Recensie

Een broos links icoon in het Amerikaanse Hooggerechtshof

Documentaire Een voorvechtster van emancipatie met een grote staat van dienst: rechter bij het Hooggerechtshof Ruth Bader Ginsburg is in de VS een fenomeen. Over haar is nu een documentaire gemaakt.

Ruth Bader Ginsburg: in de tachtig en een superheld, volgens velen.

Een hoogbejaarde hoge rechter die zich ontpopt tot idool van de generatie van haar kleinkinderen, met haar eigen merchandise en een vaste imitator bij Saturday Night Live: in de VS krijgt zo’n leven een film. Of twee. Begin volgend jaar verschijnt On the Basis of Sex: als de trailer een goede indicatie vormt een triomfantelijke biopic over de obstakels die Ruth Bader Ginsburg (1933) moest overwinnen aan het begin van haar juridische carrière.

Afgelopen januari ging op het Sundancefestival de documentaire RBG in première – haar fans noemen haar Notorious RBG, naar rapper The Notorious B.I.G. RBG komt deze week in Nederland uit en laat zich hier anders bekijken dan in de VS: de duidelijke adoratie van de maaksters zorgt onbedoeld voor afstand.

Vooropgesteld: Ruth Bader Ginsburg is een fenomeen. Een intellectueel zwaargewicht in een klein, broos lijfje. Een voorvechtster van emancipatie met een grote staat van dienst op het gebied van vrouwen- , homo- en arbeidersrechten, die niet bang is om een briljant onderbouwd ‘I dissent’ voor te lezen als ze het oneens is met haar acht collega-rechters. In een steeds conservatievere omgeving, onder een president die ze voor zijn verkiezing een ‘faker’ noemde – een van haar weinige partijpolitieke uitspraken, waarvoor ze haar excuses moest aanbieden – schuift ze als vanzelf op van behoudend naar rebels liberaal. Dat verklaart haar enorme succes onder jongeren.

De documentaire opent met beelden van Ginsburgs driewekelijkse trainingssessie in de sportschool van het federale Hooggerechtshof. Daar blijft ze, sinds ze in 1999 voor slokdarmkanker behandeld werd, in vorm onder toeziend oog van een kolossale oud-militair. Na zo’n uurtje kan ze er weer vol tegenaan, zegt ze; in haar leven betekent dat werksessies tot 2 à 4 uur ’s nachts, om ’s ochtends om 9 uur weer op het gerechtshof te verschijnen. Als Harvard-studente met een jong kind en een tijdelijk door ziekte verzwakte echtgenoot leerde Ginsburg al uiterst efficiënt met haar tijd om te gaan: geen small-talk voor haar, geen frivoliteiten. Haar smaakvolle kleding en haardracht verraden behalve een zekere ijdelheid vooral het van kinds af aan ingepeperde belang van goede manieren en decorum.

Tot zijn overlijden in 2010 was echtgenoot Martin Ginsburg degene die haar soms letterlijk van haar bureau wegsleepte: kom Ruthie, het is tijd om te eten, tijd om te slapen. Nu hij er niet meer is, kent haar plichtsbesef geen grenzen meer, vertellen haar kinderen Jane (ook juriste) en James (muziekproducent) hoofdschuddend.

Kate McKinnon als Ruth Bader Ginsburg in het satirische programma ‘Saturday Night Live’:

Jane en James behoren tot de weinige geïnterviewden die enige relativering durven aanbrengen. Als moeder was ‘RBG’, die haar eigen, hogelijk bewonderde moeder Celia al op haar zeventiende verloor, niet erg knuffelig of warm; ze lachte zelden en corrigeerde het huiswerk met een rood potlood. Op culinair gebied was ze zo’n kluns dat het gezin een zucht van verlichting slaakte toen vader Martin zich blijmoedig schikte in de rol van ‘tweede viool’. Martins lobbycampagne voor zijn vrouw was cruciaal om haar in 1993 onder de aandacht van toenmalig president Bill Clinton te brengen; Clinton had precies ‘vijftien minuten’ nodig, herinnert hij zich glimlachend, om te weten dat hij haar als nieuw lid van het federaal hooggerechtshof zou voordragen.

Toch maakt dit alles nog geen spannende documentaire. De film komt pas echt tot leven als een aantal rechtszaken uit de jaren zeventig wordt uitgediept, waarin Ginsburg als advocaat optrad namens burgerrechtenbeweging ACLU; in 1975 verdedigde ze een jonge weduwnaar en zijn recht om, net als een weduwe, met overheidssteun thuis zijn kind op te kunnen voeden. Het motto van haar moeder indachtig – ‘Wees een dame’, wordt nooit boos op je tegenstanders, maar overtuig ze – wist ze ook conservatieve rechters op het belang van gelijke behandeling te wijzen. Man en vrouw „zijn niet hetzelfde”, horen we haar zeggen in een helaas niet nader uitgediept geluidsfragment, maar wel gelijkwaardig.

Als hoge rechter zou ze het spel zo blijven spelen: nooit roekeloos of emotioneel, maar rationeel en uiterst precies. Een grote vriend vond ze in haar conservatieve collega Antonin Scalia (1936-2016), met wiens opvattingen ze het nooit eens was, „maar hij verwoordde ze zo mooi”. Ze deelden een liefde voor de opera, plek van schoonheid en ontsnapping, en konden elkaar fijn plagen; een vorm van wijsheid die node wordt gemist in het huidige, schreeuwerige politieke klimaat. Scalia en Ginsburg: een derde film dient zich aan.

    • Sandra Heerma van Voss