Opinie

    • Guus Meershoek

Waarom blijft de politie vooral witte gezichten recruteren?

Diversiteit bevorderen is één van de vele van boven opgelegde opgaven aan de politie. Of de politie aansluiting houdt bij de samenleving is dan ook een open vraag, schrijft Guus Meershoek, lector aan de Politieacademie, in de Veiligheidscolumn.

Foto Robin Utrecht/ANP

Onlangs gaf ik in een van de grote steden les aan een honderdtal jongens en meisjes die deze zomer zijn begonnen bij de politie. Dat is altijd leuk: over het politievak spreken met jonge mensen die de selecties hebben doorstaan en popelen om de straat op te gaan. Maar halverwege viel het me ineens op: verreweg de meesten waren wit. Hier en daar een paar donkere meisjes, een verdwaalde zwarte jongen. Dat was toch niet de bedoeling?

Had de korpschef niet eind 2016 een van de betere politiechefs benoemd tot landelijk projectleider, met de opdracht om binnen twee jaar de instroom van aspiranten met ‘een migratieachtergrond’ te verhogen, tot maar liefst een kwart van alle nieuwkomers? En was het een jaar geleden, na driekwart jaar ijveren, niet al zover geweest? Trots werd toen bekendgemaakt dat het streefcijfer al was gehaald. Afgelopen zomer was de projectleider met stille trom vertrokken naar zijn oude standplaats in het buitenland. Een opvolger is er niet.

Zeepbel?

Is het een zeepbel geweest? Ik weet het niet. Wat ik zag, was maar één klas. Ik ken de huidige instroomcijfers niet. Maar eigenlijk zijn die ook niet belangrijk. Informatiever is te weten hoeveel van het kwart dat vorige jaar instroomde, nog in de opleiding zit.

Het ingewikkelde van diversiteitsbeleid is dat het geen kwestie van overtuigen is. Iedereen, ook verreweg de meeste politiemensen, vindt dat het nodig is, dat een pluriform korps beter is dan een wit korps. Het probleem is, om de ondertitel van een boek van Herman van Gunsteren te parafraseren: de politie kan het, de politie wil het, de politie doet het niet. Hoe komt dat?

Schulp

Een gemakkelijke conclusie is dat het veranderen van een organisatie met zo’n sterke cultuur van de werkvloer een lange adem vergt. Sinds enige tijd heeft de politie een nieuwe aanpak van de grootschalige ordehandhaving. Een belangrijke verbetering, maar deze omslag heeft zo’n tien jaar gekost. Een kleine vijftig jaar geleden begon de politie met het werven van vrouwen. Die vrouwen kropen pas uit hun schulp toen zij eind jaren tachtig meer dan 10 procent van het personeel uitmaakten. Pas toen begonnen ze een stempel op de organisatie te drukken. Zo kreeg de politie oog voor slachtoffers, voor huiselijk geweld, voor allerlei zedendelicten, voor collega’s die tijdens de dienst in de knel waren geraakt, verbeteringen die nu niet meer weg te denken zijn. Die belofte bergt ook de aanwas van collega’s met ‘een niet-westerse migratieachtergrond’ in zich.

Een oud-korpschef, die ik de kwestie voorlegde, was somberder. Hij stelde dat bij de vorming van de Nationale Politie alle ruimte voor maatschappelijke innovatie uit de organisatie is weggenomen. Ervaringen uit het verleden en recent onderzoek onderstrepen zijn punt. In de Nederlandse politie kwamen geslaagde veranderingen voort uit het middenmanagement, van creatieve hoofdinspecteurs die in direct contact stonden met de werkvloer en de samenleving. De huidige leiders van basisteams (hoofdinspecteurs), zo stelde de Nijmeegse criminoloog Jan Terpstra vast, hebben weinig speelruimte voor eigen beleid, nauwelijks greep op de eigen organisatie en kunnen zich ook niet naar de buitenwereld profileren.

Symboolpolitiek

De Nationale Politie bewandelt daarentegen de Duitse weg. In de Duitse politie komt innovatie voort uit het betrokken departement van de deelstaat en wordt top-down aan de politie opgelegd. In de elf eenheden van de Nationale Politie zijn portefeuillehouders benoemd die projecten moeten opzetten om het doel te bereiken. Bevordering van diversiteit is daarmee een van de vele van boven opgelegde opgaven. Handicap is dat in de politie alleen bij de werving wordt geregistreerd of iemand een ‘niet-westerse migratieachtergrond’ heeft, maar tijdens de loopbaan niet meer. Er zijn kortom geen cijfers waarop de portefeuillehouders zich kunnen laten afrekenen. Het gevolg is: het bevorderen van diversiteit is grotendeels symboolpolitiek. Het zet kwaad bloed bij wie zich voelt buitengesloten.

Het is al met al een open vraag hoe de politie er in gaat slagen om aansluiting bij de al zo veel diversere samenleving te behouden. Een ervaring uit het verleden is dat als de politie niet op nieuwe uitdagingen anticipeert, vroeg of laat de wal het schip keert.

Blogger

Guus Meershoek

Guus Meershoek studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Hij publiceerde over verleden en heden van de Nederlandse politie.

    • Guus Meershoek