Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Wandeling

Kort verslag van een wandeling door Arnhem met Theo Janssen, de ex-voetballer over wie ik een boek schrijf. We spraken af in Hotel Haarhuis tegenover het station, daar dronk mijn vader vroeger koffie.

„Waar zat hij dan?”, vroeg Theo.

„Daar”, wees ik, „maar dat is nu niet meer de bedoeling”.

We gingen er toch zitten.

„En dan?”, vroeg Theo.

„Dan niks”, zei ik, „hij keek uit het raam”.

Theo was naar kappers geweest, meervoud.

„Ik vond het elke keer net niet, ken je dat? Ging ik even door naar een andere kapper. Bij de derde had ik zoiets van scheer het er nu maar af. Nu is het dit.”

Daarna wandelden we door het winkelgebied naar het huis van zijn moeder, die had nog foto’s van vroeger. Onderweg trakteerde hij op Hema-worst. Af en toe groette hij iemand.

Ik: „Wie was dat?”

Hij: „Weet ik veel, ik doe maar zo vriendelijk mogelijk.”

Daarna door de Steenstraat, volgens Theo met de Hommelseweg de mooiste winkelstraat van Arnhem. De stadsvernieuwing had er nog niet toegeslagen, boven de winkels vaak rommelige woningen. Eentje met slaapzakken in plaats van gordijnen voor de ramen, er hing ook ergens een Vitesse-vlag.

Theo: „Ze weten het gewoon niet hier, kijk een grote winkel met alleen telefoonhoesjes, dat heb je in Amsterdam niet.”

Via het Spijkerkwartier, het Statenkwartier in. Af en toe stopte hij.

„Hugo de Grootschool. Fijne school. Vroeger met allemaal normaal gras omheen, nu is er een schijtpark.”

We liepen snackbar De Schnitzel in, hij was er jaren niet geweest. Het personeel, een volle nicht van VPRO’s Sinan Can, herkende hem meteen.

Theo: „Er is echt niets veranderd.”

Zij: „Nee, waarom ook.”

Theo: „Neem maar wat. Wat moet je hebben?”

Zij: „Kip?”

Ik: „Nee, slaatje.”

Zij: „Extra mayo?”

Ik: „Nee.”

Theo: „Wanneer ben ik hier voor het laatst geweest?”

Zij: „Pffff, je moeder komt hier nog wel. En je vader was hier iedere dag als hij terugkwam. Pilsje, gingen we samen een sigaretje doen. Zaten we daar.”

Ze wees naar buiten, naar het plastic terras.

Ik: „En waar hadden jullie het dan over?”

Zij: „Gewoon roken.”

We liepen door, kort daarop stonden we voor het huis van zijn moeder.

Theo: „Waarom eet je nou zo snel je lekkere slaatje op?”

Ik: „Ik ga niet ergens aanbellen met een slaatje in de hand.”

„We bellen niet aan”, zei Theo.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen