Opinie

    • Petra de Koning

Peter R. de Vries gaat nooit achteraf miepen

Peter R. de Vries stond twee weken geleden met een grote rol papier in zijn handen, in zijn garage. Het waren de 55 ‘stellingen’ die hij op 31 oktober 2005 had willen vastspijkeren op de deur van de Tweede Kamer, zoals Maarten Luther met zijn stellingen de Rooms-Katholieke Kerk had willen veranderen – ook op 31 oktober, maar dan 488 jaar eerder.

Het vastspijkeren mocht niet. Met zijn Partij voor Rechtvaardigheid, Daadkracht en Vooruitgang (PRDV) was het niks geworden. Misdaadverslaggever Peter R. de Vries had de politiek willen veranderen, maar alleen als uit een peiling zou blijken dat minstens 41 procent van de Nederlanders hem een politieke aanwinst vond en wilde dat hij de Tweede Kamer in zou gaan. Hij haalde 31 procent en stopte met de PRDV.

Je hebt mensen als ex-SP’er Sharon Gesthuizen die lid is geworden van GroenLinks, ex-SP’er Harry van Bommel die een tijdje lid was van 50Plus, oud-D66-Kamerlid Wassila Hachchi die na het vertrek van Alexander Pechtold opnieuw lid werd van D66. Bij hen denk je: ze kunnen de politiek, of hun baan daar, kennelijk niet goed missen.

Over de politieke ambities van Peter R. de Vries hoorden we nooit meer iets. Ik vraag hem hoe dat zit en in zijn advocaten- en onderzoekskantoor De Vries & Kasem vertelt hij over de 55 stellingen die hij bij zijn verhuizing had teruggevonden. Even had hij getwijfeld naast de afvalcontainer, de rol papier ligt nu toch in zijn nieuwe garage.

De PRDV wilde een gekozen premier en burgemeester, een kiesdrempel, gratis openbaar vervoer, hogere AOW-leeftijd, sociale dienstplicht, een ministerie van Veiligheid – dat soort dingen. Als andere partijen daarna met zulke ideeën kwamen, zei Peter R. de Vries tegen zijn zoon: „Dat stond al in mijn verkiezingsprogramma.”

Het had anders kunnen lopen. Een opiniepeiler die voor de PRDV aan het werk was geweest, zei later dat De Vries niet had moeten kiezen voor ‘ja’, ‘nee’ of ‘geen mening’, maar gewoon ja of nee. Dan was hij zeker aan de 41 procent gekomen. De Vries kijkt ervan op. „Dat wist ik niet.” Als je terugkijkt, zegt hij ook, en bedenkt hoe versplinterd de politiek is geraakt: „Dan was die 31 procent steun natuurlijk formidabel.”

Of hij ooit spijt heeft gehad van de politieke carrière die niet doorging? Nee. „Of laat ik zeggen: ik heb weleens het verlangen gehad om in de Tweede Kamer Geert Wilders onder handen te nemen.” En hij had nu wel minister Stef Blok „het vuur na aan de schenen willen leggen” over de relatie van Nederland met Saoedi-Arabië, door het nieuws over journalist Jamal Khashoggi.

„Maar ik ga nooit achteraf zitten miepen.”

In 2005 was hij ook wel wat onzeker geweest. „Of ik in die nieuwe job wel net zo goed zou worden als in mijn oude. Ik ben misschien te ongeduldig en te compromisloos.”

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl; @pdekoning) vervangt deze week Tom-Jan Meeus.

    • Petra de Koning