Opinie

Patiënt is niet schuldig aan crisis in geestelijke gezondheidszorg

We zijn nu eenmaal niet allemaal mooi en succesvol. Wen er maar aan. Met woorden van een dergelijke strekking opende de Utrechtse hoogleraar psychiatrie Damiaan Denys vorige maand in NRC een debat over de grenzen van de psychische hulp, een debat dat nog altijd doorklinkt. Zijn woorden hadden des te meer gewicht omdat hij als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie lijkt te spreken voor de hele sector. En dan komt het hard aan als gezegd wordt dat slechts 6 tot 7 procent van de bevolking een échte psychiatrische stoornis heeft. Zijn bij gevolg de 20 procent van de Nederlanders die de wachtkamers van de geestelijke gezondheidszorg bevolken simulanten? Dat is de vraag die psychiaters en psychologen nu krijgen voorgelegd. Heb ik écht iets? Of ben ik een aansteller?

Denys sprak uit frustratie over de lange wachtlijsten waardoor veel patiënten die dringend hulp nodig hebben, die niet krijgen. Dat probleem is inmiddels zo groot dat de Inspectie, blijkens Trouw, de instellingen hierop nu gaat aanspraken. En dat is hard nodig. Denys koos ervoor, vanuit zijn positie als voorzitter van de hele beroepsgroep, de mensen die om zorg aankloppen verantwoordelijk te stellen. Hij meent dat de verkeerde mensen op zijn divan belanden. Zijn redenering was dat mensen nu eenmaal lijden aan het leven en daar zelf maar mee in het reine moeten komen, met een boek of een boswandeling. Dat klinkt aantrekkelijk maar lijkt een beetje op stoerdoenerij.

Sprekend namens de beroepsgroep van 3.500 psychiaters in Nederland is het onzorgvuldig als Denys de reële problemen waar veel mensen mee kampen als welvaartskwaaltjes bestempelt. Ze zouden eenvoudig het leven niet aankunnen en kloppen daarom aan bij een professional. Hij stelt dat mensen „vroeger” gedwongen waren zélf het lijden aanvaardbaar te maken omdat die professionals er gewoon niet waren.

Achter het betoog van psychiaters die zo denken – Denys is niet de enige – gaat de idee van de zelfredzaamheid schuil. De gedachte dat mensen, en anders hun directe omgeving, altijd in staat moeten zijn zelf hun eigen problemen op te lossen. Op zich in beginsel een goed uitgangspunt. Maar problematisch als dit een alibi is om te bezuinigen op vangnetten, zorgarrangementen en andere sociale buffers die kwetsbare burgers moeten beschermen tegen de scherpe hoeken van de samenleving. Bovendien waren mensen „vroeger” helemaal niet teruggeworpen op zichzelf: ooit waren er sociale verbanden, gezin, buurt, dorp, vereniging of kerk. Er waren zielzorgers waar mensen met hun spleen naartoe konden.

De keerzijde van de atomisering van de westerse samenleving, van de secularisatie en van de individualisering, kan eenzaamheid zijn. En de confrontatie met zingevingsvragen die gekoppeld zijn aan de menselijke conditie. Feit is dat in de moderne samenleving veel mensen op de een of andere manier psychisch in de knoop komen, een burn-out krijgen of in de war raken – welke huis-, tuin- en keukenkwalificatie je daarvoor ook wilt gebruiken.

De hartenkreet van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie kan het beste worden beschouwd als een illustratie van de crisis in de geestelijke gezondheidszorg. Maar met zijn suggestie over hoe die crisis aan te pakken, zit hij niet op het juiste spoor.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.