Dakloze kinderen in de Jemenitische havenstad Hodeida in februari van dit jaar, toen de door Saoedi-Arabië geleide coalitie daar slag leverde met Houthi-rebellen.

Foto Nariman El-Mofty/AP

VN-coördinator noodhulp: ‘Oorlogen worden grimmiger en toch is er vooruitgang’

Sir Mark Lowcock VN-coördinator noodhulp

VN-coördinator noodhulp Mark Lowcock reisde een jaar door crisisgebieden. Hij zag dat burgers vaker doelwit zijn in een oorlog en de Verenigde Naties machteloos staan. Toch is hij positief.

Op Twitter maakte Mark Lowcock de balans op van één jaar reizen door crisisgebieden.

„Ik heb gezien: Aanvallen op scholen en ziekenhuizen. Belegering als oorlogsstrategie. Verkrachting en seksueel misbruik. Het gebruik van chemische wapens. Het vermoorden en ontvoeren van ontwikkelingswerkers & onbeschrijflijk geweld tegen burgers.”

Sir Mark Lowcock (56) is een kleine, magere man met wit haar, een heldere stem en een volledig gebrek aan kapsones. Bij de VN staat hij bekend als een van de sterren in het nieuwe team van secretaris-generaal António Guterres. Hij coördineert sinds een jaar noodhulp voor rampgebieden en dat zijn bijna altijd conflictzones. En daar zit Lowcocks probleem: hedendaagse strijders trekken zich niets aan van internationaal recht en maken het werken voor hulpverleners moeilijk tot onmogelijk.

Lees ook: VN-coördinator: in Jemen dreigt grootste hongersnood in jaren

Oorlogen duren tegenwoordig langer dan voorheen, gemiddeld twee keer zo lang als in 1990. Oorlogen worden vaker uitgevochten in bevolkingscentra, met veel burgerslachtoffers en aanslagen op cruciale infrastructuur. Oorlogen zijn een combinatie van militaire en economische strijd. De middeleeuwse tactiek van ‘belegeren, uithongeren, onderwerpen’ is weer helemaal terug, zei Lowcock onlangs op een donorconferentie. Kortom, burgers zijn slachtoffers en hulpverleners zijn vogelvrij. In 2017 kwamen 139 hulpverleners om het leven.

Ik doe dit al 33 jaar en dan zie je een hoop ellende. Dat kun je alleen volhouden als je hebt gezien dat de wereld wél vooruit gaat.

Om de barbarij tijdens conflicten in te tomen is men al in de tweede helft van de negentiende eeuw begonnen regels op te stellen. In 1863 werd het Rode Kruis opgericht, in 1949 volgden vier Geneefse Conventies, die in 1977 nog eens werden aangevuld. Nederland heeft het afgelopen jaar één regel opnieuw onder de aandacht gebracht. In een Veiligheidsraad-resolutie werd uitdrukkelijk vastgelegd dat honger niet als wapen gebruikt mag worden. Maar wat is het nut van regels over oorlogvoering als die niet nageleefd worden? Wat héb je aan een resolutie over ‘conflict and hunger’?

Bekijk ook deze fotoserie: Jemen is voor veel inwoners hel op aarde

Het is vrijdagavond en de VN-toren aan de East River stroomt langzaam leeg. Lowcock is net terug van een ingelaste briefing in de Veiligheidsraad over het door oorlog ontwrichte Jemen.

Begin dit jaar had 75 procent van de Jemenieten, 22 miljoen mensen, hulp nodig, hield hij de ambassadeurs voor. Donoren hebben 2,6 miljard dollar op tafel gelegd, de VN hebben 600 man op de grond om hulp te bieden. Grootschalige sterfte door hongersnood werd nog net voorkomen. Maar, waarschuwde Lowcock, de hulp-operatie loopt gevaar. De import van voedsel is gering, belangrijke verkeersaders die havens en graansilo’s verbinden met bevolkingscentra zijn door de oorlog niet begaanbaar. „De hele reddingsoperatie hangt aan een zijden draadje.”

Een Jemenitisch meisje dat is geïnfecteerd met difterie op zondag 21 oktober in een ziekenhuis in Aden.

Foto Khaled Abdullah/Reuters

Hoe zinvol is opnieuw een resolutie met een norm voor oorlogvoering als normen niet nageleefd worden?

„Hongersnood was ooit alomtegenwoordig, maar is vrijwel uitgeroeid. Het is verschrikkelijk om iemand te zien sterven van de honger. Het lijden is immens. En het is mogelijk om het helemaal uit te roeien, de mensheid van dit lijden te bevrijden. De enige reden dat we nog hongersnood hebben is dat er conflicten zijn.”

Helpt zo’n resolutie?

„Honger en conflict komen op de agenda. De Veiligheidsraad wilde haar mandaat eigenlijk niet uitbreiden. Dat het tóch gebeurde, toont dat iedereen honger wil uitroeien en inziet dat honger samenhangt met conflict. De resolutie verplicht mij ook om de Raad te waarschuwen. Dat is een geweldige kans. In augustus heb ik ze voorgehouden dat het conflict in Zuid-Soedan leidt tot honger op grote schaal. Als ik over Jemen praat, zie ik dat de ambassadeurs het zich aantrekken en dat ze zich realiseren dat ze een verantwoordelijkheid hebben.”

Lees ook over Zuid-Soedan: Honger is in Zuid-Soedan een doel van de oorlog geworden

Vervolgens kan de Veiligheidsraad niet veel omdat de landen met vetomacht elkaar blokkeren.

„De Raad gaat door een moeilijke periode, maar er zijn in de afgelopen zeventig jaar wel meer moeilijke periodes geweest. Soms is het frustrerend dat er minder gebeurt dan je zou willen. Maar ik geloof echt dat het helpt als iets voor de rechtbank van de internationale opinie wordt gebracht. Het is een minimum, maar het is beter om een plek voor debat te hebben dan ook dat niet te hebben.”

Het probleem blijft dat oorlogvoerende partijen geen respect hebben voor internationale regels.

„We mogen er ons niet bij neerleggen dat mensen zich niet aan oorlogsrecht houden. Niet-naleving mag geen reden zijn om het niet te agenderen. Als je iets bijschrijft in het ‘wetboek’ is dat nog geen oplossing, maar wel een stap voorwaarts.”

Lowcock is ervan overtuigd dat een combinatie van beloning en straf strijders ertoe kan bewegen zich wel te houden aan oorlogsrecht. Irak hield wel degelijk rekening met burgers in de herovering van Mosul, de strijdende partijen in Colombia leerden dat schendig van mensenrechten leidde tot minder steun onder de bevolking, de Koerden in Syrië spraken in een gedragscode af kinderen te beschermen en Saoedische piloten die Jemen bombarderen weten waar zich hulpverleners bevinden. Strijders moeten leren dat oorlogsrecht ook in hun eigen belang is én dat overtreding wordt vervolgd. De Nederlandse resolutie is een lichtpuntje, zegt Lowcock.

De 25-jarige Jemenitische Umm Mizrah met haar door voedselgebrek vermagerde zoon Mizrah in een ziekenhuis in de hoofdstad Aden, in februari van dit jaar.

Foto Nariman El-Mofty/AP

Uw optimisme is mooi, maar velen denken dat het de verkeerde kant op gaat met de wereld.

„Mensen hebben een te kort geheugen. Ik doe dit al 33 jaar en dan zie je een hoop ellende. Dat kun je alleen volhouden als je hebt gezien dat de wereld wél vooruit gaat. Maar ik erken dat als mensen slechts de volgende hongersnood zien, de volgende burgeroorlog, alweer een ramp, het moeilijker voor ze is het grote geheel in het oog te houden.

Lees ook dit interview met hoogleraar globaliseringsstudies Joost Herman: ‘In conflictgebieden wordt honger als wapen ingezet’

Dus de wereld wordt wel beter?

„Zonder internationale hulp zou het op veel plaatsen echt heel veel slechter zijn. In het begin van mijn carrière eisten rampen en conflicten tienduizenden, honderdduizenden of zelfs miljoenen levens, dat gebeurt bijna niet meer. De hulpverlening is veel effectiever geworden. Het afgelopen jaar wisten we op vier plaatsen hongersnood te voorkomen: Zuid-Soedan, Somalië, Nigeria en Jemen – hoewel ik me over Jemen grote zorgen maak. Het is onbetwistbaar: humanitaire organisaties redden miljoenen levens per jaar.

Maar er blijft nog veel ellende over.

„Veel landen die ooit hulp nodig hadden zijn nu zelfstandig. We zitten nog met een kleine groep van veertig landen die het moeilijk heeft. Nog maar 10 procent van de bevolking leeft volgens de Wereldbank in armoede. Toen ik geboren werd was dat 50 procent! Het gaat er nu om die resterende tien procent in de goede richting te sturen – en deze mensen wonen vrijwel allemaal in conflictgebieden.

    • Michel Kerres