Recensie

Kletsende huurmoordenaars in heel ongewone western

Western ‘The Sisters Brothers’ is een onvoorspelbare western vol contrasten, met prachtige locaties en camerawerk, en een ijzersterke cast. De opmerkelijke film stemt tot nadenken.

Joaquin Phoenix als de onberekenbare Charlie in ‘The Sisters Brothers’.

Eli en Charlie Sisters zijn huurmoordenaars in dienst van de commandeur, een machtige oligarch (een piepkleine, tekstloze rol van Rutger Hauer). De broers krijgen de opdracht op zoek te gaan naar Hermann Kermit Warm, een scheikundige die een formule heeft bedacht om makkelijk goud te detecteren in water. Want het is 1851, de goudkoorts maakt veel Amerikanen gek van hebzucht.

De commandeur wil met die geheime formule nog rijker en machtiger worden. William Morris, een dandy-achtige detective die fraaie volzinnen in zijn dagboek schrijft, zit ook achter Warm aan. Hij moet hem aan het lijntje houden, de Sisters-broers komen dan de scheikundige formule uit hem martelen.

Alleen al door de titel weet je dat The Sisters Brothers een heel ongewone western wordt: de Zusters-broers. Je verwacht ook niet anders bij de eerste Amerikaanse film van Jacques Audiard, een Franse regisseur die altijd verwachtingen overhoop gooit. The Sisters Brothers, een in Spanje en Roemenië opgenomen boekverfilming, heeft weinig van doen met klassieke westerns. Hij staat eerder in de traditie van Europese westerns die kritisch naar Amerika keken, zoals sommige spaghettiwesterns en de communistische western, de zogenaamde ‘Eastern’.

Dit is niet het Wilde Westen dat we kennen. Neem de schitterende scène waarin Eli Sisters door Jacksonville loopt, aan een bord borsjtsj ruikt dat een oud vrouwtje op straat verkoopt en vraagt: ‘Zit er dille in?’ We zien dezelfde Eli zijn eerste tandenborstel kopen en verrukt kijken naar een wc die kan doorspoelen. Als een blij kind roept hij zijn broer Charlie erbij en trekt hij nog een keer door. Je zou bijna vergeten dat de beschaafde, zachtmoedige Eli een huurmoordenaar is. De broers zijn ook bepaald niet het type broeierig zwijgende cowboy: ze gaan kletsend over de prairie.

Lees ook een interview met acteur John C. Reilly en regisseur Jacques Audiard van ‘The Sisters Brothers’

Niet alleen het verhaal ontspint zich onvoorspelbaar, ook de toon verandert. Een beeld uit het begin van de film symboliseert de verschillende registers die Audiard moeiteloos combineert. We zien een brandend paard door het holst van de nacht rennen, gefilmd in een panoramisch shot: een beeld dat zowel gruwelijk als prachtig is. En meteen daarop constateren de broertjes droog: ‘We hebben er een potje van gemaakt vanavond.’

Wreed geweld en laconieke humor: The Sisters Brothers zit vol contrasten. Charlie is door zijn alcoholisme onberekenbaar, Eli een romanticus die elke avond zijn neus in een geparfumeerde sjaal drukt, een cadeau van een onderwijzeres op wie hij een oogje heeft. Tegenover hebzucht en nietsontziend kapitalisme, met stadjes die volledig in de greep van één persoon zijn, staat het utopisch idealisme van scheikundige Warm. Met het geld dat hij met zijn vinding hoopt te verdienen, wil hij in Dallas een egalitaire gemeenschap oprichten. Warm (zijn achternaam spreekt boekdelen) is een socialist avant la lettre in een kapitalistische omgeving.

Locaties, camerawerk, kostumering en de muziek van Alexandre Desplat zijn prachtig. Ook is de rolbezetting ijzersterk, met naast Joaquin Phoenix en John C. Reilly als de Sisters-broers ook Riz Ahmed en Jake Gyllenhaal. Veel aspecten van deze opmerkelijke film stemmen tot nadenken, vooral de vraag welke samenleving we eigenlijk willen. Warms idealisme is zo aanstekelijk dat iedereen ervan in de ban raakt. Ook de toeschouwer.

    • André Waardenburg