Opinie

    • Matthieu Verhoeven

De Staat exploiteert delen van de rechtspraak, ten onrechte

In zeven jaar tijd is het aantal kantonzaken met 220.000 teruggelopen door veel te hoge griffierechten. Veel bedrijven incasseren daarom niet meer; ontwrichting dreigt, schrijft rechter Matthieu Verhoeven in de Togacolumn.

Deurwaarder Rob van Es aan het werk. Foto: Joyce van Belkom

In en na 2010 hebben de wetgever en de minister van Justitie  uit geldzucht de griffierechten voor gerechtelijke procedures enorm verhoogd, in een paar jaar tijd met bijna 50%. Met name bij de griffierechten voor relatief kleine geldvorderingen, is daarmee een succesvolle aanval gedaan op de kip die gouden eieren legt. De evaluatie van de wet  waarbij de griffierechten werden aangepakt, is bepaald niet mals.

Wellicht heeft de Staat als vermeend monopolist op rechtspraakgebied gedacht dat de tarieven best enorm konden stijgen omdat de vraag naar vonnissen toch wel zou blijven bestaan. In ieder geval kun je vaststellen dat er sprake was van een enorme misrekening, want dít gevolg was bepaald niet beoogd. Van 2011 tot 2017 daalde het aantal incassoprocedures met 38%. En dat is echt niet omdat het aantal wanbetalingen zo afnam.

Winstpakker

Rechtspraak is een overheidstaak. En het is niet onredelijk om de gebruiker van de rechtspraak een (redelijke) eigen bijdrage te vragen. Maar helaas is de Staat onderdelen van de rechtspraak gaan exploiteren. Zo ontving het ministerie van Justitie- ik laat al die naamswijzigingen in de afgelopen jaren maar voor wat ze zijn - in 2017 een bedrag van ruim negentig miljoen euro aan griffierechten in kantonzaken (en dat is dus al na de grote terugloop in zaken). Terwijl hetzelfde ministerie ruim 54 miljoen euro aan de rechtspraak betaalde als vergoeding voor die zelfde afgedane zaken. Dat is een “winst” van 36 miljoen op een onderdeel van de staatstaak die niets met winstgevendheid te maken behoort te hebben.

Toegegeven, door het incompetente geschutter met het digitaliseringsproject KEI heeft het ministerie later bij moeten lappen, maar dat doet aan het principe niet af. In strafzaken bestaat geen griffierecht, zodat die “kostenpost” niet aan gebruikers daarvan in rekening wordt gebracht. Maar het is zeer ongepast dat iemand die een onbetaalde rekening wil incasseren méér dan moet opdraaien voor kosten die kennelijk ergens anders worden gemaakt.

Terugloop

We hebben dus een terugloop van 220.000 kantonzaken in zeven jaar gezien (van 575.000 tot 353.000). Niet zo gek: een ondernemer die via een vonnis een rekening van bijvoorbeeld € 800,-- wil laten incasseren, betaalt €476,-- griffierecht, naast andere kosten zoals de dagvaardingskosten en zijn advocaat of gemachtigde. Dat is een enorme kostenpost, terwijl het niet zeker is dat zijn wederpartij (volledig) kan betalen. Het aantal mensen met problematische schulden neemt immers toe.

Het hoeft weinig betoog dat er een totale ontwrichting gaat ontstaan als bekend wordt dat veel bedrijven vorderingen tot bijvoorbeeld € 1.000,-- niet meer incasseren omdat dat te duur wordt. Ook kun je wel volhouden dat een behoorlijke toegang tot de rechter wordt belemmerd als er onbehoorlijke tarieven worden gehanteerd.

Gemopper

 

De laatste jaren zwelt de kritiek op die gestegen griffierechten stevig aan. Van de Raad voor de Rechtspraak tot MKBdeurwaarders en advocaten. Vooralsnog leidt dat niet tot een wijziging van de tarieven. Vorige week verscheen in het FD een bijdrage van twee Kamerleden die pleiten voor eerlijke griffierechten. Eerlijk is een nogal normatieve term en ik vraag me af wat met eerlijk wordt bedoeld. Is een tientje eerlijk? Of honderd euro? Of een ton als het gaat om een procedure die over een miljoen gaat?

Maar los van de semantiek: griffierechten moeten in alle opzichten redelijk zijn. Enerzijds moet er een drempeltje zijn om te voorkomen dat er al te veel onzin aan ons rechterlijk apparaat wordt voorgelegd omdat het toch gratis kan. Maar anderzijds moet het niet zo duur worden dat de toegang wordt gehinderd of zelfs belemmerd. Griffierecht hoeft zelfs niet volledig kostendekkend te zijn, rechtspraak is immers een staatstaak. Dus ook als de kosten op een onderdeel hoger zijn dan de directe opbrengsten, moet de Staat er voor zorgen.

En voor een duidelijk beeld: voor een kantonverstekzaak (ruim 80% van die incassozaken) betaalt het ministerie aan de rechtspraak € 24,34 terwijl het griffierecht zomaar €476,-- kan zijn. Bijna een factor 20 ten opzichte van de kostprijs. Over goeie handel gesproken…

Wanbetaling ontwricht

Het is te hopen dat nu op korte termijn wordt ingegrepen en dat de griffierechten op een behoorlijk niveau worden gebracht. Vorige maand heeft de Coördinatiegroep Incassozaken een verhelderend rapport uitgebracht waarin veel suggesties worden gedaan hoe deze problematiek kan worden aangepakt. En kennelijk voelen zelfs de coalitiepartijen ervoor blijkens het artikel van Van Dam (CDA) en Groothuizen (D66). De tijd dringt, gezien de enorme terugloop in incassozaken. Massale(re) wanbetaling zou zeer ontwrichtend werken en we moeten ook voorkomen dat de incasso dan maar in toenemende mate door sterke mannen met scherpe honden wordt gedaan.

En als de politiek er dan toch mee aan de slag gaat en begrippen als eerlijkheid wil gebruiken, kijk dan ook even naar het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand en de oneerlijke plannen daar nog verder het mes in te zetten.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, een rechter en een officier van justitie.

 

Blogger

Matthieu Verhoeven

Matthieu Verhoeven studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarna werkte hij ruim tien jaar als advocaat. Hij is sinds 1994 rechter, in diverse functies, van kantonrechter tot sectorvoorzitter, vooral werkzaam in de civiele sector van de rechtbank in Almelo. Op dit moment doet hij vooral insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) en kort gedingen.

    • Matthieu Verhoeven