Opinie

Europese rechtsorde is in recessie, door ex-Oostbloklanden

Is Roemenië de derde dominosteen in de Europese rechtsorde die gaat vallen? Weer een ex-rechtsstaat, na Polen en Hongarije, waar de onafhankelijke magistratuur door de politiek onder curatele wordt gesteld? Waar de weg naar een autocratische, ‘illiberale’ democratie wordt ingezet? Waar alleen rechters worden benoemd die politiek ‘betrouwbaar’ worden geacht?

Dinsdag moest de Roemeense president Klaus Iohannis zich in het Europees Parlement verantwoorden voor een aantal wijzigingen in het strafrecht die Boekarest wil invoeren. Daarover oordeelde de Commissie van Venetië, de rechtsstaatinspectie van de Raad van Europa, vorige week dat die een ‘serieuze verzwakking’ van de bestrijding van corruptie, geweld en georganiseerde misdaad in dat land betekenen.

Net als in Polen en Hongarije versterkt ook Roemenië de greep van het kabinet op de magistratuur. ‘Inspecteurs’ van het ministerie mogen aanklagers controleren, de minister mag tuchtzaken aanspannen tegen rechters, net als in Polen. Daar werd het vorige week rechters voortaan verboden om aan het EU-Hof in Luxemburg te vragen of de Poolse rechtspraak nog wel voldoet aan Europese normen. Warschau wil het antwoord niet meer horen. Het land houdt zich doof, speelt de bal hard terug en knevelt z’n rechters.

Intussen dreigt in Boekarest het hoofd van het openbaar ministerie te worden ontslagen. De regeringscoalitie meent zich te moeten verdedigen tegen een ‘heksenjacht’ op haar bestuurders. In de afgelopen vijf jaar haalde het Roemeense OM zo’n vijfduizend vonnissen binnen wegens corruptie in het openbaar bestuur. Daarbij werden 27 parlementariërs, 83 burgemeesters en vele bestuurders van landelijke of lokale overheden, staatsbedrijven en rechters veroordeeld. De operatie schoon schip ligt nu onder vuur. Dat in een rechtsstaat het recht niet bepaald wordt door de politieke meerderheid van de dag blijkt een gedachte die in Roemenië niet diep is geworteld. Maar Roemenië is volgend jaar wel EU-voorzitter. De eerste EU-top zónder het Verenigd Koninkrijk is voor de Roemenen.

Het tekent de recessie waarin de Europese rechtsorde is terechtgekomen. De Brexit loopt al uit op een test van het vrije verkeer van personen, goederen en diensten. Daar komt de aantasting van de Europese rechtsstatelijke beginselen door voormalige Oostbloklanden bij. Een confrontatie kan niet uitblijven. Vorige week beval het EU-Hof in Luxemburg Polen de gedwongen pensionering van rechters in het Hooggerechtshof terug te draaien. Hongarije kreeg van het Europees Parlement te horen dat het een „systematische bedreiging” vormt voor Europese waarden. Dat land beperkte de vrijheid van meningsuiting, verminderde de onafhankelijkheid van de rechtspraak en manipuleerde zijn kieswet. Tegen Hongarije is de artikel-7-procedure ingezet, net als eerder tegen Polen. Die kan uiteindelijk leiden tot het ontnemen van het stemrecht in de Europese Raad.

Gehoopt mag worden dat Europa zijn been stijf houdt en fundamentele burgerrechten binnen de hele Unie blijft beschermen. Ioannis zei in Straatsburg het „ongelooflijk moeilijke gevecht tegen corruptie niet op te geven”, wat hoopvol is. De jongste verkiezingen in Polen laten zien dat de kiezer daar meer pro-EU is dan de huidige coalitie. Zelfs bij de Britse kiezer is de EU geen verloren zaak – de Brexit draaide ook uit op een spoedcursus globalisering, rechtsbescherming, vrijheid en economische kansen. Daarin vormt de Unie nog steeds een uniek samenwerkingsmodel.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.