundige Laura Coia bleef zich die ene vrouw maar herinneren. Na een zware bevalling waarbij ze het bewustzijn verloor, was ze gereanimeerd en daarna overgeplaatst naar een ander ziekenhuis in Rome. Weken daarna wilde ze niet geloven dat ze een kind had gekregen. Dat lag in de couveuse op de neonatologische afdeling van het Fatebenefratelli hospitaal in het hart van Rome.

Haar man vertelde elk bezoek over hun kind. Hij liet haar foto’s zien. Maar ze geloofde hem niet. Die kon hij ook van Facebook hebben geplukt. Ze kregen ruzie, ze noemde hem een leugenaar. De man bracht elke dag uren bij de couveuse met zijn kind door, zag Coia. Blij met zijn kind, ongelukkig over zijn vrouw. Uiteindelijk zocht ze met een kinderarts de moeder op. „Waarom zijn jullie hier?”, vroeg die.

Toen Philips twee jaar geleden door het Fatebenefratelli uitgenodigd was om mee te denken over de verbouwing van de afdeling neonatologie, wist Laura Coia wel wat ze graag toegevoegd wilde hebben. Een mogelijkheid voor contact tussen ouders en hun vroeggeboren kind, als ze niet naast de couveuse kunnen zitten. Ze vertelde het de Philipsmensen die de wensen van artsen en verpleegkundigen onderzochten.

Lees ook: Philips bereid productie te verplaatsen vanwege conflict VS en China

Op de spiksplinternieuwe, hypermoderne afdeling voor vroeggeborenen ligt nu bovenop elke couveuse een smartphone. Die stuurt via een beveiligde verbinding beelden naar de smartphones van de ouders. Niemand anders kan ze zien. Tenzij de moeder digitale goedkeuring heeft gegeven, bijvoorbeeld aan opa’s en oma’s. Beveiligde technologie die Philips op de researchplank had liggen, maar nog niet had toegepast. „Dit is superbelangrijk”, zegt Luigi Orfeo, hoogleraar neonatologie en hoofd van de afdeling. „Uit onderzoek weten we: als in die eerste weken geen goede band tussen ouders en kind wordt gelegd, heeft het kind daar nog jaren last van in zijn ontwikkeling.”

Broederschap

Hightech in een hospitaal, gesticht in 1584. Het ligt op het Tibereiland midden in Rome, alleen toegankelijk via oude bruggen. Het is al eeuwen eigendom van de Hospitaalbroeders van Sint Johannes de Deo, een katholieke orde die in vijftig landen ruim vierhonderd ziekenhuizen en klinieken heeft. Naast duizend broeders werken er wereldwijd 48.000 mensen.

Geld voor investeringen in een gebouw dat door zijn ouderdom grote beperkingen heeft, dat is er niet. Directeur Dario Gaeta vertelt dat het Italiaanse ziekenfonds de zorg in het Romeinse ziekenhuis voor het overgrote deel betaalt. Andere uitgaven moet het ziekenhuis zelf opbrengen. De afgelopen twee jaar investeerde het 10 miljoen euro in verbouwingen en aanschaf van nieuwe technologie. Vier afdelingen moesten vernieuwd worden. Voor elke afdeling werd een technologisch bedrijf als partner gevonden. „Want die 10 miljoen kunnen we zelf niet opbrengen”, zegt Gaeta. „Zonder Philips hadden we op neonatologie geen nieuwe technologie kunnen introduceren en we hadden vier couveuses minder gehad.” Jaarlijks worden in het ziekenhuis 4.000 baby’s geboren – de helft van de nieuwgeborenen in Rome – van wie er zo’n 400 in de couveuse terechtkomen.

Voor Philips is de samenwerking met het Romeinse hospitaal een voorbeeld van hoe het bedrijf nieuwe partnerschappen met ziekenhuizen wil sluiten. Niet langer is het enkel leverancier van dure hoogtechnologische apparatuur als MRI- en CT-scanners. Philips wil adviseren, diensten verlenen en eventueel helpen financieren. Niet onbelangrijk, want bij ziekenhuizen in de hele wereld is de financiële ruimte om zelf nieuwbouw en innovaties te betalen gering, en banken zijn steeds minder bereid om ziekenhuizen te financieren.

De betrokkenheid van Philips hielp het Fatebenefratelli bankleningen te krijgen. De uitbetaling is over zes jaar gespreid om één forse piek te voorkomen. Het is het eerste Italiaanse ziekenhuis waarmee Philips een partnerschap is begonnen, en het zou voor een entree kunnen zorgen bij andere ziekenhuizen van de orde.

Philips-topman Frans van Houten noemt langjarige samenwerkingscontracten met ziekenhuizen „de toekomst”. De laatste drie maanden zijn er weer zes gesloten, waarvan twee in Australië en één in Dallas in de VS, maakte Philips maandag bekend bij de kwartaalcijfers. Overheden en ziekenhuizen zien dat de zorgkosten maatschappelijk uit de hand lopen, legt Van Houten uit, en zoeken modellen om die in de hand te houden. „Ziekenhuizen betalen niet meer de aanschafprijs voor onze apparatuur, maar rekenen ons over een reeks van jaren af op prestaties in de zorg aan patiënten. We hebben dat zien aankomen en in de afgelopen jaren wereldwijd met meer dan honderd ziekenhuizen partnerschappen gesloten. Daardoor leren we snel.”

Deze langdurige contracten leveren nu zo’n 30 procent van de omzet op, en daar komt elk jaar zeker een procentpunt bij, verwacht Van Houten. „Dit veranderingsproces zal zo’n tien jaar duren. Nederland loopt daarin voorop. We hebben hier al tien van die langjarige contracten, net zoveel als in de grote VS.”

Verschil is wel dat het in Nederland gaat om contracten van een paar tot enkele tientallen miljoenen euro’s en in de VS soms om honderden miljoenen. „Ziekenhuizen werken daar meer in netwerken. Vorige week sprak ik nog met de directeur van zo´n netwerk, waar zestig ziekenhuizen onder vallen.”

Azuurblauw

Hoe zo’n partnerschap werkt? In Rome heeft Philips de neonatologische afdeling ontworpen, gebouwd en kant-en-klaar opgeleverd. Het begon met het invliegen van mensen van Philips Design, die op basis van gesprekken met artsen en verpleegkundigen een ontwerp van de nieuwe afdeling maken. Daarbij speelden de beperkingen en risico’s die het oude gebouw met zich meebrachten een belangrijke rol.

Met andere teams bekeek het ziekenhuis welke apparatuur nodig is. Philips hielp ook bij de inkoop, want het maakt lang niet alles zelf – wel bijvoorbeeld de monitoren en daaraan gekoppelde informatiesystemen, niet de couveuses. Die komen van het Duitse Dräger.

„We hebben gekeken wie het goedkoopst bij Dräger konden inkopen, wij of het ziekenhuis”, vertelt Marco D’Agata, die namens Philips het project leidde. „Dat bleken wij te zijn.” Het inkoopverschil is fiftyfifty verdeeld tussen Philips en het ziekenhuis. Ook bekeken financiële mensen samen met het ziekenhuis hoe kosten en financiële risico’s beperkt konden worden.

Nu liggen er acht baby’s in hun couveuses. Familie mag er 24 uur per dag, zeven dagen per week langskomen en naast zitten. De hospicekamer verderop is leeg deze dag. Het is een ruimte die afgesloten kan worden, voor familieleden die alleen willen zijn met een kind dat het mogelijk niet redt.

De afdeling is geluiddempend ingericht, de lichten – van voormalig zusterbedrijf Signify – zijn gedimd om de baby’s geen stress te bezorgen. Deuren en kasten zijn azuurblauw, als de shirts van het nationale team. „Die kleur is niet voorgesteld door Philips Design”, verklapt D’Agata, „maar door de mensen hier zelf.”

Zijn er meer dingen anders dan de Philips-designers voorstelden? D’Agata: „Hun voorstel was bijna drie keer zo duur. Toen het geld daar niet voor bij elkaar te brengen bleek, hebben we dat ontwerp bijgesteld.”

Helemaal klaar is het project nog niet. D’Agata wijst op een lege kamer. „We zijn nog in gesprek om daar een kolfkamer te maken. Er moet een groot scherm komen waarop de moeder haar eigen kind kan zien. Dat was het idee van een moeder die wij spraken toen we onderzoek deden naar de wensen.”

    • Daan van Lent