CO2-beleid EU had geen effect

Klimaatbeleid De Europese Rekenkamer constateert dat projecten om CO2 op te slaan zijn mislukt, ondanks forse financiële steun van de EU.

In Nederland vorig jaar de stekker uit een demonstratieproject voor afvang van CO2 bij een kolencentrale in de Rotterdamse haven, nadat energiebedrijven Engie en Uniper zich terugtrokken. Foto Phil Nijhuis

Pogingen van de Europese Unie om projecten voor de opslag van CO2 te stimuleren hebben de afgelopen tien jaar niets opgeleverd. Ook projecten voor commerciële exploitatie van hernieuwbare energie zijn goeddeels mislukt. Alleen windenergie op zee heeft geprofiteerd van de Europese steun.

Dat blijkt uit een dinsdag gepubliceerd rapport van de Europese Rekenkamer. De onderzoekers hebben gekeken naar projecten in vijf landen, waaronder Nederland. Het ging onder meer om initiatieven die de levensvatbaarheid moesten onderzoeken van de afvang en opslag van kooldioxide (CCS, carbon capture and storage). Hierbij wordt CO2 bij bijvoorbeeld kolencentrales opgevangen en vervoerd naar opslagplaatsen onder de grond of in de zeebodem.

De methode is omstreden. Milieuorganisaties zien er weinig heil in omdat de uitstoot van broeikasgassen niet wordt verminderd en de effecten van de opslag nog onbekend zijn. Voor overheden is CCS echter een cruciaal instrument om nationale en internationale klimaatdoelen te halen.

In 2009 begon de EU met twee financieringsprogramma’s ter ondersteuning van CCS en van hernieuwbare energiebronnen. Het Europees energieprogramma voor herstel (EEPR) kreeg een budget van 1,6 miljard (1 miljard voor CCS, 565 miljoen voor windenergie op zee). Voor NER300 was 2,1 miljard beschikbaar, gefinancierd door de verkoop van 300 miljoen euro aan emissierechten. Windenergie is met 255 miljoen gesubsidieerd, CCS met 424 miljoen.

Lees ook: Recordbedrag aan EU-subsidies op de plank in Brussel

Rotterdamse haven

Het geld moest projecten voor CCS en duurzame energie op gang helpen en interessant maken voor private investeerders. Dat is niet gelukt. Veel projecten werden voortijdig beëindigd. Zo ging in Nederland vorig jaar de stekker uit ROAD, een demonstratieproject voor afvang van CO2 bij een kolencentrale in de Rotterdamse haven, nadat energiebedrijven Engie en Uniper zich terugtrokken.

De Europese Rekenkamer wijt het falen van de stimuleringsprogramma’s aan een ongunstig investeringsklimaat tussen 2008 en 2017 en onduidelijk beleid en regelgeving. Ook de lage marktprijs voor rechten om CO2 uit te stoten, hielp niet mee. De controleurs stellen dat de EU een Innovatiefonds dat in 2021 van start gaat moet aanpassen om in de volgende tien jaar meer te bereiken. De EU streeft naar een CO2-arme economie in 2050.

Voor Faiza Oulahsen van Greenpeace is het rapport van de Rekenkamer geen verrassing. „Wereldwijd zijn er nu maar vier echte CCS-projecten: twee in Noorwegen, één in Canada en één in de VS. Bedrijven en overheden gebruiken het als belofte om door te kunnen gaan met fossiele energie, maar CCS komt al twintig jaar niet van de grond. Dat kun je geen korte termijn-oplossing noemen.”

Europarlementariër Bas Eickhout (GroenLinks) wil CCS als methode niet volledig afschrijven. „Wij zijn tegen CCS die wordt gekoppeld aan energie, bijvoorbeeld kolencentrales. Dan verleng je de levensduur van onwenselijke energie. Maar het kan wel nuttig zijn om kleinere volumes CO2 af te vangen en op te slaan, bijvoorbeeld bij staalproductie. Ik zie het rapport van de Rekenkamer als ondersteuning van onze lijn.”

    • Mark Duursma