Twee vrienden stappen in een Fiat. Ze komen nooit meer terug

Vermissing Piet Hölskens en Hans Martens verdwenen 44 jaar geleden. Een ontknoping in de zaak is dichterbij dan ooit, na nieuw onderzoek in de bodem van een meer in het Brabantse Liessel. Zijn de twee stratenmakers vermoord?

„Het was zo onwerkelijk”, vertelt Riena. „Na al die jaren dat belletje, uit het niks.” Foto's Merlin Daleman

Halverwege jaren zeventig is de Zanzibar in Deurne de plek waar je moet zijn. Als alles dicht is, is de Zanzibar nog open. Op zaterdag 16 maart 1974 is Jan Hölskens er op stap met zijn vrouw en vrienden.

Die nacht komt hij in de Zanzibar zijn acht jaar jongere broer Piet tegen. Dat gebeurt niet wekelijks. Stratenmaker Piet is 22 jaar en heeft zijn eigen leven. Kort voor drie uur ’s nachts zegt Piet tegen broer Jan: „Ik ga nu weg, maar als ik terugkom heb ik meer geld dan jij.” Hij vertrekt, in zijn rode Fiat Coupé 850, met zijn vriend Hans Martens (21).

Piet en Hans komen nooit meer terug.

In het begin denkt Jan Hölskens dat zijn broer wel weer zal opduiken. Dagen verstrijken, daarna maanden. Er wordt overal gezocht, de politie wordt ingeschakeld. Geen nieuws over Piet. Jans vader rookt zwijgend sigaartjes, en kijkt vooral naar de grond. Een jaar na de verdwijning overlijdt hij. Van verdriet, denkt Jan. Zijn moeder huilt vooral. Ze overlijdt in 1984, zonder dat er ook maar iets bekend is over haar zoon. Ze liggen samen begraven op het kerkhof in Asten. Ontelbare keren heeft Jan daar gestaan. „Ik breng Piet terug”, zegt hij dan.

Piet Hölskens en Hans Martens waren jonge stratenmakers met lange haren, dunne snorretjes en afgetrainde lichamen. Ze zetten 44 jaar geleden een vriend thuis af en zijn sindsdien nooit meer gezien. Jaren is naar ze gezocht, door vrienden, familie, bekenden en bij vlagen de politie.

Nu is een ontknoping in de zaak dichterbij dan ooit. De afgelopen maanden is de politie diverse malen met apparatuur het water op gegaan, op zoek naar de rode Fiat Coupé. De laatste keer midden juli, in alle stilte. Het leverde een plek op in de bodem van het meer De Brink, waar een object in het zand zit. Dat is mogelijk de auto van Piet Hölskens.

Het object ligt erg diep in de bodem, experts van de politie bekijken de komende maanden wat de opties zijn om het boven water te halen. Worden Piet Hölskens en Hans Martens dan na al die jaren gevonden? En zijn ze slachtoffer geworden van een strafbaar feit?

Lees ook: Politie start zoektocht naar sinds 1974 vermiste vrienden

Hulp van paragnosten

Kort na de verdwijning van Piet en Hans denken nog weinig mensen aan een misdrijf. Ook Piets broer Jan Hölskens niet. „Misschien zaten ze wel in het buitenland, dachten wij in het begin.” Volgens Jan doet de politie niet veel aan de zaak in die eerste jaren. De familie Hölskens grijpt alles aan om aan meer informatie te komen. Ze roepen zelfs de hulp in van paragnosten. Maar het leidt tot niks.

Tot eind 2012. In december gaat de telefoon bij Riena Martens, de zus van Hans. Het is een politieman. Hij heeft schokkend nieuws. Riena krijgt te horen dat na 38 jaar een getuige zich bij de politie heeft gemeld. En dat die getuige heeft verteld dat Hans en Piet vermoord zijn. „Het was zo onwerkelijk”, vertelt Riena. „Na al die jaren dat belletje, uit het niks.”

De politieman wil niet vertellen wie de getuige is, of wie de dader zou zijn. Wel vertelt hij dat de vrienden vermoord zouden zijn vanwege een geheime relatie die Hans zou hebben gehad met een getrouwde vrouw. Haar echtgenoot zou hem uit wraak naar een afgelegen plek hebben gelokt en hem hebben vermoord. Piet reed en werd derhalve ook omgebracht. De agent vraagt of dit een belletje doet rinkelen bij Riena. Dat doet het niet. Riena moet beloven met niemand over de informatie te praten.

Een paar dagen later volgt er een gesprek met een wijkagent, hij komt bij Riena thuis. Die bevestigt het hele verhaal. Volgens de getuige, vertelt de agent, zou het goed mogelijk zijn dat de lichamen van Hans en Piet net over de grens liggen. De vermeende dader zou in 1974 in Duitsland voor zijn werk aan de weg hebben gewerkt. Riena: „Dat zou een ideale plek zijn om twee lichamen te verstoppen.”

Riena hoort daarna niks meer van de politie. Ze vertelt het verhaal alleen aan haar zussen en broer. Het heeft haar veel verdriet gedaan, zo vertelt ze. „Ze halen de zaak weer open door dat telefoontje en vervolgens hoor je niks meer, hoewel ik nog wel meerdere keren heb gebeld. Dat was heel moeilijk.”

Dan wordt het 2014. Jan Hölskens is weer in de vermissingszaak gedoken en is om die reden op zoek naar foto’s van Hans Martens. Hij komt in contact met de familie Martens. Die krijgen al snel in de gaten dat Jan het nieuws over de getuige niet heeft gehoord. Ze vertellen hem wat de politie twee jaar eerder heeft verteld. Jan is woedend.

Jan: „Ik dacht: waarom is de politie mij vergeten? En meteen daarna kwam het besef: ze zijn vermoord. Mijn hoofd tintelde. Ik zakte door de grond. Ze. Zijn. Vermoord.”

Foto’s van de verdwenen Piet Hölskens en Hans Martens. Een particulier rechercheur is „vrij zeker” dat ze hun verdwijning heeft opgelost.
Riena Martens, de zus van Hans Martens.

Eventuele moord is verjaard

De politie Oost-Brabant erkent inmiddels dat de communicatie met de families in de zaak niet goed is verlopen. De politie biedt excuses aan en belooft beterschap.

Uiteindelijk bevestigt een agent in een e-mail aan Jan Hölskens het verhaal. De rechercheur schrijft dat er op 13 december 2012 informatie binnen is gekomen bij de toenmalige Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE). Daarbij is de naam van een persoon genoemd, die Hans en Piet naar de plek heeft gelokt en hen daar heeft vermoord. „Hij [de dader] heeft al langere tijd problemen met een van de mannen”, mailt de rechercheur. „Hij heeft die man tijdens een ruzie doodgestoken en de vriend ook omdat die getuige hiervan was. Hij heeft de twee lijken in een auto meegenomen naar Duitsland waar hij […] de lijken gemakkelijk kon laten verdwijnen.”

En de agent heeft meer nieuws: mochten Piet en Hans inderdaad zijn vermoord, dan is hun zaak verjaard. Sinds 2006 kunnen moorden niet meer verjaren, maar dat geldt niet voor moorden die gepleegd zijn voor 1988. Dat heeft gevolgen voor het onderzoek van de politie, zo schrijft een rechercheur aan Jan. Strafrechtelijk zijn er voor de politie geen opsporingsmogelijkheden meer. De politie kan wel zoeken naar Piet en Hans, maar zal geen onderzoek doen naar een mogelijke dader.

Jan Hölskens gaat zelf op onderzoek uit. Hij komt erachter dat net over de grens, vlak bij Venlo, in 1974 werkzaamheden zijn geweest waarbij de weg openlag. Misschien zijn Piet en Hans daar wel begraven, denkt Jan. Hij doet navraag bij de Duitse autoriteiten, maar dat levert niks op.

Inmiddels hebben de nabestaanden van Piet en Hans contact met Judith Houben, van particulier recherchebureau Centaur. Houben heeft zich vastgebeten in de zaak, vertelt ze. Ze praat met tientallen mensen uit de omgeving van Piet en Hans.

Houben begint samen met de families een petitie, omdat ze vinden dat moorden van voor 1988 niet mogen verjaren. In mei vorig jaar biedt Jan Hölskens met onder anderen Riena Martens zo’n duizend handtekeningen aan Tweede Kamerleden aan, vergezeld van twee witte doodskisten die ooit bedoeld zijn voor Piet en Hans. Het onderzoek van Houben leidt tot resultaten. Ook zij denkt dat Piet en Hans naar een plek zijn gelokt, en daar zijn vermoord. Maar volgens het onderzoek heeft de dader de lichamen in een meer bij het Brabantse Liessel weggemaakt.

Houben zegt op basis van haar onderzoek een sterk vermoeden te hebben wie de dader is: een oud-collega van Piet en Hans, die mee was op kroegentocht. „Ik heb met deze man ook gesprekken gehad. Ik ben vrij zeker van mijn zaak.” Houben wil geen details vrijgeven, uit bescherming van haar bronnen. Ze overhandigt haar hele onderzoek aan de politie.

De dader zou volgens het onderzoek van Houben de auto van Piet met de lichamen erin hebben laten verdwijnen. Dat moet gedaan zijn voordat het licht is geworden, op de ochtend van 17 maart 1974. De locatie is niet ver van Deurne. In haar onderzoek komt ze uit op het meer De Brink in Liessel, zo’n zes kilometer verderop.

Scan van de bodem van het meer

Als de politie in maart dit jaar een zoektocht houdt in het meer, wordt er niks gevonden. Dat kan komen doordat de auto na al die jaren onder het zand is terechtgekomen: sinds 1974 is de diepte in delen van het meer teruggebracht van 27 naar zeven meter. Eind mei doet de politie een tweede poging, er wordt met speciale apparatuur een scan van de bodem gemaakt.

De scan levert vijf interessante plekken op, waar ijzerhoudende objecten op of in de bodem kunnen liggen. Midden juli gaat de politie in alle stilte opnieuw het water op, nu met een waterrobot, waarbij de vijf eerder ontdekte locaties nader onder de loep worden genomen. Er blijft één interessante plek over, een object dat zich meters onder de bodem van De Brink bevindt, in het zand.

Uit de scan blijkt dat het heel goed een auto zou kunnen zijn. En: omdat er in 1974 een zandweg rond die plek liep, past het goed in het scenario van wat er met Hans en Piet gebeurd zou kunnen zijn. Maar het object kan ook een gezonken boot zijn. Opgraven is nu de volgende optie, maar dat is niet eenvoudig: het object ligt onder 7 meter water en 7 meter zand.

De politie Oost-Brabant zal de komende maanden onderzoeken hoe ze het object zorgvuldig naar boven kunnen halen, zegt Bert van het Schip, specialist Vermiste Personen bij de politie. Hij schat de kans dat het gaat om de rode Fiat in als „reëel”. „Maar we moeten zorgvuldig zijn, want als het om de auto gaat, kunnen de stoffelijke overschotten van Hans en Piet er ook in liggen. Daarom verwacht ik dat het nog maanden kan duren voordat we kunnen gaan graven.”

Voor de families Hölskens en Martens zijn het spannende weken. Er gaat geen uur voorbij dat ze niet aan hun broers denken. Jan Hölskens: „We zitten nu al zo lang zonder antwoorden, het is heel moeilijk om dat vol te houden.” De families zijn hoopvol over de plek waar de politie nu zal gaan zoeken. Hölskens: „Ik zou geen andere plek dan deze kunnen aanwijzen. We hebben nu een handje hoop dat de werkelijkheid eindelijk boven water komt. Letterlijk en figuurlijk.”

    • Bram Endedijk