‘Wim Kok boetseerde zijn nalatenschap niet’

De biograAF

Wim Kok toonde zich niet ongevoelig voor zijn plek in de geschiedenis. Maar hij maakte weinig aantekeningen, schrijft zijn biograaf
Wachtend op de helikoptervlucht naar Sarajevo, in juni 2002. Als demissionair premier had Kok een mortuarium bezocht met de resten van slachtoffers van de massamoord in Srebrenica in 1995. Foto Robin Utrecht/ANP

‘Een biografie? Dat is een doodsaankondiging!” Ziedaar Wim Koks eerste reactie op mijn suggestie in die richting. We reden in de regen naar zijn huis in Amsterdam-Slotervaart.

„Tja”, zei ik, „en jij vindt natuurlijk dat je nog midden in het leven staat?”

„Zeker”, zei hij.

„Eens”, antwoordde ik. „Maar als je tot na je overlijden – wat weleens na je negentigste zou kunnen zijn – wacht, dan komt je biografie misschien eerst in 2040 uit. Hoeveel mensen zullen dan nog weten wie Wim Kok was?”

„Hmm”, bromde Kok, „denk je dat?”

„Jazeker”, zei ik. „En als je biografie nu wordt geschreven, die misschien over vijf jaar uitkomt, dan behandelt die niet alleen een historische persoon, maar ook een politiek nog steeds relevante figuur. Want hoeveel kwesties waar jij als vakbondsman en politicus je stempel op hebt gedrukt, zijn nu niet nog steeds voor ons van belang, met hoeveel worstelen we zelfs nog, nationaal en internationaal?”

„Tja, als je het zo bekijkt, laten we dan maar ’s praten.”

Twee bedachtzame gesprekken verder zei Kok: „Ik vind het toch wel een goed idee, laten we het scheepje maar afduwen.” We hebben nog een paar stevige beginafspraken gemaakt, ook over wat te doen na een overlijden van een van ons, en toen was het project geboren. Dat was in september 2016.

„Ons project”, noemde Kok het, maar daarvan heb ik steeds wat afstand gehouden. Een nog levende persoon portretteren vraagt om een bijzondere combinatie van betrokkenheid en distantie. Bij Koks lange publieke leven heb ik me steeds betrokken gevoeld, maar een overtuigende beschrijving daarvan kan het niet zonder kritische beoordeling stellen. Daarvoor is zijn erfenis ook te omstreden. Ik zou hem geen recht kunnen doen, als ik te dicht tegen hem aan kroop. Heel snel liet Kok merken dat hij dit uitgangspunt onderschreef.

Aldus maakte ik bijna maandelijks de gang naar Koks tuinkantoor voor een diepgaand gesprek van ruim twee uur. Eerst over de grote lijnen in zijn leven. Om daarna de diepte in te gaan: zijn afkomst en jeugd, zijn lange loopbaan in de vakbeweging, zijn ontmoeting met Rita Roukema en de vorming van het gezin Kok. Een gezamenlijk tochtje naar zijn geboortedorp Bergambacht maakte het allemaal wat inzichtelijk. Andere excursies en gesprekken waren voorgenomen. Sinds begin dit jaar bespraken we zijn opvolging van Den Uyl, zijn overstap naar de politiek van de sociaal-democratie en zijn deelname aan het kabinet-Lubbers III. Zijn ‘paarse’ jaren als premier (en het leven erna) stonden nog op het program.

Natuurlijk was Kok niet mijn enige bron. Inmiddels heb ik al zo’n 75 van zijn ‘reisgenoten’ en ‘tijdgetuigen’ gesproken en veel documenten, beeldmateriaal en literatuur bestudeerd.

Meer volgen nog. Dat is ook daarom nodig, omdat zijn geheugen Kok weleens in de steek liet. De grote lijnen beheerste hij als geen ander, maar belangrijke details waren hem weleens ontschoten. Gebrek aan eigen aantekeningen en aan een serieus persoonlijk archief maakte het hemzelf en zijn biograaf er niet gemakkelijk op. Kok toonde zich niet ongevoelig voor zijn plaats in de geschiedenis, maar aan het boetseren van zijn nalatenschap heeft hij niet bewust gewerkt.

Nu moet de biograaf zonder zijn gebiografeerde verder. Dat wordt meer dan een trendbreuk. Eenderde van zijn leven heb ik min of meer op schrift. Veel moet nog worden opgediept, onderzocht en begrijpelijk gemaakt. Zonder Koks behoedzame maar ook plezierige gezelschap zal dit een eenzamere reis worden. De herinnering aan het bijzondere leven van Wim Kok verdient echter zeker ook een kloek boek.’

Marnix Krop (70) werkt sinds 2016 aan een biografie over Wim Kok. Tot zijn pensioen werkte hij bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en was hij onder andere ambassadeur in Berlijn en Warschau. Van 1977 tot 1985 was hij medewerker bij de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA.
    • Marnix Krop